artikel

Een kwestie van warmte en koude

bouwbreed

Een kwestie van warmte en koude

Europeanen lopen niet warm voor Europa, bleek weer. Jammer, vindt Ed Nijpels, want er is minstens één kwestie die mensen naar de stembus zou moeten krijgen, namelijk het energiebeleid.

43,1 procent. Zo ‘hoog’ was volgens een eerste prognose van de EU de opkomst bij de Europese verkiezingen. Dat is vrijwel even hoog als vijf jaar geleden. Nederland presteerde benedengemiddeld: slechts 37,3 procent van onze stemgerechtigden maakte vorige week donderdag de gang naar de stembus.

Europese kiezers lopen niet echt warm voor Europa, zo lijkt het. Toch is er minstens één kwestie die 100 procent van de Europeanen naar de stembus zou moeten krijgen. Een kwestie nota bene van warmte en koude. Ik heb het over het energiebeleid, en over de belangrijke vraag: zijn we in Europa niet te afhankelijk geworden van buitenlandse energieleveranciers?

Die vraag speelde altijd al op de achtergrond, maar het optreden van de Russische president Poetin in de Oekraïnecrisis heeft hem op scherp gezet en bevestigend beantwoord. Eén Russische beer kan tientallen Europese lidstaten letterlijk in de kou zetten, als hem dat politiek van pas komt. Dat moet anders. Hopelijk zijn de nieuw gekozen europarlementariërs wakker geworden en gaan ze de komende tijd in Brussel aan de slag om de samenwerking op dit gebied te intensiveren. Er is nog een reden om dat te doen. Europees beleid is noodzakelijk om forse stappen te kunnen zetten op weg naar een duurzaam energiebeleid. De doelstelling: in 2050 moet 90 procent van de energievoorziening in Europa duurzaam zijn. Ik noem een paar zaken waarop veel meer afstemming nodig is.

Ten eerste de interconnectiviteit. Alle Europese landen moeten hun elektriciteitsnetten veel beter op elkaar kunnen aansluiten dan nu mogelijk is. Energieoverschotten die bijvoorbeeld door windmolens en zonnepanelen worden opgewekt, kunnen dan veel beter onderling worden verdeeld.

Ten tweede: de energieopslag. Ook die moet snel beter worden geregeld. Hoe goed zou het niet zijn als duurzame energie écht kon worden opgeslagen? De ingenieurs kunnen die opgave aan; het wachten is op beleid om ermee te beginnen.

Ten derde: er moet een eind komen aan subsidiesystemen die energiemarkten verzieken en onnodige concurrentie in het leven roepen.

Ten vierde: laten we nu eindelijk eens tot een reële prijs komen voor CO2. Nu ligt die prijs rond de 4 euro per ton, terwijl dat – zo beseft iedereen die zich in deze kwestie verdiept – wel 40 euro zou moeten zijn. Alleen een krachtig Europees beleid kan helpen om een stap in de richting van die prijs te komen.

Tot slot: de Europese afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers moet stukken minder worden. Dat is dé kern van de energiekwestie: we zijn te gevoelig geworden voor de besluiten van grillige machthebbers. Wat dat betreft lijken we sinds de olieboycot van de jaren zeventig niets te zijn opgeschoten.

Nederland heeft nog een bijzonder belang bij goede Europese samenwerking. Zo rond 2030 zijn onze gasreserves op. Van exporteur worden we dan gasimporteur. Daarmee breekt een geheel andere werkelijkheid aan. Over een jaar of vijftien is het al zover.

Werk genoeg aan de winkel voor Europa. Temeer omdat Europese landen ook nog eens zeer verschillende energiepakketten hebben samengesteld. Frankrijk zet zijn kaarten op kernenergie; Duitsland en België houden daarmee juist op. De Engelsen investeren fors in windenergie, maar bouwen ook een nieuwe kerncentrale. Hoe sterk zouden we zijn met één beleid? En hoe onafhankelijk van anderen? We hebben nog even de tijd om eraan te werken, maar wat mij betreft wachten we niet tot de volgende Europese verkiezingen.

Ed Nijpels, voorzitter NLingenieurs, branchevereniging van advies-, management- en ingenieursbureaus; tevens voorzitter Borgingscommissie Energieakkoord

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels