artikel

Een woonboot is een bouwwerk

bouwbreed

Een woonboot is een bouwwerk

Op 16 april deed de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak waarin (nogmaals) duidelijk wordt aangegeven dat een woonboot in bepaalde omstandigheden wordt gezien als een bouwwerk.

In het concrete geval gaat het om een woonboot die, behalve tijdens periodiek onderhoud of een verbouwing, sinds 1954 op de betreffende locatie ligt. De woonboot is van origine een zeilboot die niet meer zelfstandig kan varen, omdat zeilen vanwege de op de woonboot gerealiseerde opbouw niet meer mogelijk is en er geen motor aanwezig is. Vervoer van de woonboot voor onderhoud vindt plaats door deze, nadat de naastgelegen woonboot van haar plaats is gehaald, met twee sleepboten te verslepen. De woonboot is aan de kade verbonden met een afhouder, een loopplank, een tros en twee stalen kabels die aan twee in de kade verankerde bolders zijn verbonden.

Verder zijn er verbindingen ten behoeve van nutsvoorzieningen (riool, water, elektriciteit, gas, internet).

De gemeente vindt dat de woonboot geen bouwwerk is, omdat de woonboot niet aan de waterbodem is verbonden of aan meer- of spudpalen is verankerd. De woonboot is volgens de gemeente ‘slechts’ met de kade verbonden door stalen kabels en een afhouder, terwijl de afhouder door stootboeien vervangen zou kunnen worden. De woonboot kan daarom volgens de gemeente niet worden aangemerkt als een plaatsgebonden constructie, omdat de aansluitingen op de nutsvoorzieningen eenvoudig zijn los te koppelen.

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is het daar niet mee eens. Bij beantwoording van de vraag of de woonboot als bouwwerk moet worden aangemerkt, is niet bepalend hoe de verbondenheid met de wal fysiek is vormgegeven, maar is doorslaggevend dat de woonboot is bedoeld om ter plaatse als woning te functioneren. Daarvan is hier sprake. Dit betekent dat de bouwregelgeving van toepassing is. Voor veel woonboten is dat een probleem. Maar het is een probleem dat alleen de wetgever kan oplossen.

Prof.dr.ir. A.G. Bregman, Hoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de Universiteit van Amsterdam, tevens verbonden aan het Instituut voor Bouwrecht (IBR) in Den Haag. Voor bouwrechtelijke actualiteiten, jurisprudentie, vakliteratuur en regelgeving zie ook de website van het Instituut voor Bouwrecht: www.ibr.nl/actueel

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels