artikel

Gelijkheidsbeginsel gaat boven vertrouwensbeginsel

bouwbreed

Gelijkheidsbeginsel gaat boven vertrouwensbeginsel

Onlangs diende zich in kort geding de vraag aan of een aanbesteder terug mag komen op een eerder door haar aan een inschrijver gegeven herstelmogelijkheid: het inschrijvingsbiljet ontbrak bij de ingediende stukken (ECLI:NL:RBDHA:2014:6204).

In een Europese openbare aanbesteding tot het sluiten van een raamovereenkomst ter zake van bestorting bij de Oosterscheldekering, ontvangt een inschrijver per e-mail bericht dat verklaring beschikking materieel en inschrijvingsbiljet ontbreken. De aanbesteder deelt mee dat weliswaar volgens haar normale beleid het ontbreken van een inschrijvingsbiljet niet herstelbaar is, maar dat er in dit geval goede gronden zijn om dit wel te mogen herstellen. Zo betreft het inschrijvingsbiljet niet “het hart” (inhoud/prijs) van de aanbesteding maar is sprake van een – meer administratief van aard zijnde – aanmelding voor een raamovereenkomst. Ook staat het biljet niet op de lijst met in te dienen documenten, zodat de aanbestedingsdocumenten onduidelijk zijn. Aangezien het alsnog indienen van de ontbrekende documenten gelijke kansen van inschrijvers niet beïnvloedt, is herstel toegestaan. Nadat de inschrijver de documenten heeft ingediend, ontvangt hij weer bericht van de aanbesteder. Deze meldt nu dat de inschrijving ongeldig is omdat het inschrijvingsbiljet op het moment van indienen van de inschrijving ontbrak. Achteraf oordeelt de aanbesteder de gronden tegen herstel toch zwaarwegender.

De rechter oordeelt dat uit het ARW 2012 volgt dat het inschrijvingsbiljet direct bij de inschrijving moet zijn ingediend en de inschrijving ongeldig is. Volgens vaste rechtspraak is wijziging/aanvulling uitgesloten in geval van een ontbrekend stuk dat op straffe van uitsluiting moet worden verstrekt. Hier was geen mogelijkheid voor herstel. De aanbesteder had volgens de rechter goede gronden terug te komen op haar herstelmogelijkheid. Het door de inschrijver gedane beroep op het door het e-mailbericht opgewekte vertrouwen dat de inschrijving niet ongeldig zou worden verklaard, werd door de rechter verworpen: het in het aanbestedingsrecht geldende gelijkheidsbeginsel prevaleert boven het vertrouwensbeginsel. Een beroep op het vertrouwensbeginsel kan er niet toe leiden dat de inschrijver alsnog de ongeldige inschrijving mag herstellen.

Koert Kroeze, advocaat bij JPR Advocaten en lid van de vakgroep Bouw- en Aanbestedingsrecht

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels