artikel

Vernietiging arbitraal vonnis

bouwbreed

Vernietiging arbitraal vonnis

Voor de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet en de Gids Proportionaliteit was de trend waarneembaar dat overheidsopdrachtgevers voor geschillen het arbitraal beding schrapten ten gunste van de overheidsrechter.

Inmiddels wordt in bouwgeschillen weer veelvuldig arbitrage overeengekomen. Gekozen wordt bijvoorbeeld voor de RvA en het NAI. Geschillen met een (meer) internationaal karakter worden vaak voorgelegd aan The London Court of International Arbitration (LCIA) en de, mede ingegeven door FIDIC, belanghebbende International Chamber of Commerce (ICC).

Als partijen arbitrage overeenkomen, doen zij afstand van het recht hun geschil voor te leggen aan een overheidsrechter. Bij de overheidsrechter staan echter wel enkele rechtsmiddelen open om het arbitraal vonnis aan te tasten, waaronder vernietiging. In algemene zin moet daarbij voorop worden gesteld dat op grond van vaste rechtspraak naar Nederlandse recht de mogelijkheid tot vernietiging beperkt is en dat de overheidsrechter bij een dergelijke vordering de nodige terughoudendheid moet betrachten.

Dit werd onlangs bevestigd in een geschil tussen een Turkse gemeente en een bouwconsortium (waarvan Güris deel uitmaakt), over de bouw van een metro. In de aannemingsovereenkomst was een arbitrageclausule opgenomen en het geschil had geleid tot een ICC-vonnis. Door de gemeente werd een vordering ingesteld bij de Rechtbank Den Haag, waarin de vernietiging van het arbitrale vonnis werd gevorderd. De gemeente stelde dat haar achteraf was gebleken dat een bij de arbitrage betrokken arbiter, aangewezen door de bouwcombinatie, niet onpartijdig en/of onafhankelijk was. Zij lichtte toe dat de betreffende arbiter a) in het verleden als advocaat had opgetreden voor een ander bouwconsortium waarvan aannemer Güris deel uitmaakte en b) in een andere ICC-arbitrage waarin hij was benoemd op voordracht van die bouwcombinatie met succes was gewraakt. De vordering van de gemeente slaagde niet. In haar vonnis (ECLI:RBDHA:2014:1752) oordeelt de rechtbank dat de gemeente onvoldoende concrete steekhoudende feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht over de gestelde maar betwiste partijdigheid van de bewuste arbiter om tot vernietiging van het ICC-vonnis te komen.

De uitspraak past in de lijn van de rechtspraak van de Nederlandse rechter, inhoudende dat arbitrale vonnissen niet zonder meer kunnen worden vernietigd. Er geldt een strenge(re) maatstaf om te voorkomen dat een vernietigingsprocedure wordt gebruikt als een verkapt hoger beroep.

Marc Houweling, Severijn Hulshof Den Haag

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels