artikel

Gezonder klimaat en lagere energiekosten

bouwbreed

Gezonder klimaat en lagere energiekosten

Iedereen is het er wel over eens dat het binnenklimaat in scholen aangepakt moet worden. De investeringskosten vormen vaak de bottleneck. Laten we het anders aanpakken: op een kostenneutrale manier het binnenklimaat verbeteren en de school tegelijkertijd verduurzamen op energiegebied. Een utopie?

Alleen al vanuit de overweging dat 10 tot 20 procent van de kinderen last heeft van allergische of astmatische klachten, zou een goede luchtkwaliteit een vanzelfsprekendheid moeten zijn. Dat is helaas niet het geval. De gevolgen van een slechte luchtkwaliteit zijn ingrijpend: prikkelbaarheid, oogirritaties, luchtwegirritaties, vermoeidheid, (hardnekkige) hoofdpijn en concentratieproblemen. Tegelijkertijd heeft een slecht binnenklimaat een negatieve invloed op de leerprestaties.

Dé manier om het binnenklimaat fors te verbeteren is het aanbrengen van een goed ventilatiesysteem. Dit vraagt echter een investering van 8000 tot 12.000 euro per lokaal, afhankelijk van het aantal lokalen en de specifieke omstandigheden. Daar komt bij dat de systemen een hoger energiegebruik hebben, omdat er veel meer geventileerd gaat worden dan in de oude situatie. De ventilatoren gebruiken elektriciteit en er gaat warmte verloren, hoewel technieken gebruikt worden om warmte uit de afgezogen ventilatielucht te halen en deze te gebruiken om de binnenkomende ventilatielucht te verwarmen. In de niet-aangepaste scholen wordt nauwelijks geventileerd of gaan ventilatieroosters of -raampjes in de koudere periode dicht omdat leerlingen en leerkracht last krijgen van tocht. Dan is er nauwelijks sprake van warmteverlies door ventileren en dus ook niet van besparingen door energiezuinig te ventileren.

In een goed ventilatiesysteem zitten filters die ervoor zorgen dat stof en andere vervuilingen niet naar binnen worden geblazen. Filters moeten minimaal jaarlijks vervangen worden, waardoor de onderhoudskosten toenemen. Per saldo betekent een gezond binnenklimaat dus dat een school eerst moet investeren en vervolgens ook geconfronteerd wordt met hogere energie- en onderhoudskosten.

Er zijn oplossingen om dit dilemma te doorbreken. In oudere scholen kan vaak relatief eenvoudig bespaard worden op het energiegebruik door isolatie van het gebouw, isolerende beglazing, aanpassing van de verwarmingsregeling en aanpassing van de verlichting. Tegelijkertijd kunnen op daken zonnepanelen geplaatst worden die elektriciteit produceren uit zonlicht. Uitvoering van deze maatregelen kost inderdaad geld, maar ze geven ook elk jaar lagere energiekosten. Het aardige is dat deze maatregelen zich vaak binnen vijf tot tien jaar terugverdienen. Daar zit de sleutel. Door bijvoorbeeld een lening aan te gaan of ‘spaargeld’ van de schoolvereniging te benutten, kunnen de maatregelen uitgevoerd worden. In dit model is de school eigenaar van de zonnepanelen en blijft de energieopwekking vrijgesteld van energiebelasting. Als de lening in vijftien jaar afgelost wordt, worden bij de juiste keuzes voor energiebesparende maatregelen de kosten van aflossing en rente en de hogere exploitatiekosten van het ventilatiesysteem gefinancierd vanuit het verschil tussen de hoge ‘oude’ energierekening en de ‘nieuwe’ lage energierekening. Vanaf het allereerste moment heeft de school dan de beschikking over een goed binnenklimaat tegen gelijkblijvende kosten. Na vijftien jaar is de lening afgelost en krijgt de school naast een gezond binnenklimaat ook een lagere energierekening. Daarnaast draagt een zuinige school bij aan vermindering van de CO 2 -uitstoot en dat is vanuit de gedacht van duurzaamheid een goede zaak!

Belangrijk hierbij is dat bedrijven die de maatregelen in de school realiseren gedurende minimaal de looptijd van de lening garanderen dat de systemen goed blijven functioneren en de besparingen gehaald worden. Dat vraagt om schoolbesturen met visie en uitvoeringspartijen die verantwoordelijkheid willen nemen voor hun werk.

In plaats van een lening af te sluiten bij een bank, gemeente of leverancier is het ook mogelijk om ouders te laten participeren in een fonds om de school van de kinderen te verbeteren. Spaargeld brengt bij de bank nauwelijks rente op. Ouders kunnen hun geld tegen spaargeldrente aanbieden. De school hoeft dan minder rente te betalen, kan eerder aflossen of het voordeel gebruiken om te investeren in bijvoorbeeld leermiddelen. Het kost ouders niets, maar de kinderen zitten in een gezond binnenklimaat, de CO 2-uitstoot daalt en onder voorwaarden is er ruimte om nog wat extra’s te doen. Waar wachten we nog op?

Ir. Gert Harm ten Bolscher, werkzaam bij adviesbureau DWA

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels