artikel

Wet geeft privaat initiatief meer ruimte

bouwbreed

Wet geeft privaat initiatief meer ruimte

De nieuwe Omgevingswet zal erin voorzien dat er in de toekomst een omgevingsplan moet worden gemaakt. Dat plan valt te vergelijken met het huidige (gemeentelijke) bestemmingsplan, maar daarin zitten dan ook alle milieuvereisten en onderzoeken verwerkt. In plaats van de huidige bouwvergunning komt er een omgevingsvergunning.

De Omgevingswet ligt na een consultatieronde bij de Raad van State. Er zullen in dat kader nog tientallen oude algemene maatregelen van bestuur moeten worden teruggebracht tot een uiterst beperkt (vermoedelijk drie) aantal, dat deel uit gaat maken van de Omgevingswet. Al met al een hele klus die naar verwachting pas in 2018 zal worden afgerond. Eén van de aspecten die kan bijdragen aan de doelstelling van de beoogde procedurele versnelling en vereenvoudiging is de bestuurlijke afwegingsruimte op lokaal niveau. Voor praktijkhoogleraar gebiedsontwikkeling Friso de Zeeuw (TU Delft) is dat dan ook het pièce de résistance van de wet. In hoeverre moet de overheid mensen tegen wil en dank beschermen? En hoe bereiken wij dat het voor burgers eenvoudiger en beter wordt? Als voorbeeld het realiseren van plattelandswoningen waar gezien de aanwezige hinder van landbouwbedrijven (zoals stankoverlast) een andere milieunorm zou kunnen worden aangehouden dan die in het stedelijk gebied. Immers, de landelijke rust vormt hier een soort compensatie. Een plattelandswoning, met door bewoners geaccepteerde uitzonderingen op de milieunormen, zou toch de richtinggevende manier van denken over basisnormen en bandbreedten moeten vormen? Want, indien bij de uitwerking van de algemene maatregelen van bestuur, waarin tientallen milieunormen worden geformuleerd, beleidsruimte weer wordt dichtgeschroeid zal het verwachtingspatroon wat betreft beter en sneller een stevige deuk oplopen.

Ontslakken

Positief zijn vooralsnog de ervaringen die in acht gemeenten zijn opgedaan met ontslakken. Eindhoven en Zaanstad zetten bijvoorbeeld met succes het kapmes in de wildgroei van ruimtelijke regels bovenop de nationale wetgeving. Die zijn weliswaar met goede bedoelingen ingevoerd, maar door het stapelen van zoveel regels werken ze verstikkend door in het voorbereidend beleids- en realisatieprocessen. Maar er gebeurt meer. Er zijn sinds september 2013 25 nieuwe pilotgemeenten aan het ontslakken gegaan, bijgestaan door een actieteam. Hoewel elke pilot eigen doelstellingen en barrières kent zijn er drie generieke karakteristieken te onderscheiden: durven loslaten, initiatieven beoordelen op toegevoegde waarde (in plaats van te kijken naar regels en procedures) en leren bouwen op vertrouwen. Volgens hoogleraar gebiedsontwikkeling Arjan Bregman is het dan ook de hoogste tijd om vanuit de praktijk van deze pilots input te leveren voor de discussie en toekomstige aanpassingen van de nieuwe wet. De Omgevingswet zal volgens hem handvatten moeten bieden voor “de omslag van de grootschalige ontwikkelingen met blauwdrukkarakter naar organische gebiedsontwikkeling met de overheid in een faciliterende rol. De wet zal keuzemogelijkheden moeten bieden”. Dit heeft natuurlijk ook consequenties voor het grond(exploitatie)beleid. De combinatie van bestemmingsplan en grondexploitatieplan met een geldigheidsduur van tien jaar is daardoor welhaast onmogelijk. De nieuwe wet zal hier ook een oplossing voor moeten vinden.

Naar ons oordeel biedt de Omgevingswet meer ruimte voor privaat initiatief, als tenminste de aanbevelingen en praktijkervaringen met het ontslakken serieus worden meegenomen in de uitwerking dan wel definitieve vaststelling van de wet. Het bevechten van vooral politiek-bestuurlijke afwegingsruimte ten opzichte van rigide nationale en Europese sectorale normen vergt taaie vechtlust. Voordat je het weet heb je naast de milieueffectrapportage ook nog een gezondheidseffectrapportage. Dan zijn zowel het tempo als de noodzakelijke maatschappelijke participatie bij bouw- en gebiedsontwikkelingsplannen helemaal teruggebracht tot een onaanvaardbaar niveau.

Drs. Bert Wolting, Wolting Gebiedsconsult (wolting@gebiedsconsult.nl)

Drs. Robbert Coops, Sociaal-geograaf en werkzaam bij Schinkelshoek Verhoog Communicatie (r.coops@schinkelshoekverhoog.com)

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels