artikel

Niet alleen uitvoeren, juist nu is visie nodig

bouwbreed

Niet alleen uitvoeren, juist nu is visie nodig

Afgelopen vrijdag stond een interview in de krant met hoogleraar gebiedsontwikkeling Friso de Zeeuw. Aanleiding was het rapport ‘Gebiedsontwikkeling Nieuwe Stijl’ van minister Schultz. De Zeeuw vindt het rapport “een stuk beter dan het vorige”, maar “ze wijzen niches aan als nieuwe trend en zien nieuwe ontwikkelingen en verdienmodellen die er niet zijn”.

De Zeeuws nuchtere en pragmatische pleidooi om niet het wiel opnieuw uit te vinden, maar met verstand, vakmanschap en transparante verhoudingen (zowel binnen de publieke zijde als publiek-privaat) aan het werk te gaan en niet in paniek te geraken, spreekt me aan. Back to the basics is een mooie missie voor lokaal grondbeleid. Dit geldt ook voor zijn pleidooi dat gemeenten moeten ‘ wennen’ aan een afdracht van nul euro vanuit het grondbedrijf. De Zeeuw onderschat de kaalslag en grote impact van bezuinigingen in veel gemeenten als gevolg van de problemen van grondbedrijven. Het is veel erger dan hij schetst helaas. Priemus sprak op 7 januari in Het Financieele Dagbladal van 4 miljard extra noodzakelijke afboekingen. We zullen minder restposten in de grondexploitaties moeten opnemen die elders gaten dichten. Dit zal leiden tot tekorten op andere terreinen, want daar is zonder de afdracht uit de grondexploitatie weer geen geld voor.

Ik had graag willen lezen hoe de Zeeuw aankijkt tegen het feit dat er voor (binnen)stedelijke programmering en herontwikkeling geld bij moet. Dat zal zonder aanvullende rijksfinanciering en gebrek aan mogelijkheden om het gemeentelijke belastinggebied te vergroten een vrijwel onmogelijke opgave worden. Wat is de visie van De Zeeuw hierop naast gesomber? Moest het rapport Stad en Land van het CPB niet hoog op de agenda voor de gemeenteraadsverkiezingen? Ik zou hierbij vanuit mijn rol als kennisorganisatie willen toevoegen in de discussies meer aandacht te hebben voor de toepasbaarheid van de ontwikkelde kennis en concepten over stedelijke vernieuwing en gebiedsontwikkeling de afgelopen tientallen jaren. De Zeeuw wijst er terecht op dat er veel kwalitatieve resultaten de afgelopen vijftig jaar met grondbeleid zijn behaald.

Verduurzamingsslag

Toch slaat De Zeeuw door in zijn nuchterheid. Hij relativeert een aantal zaken wel erg makkelijk. Nieuwe hemelbestormende visies en andere verdienmodellen zouden niets opleveren, want er zijn nog zo weinig resultaten. Dat is sowieso logisch want een gebiedsontwikkeling duurt in dit land zo tien jaar. De Zeeuw gaat voorbij aan het feit dat cultuurveranderingen, de noodzakelijke verduurzamingsslag waar we in zitten en een andere manier van (samen)werken zeker tien jaar duurt en dat is nog exclusief de tijd voor complexe gebiedsontwikkeling. Een nieuw concept zoals stedelijke herverkaveling heeft logischerwijs geen resultaten opgeleverd, maar zorgt er wel voor dat veel nauwkeuriger wordt gekeken naar eigendom, eigenaren en hoe je zorgt voor duurzaam waardebehoud en -ontwikkeling. Idem geldt voor de ladder duurzame verstedelijking die er echt wel voor heeft gezorgd dat we veel meer aandacht hebben voor (de waarde van) het bestaande en herontwikkelen. Ik vind het zorgelijk dat De Zeeuw sarcastisch spreekt over hemelbestormende visies en vanuit zijn rol als marktpartij niet juist pleit voor belang van een actuele visie. Publieke en private partijen, eigenaren, ondernemers en bewoners hebben voor het herwinnen van vertrouwen weer te investeren, duidelijkheid op lange termijn en een kader nodig. Er is juist nu wel behoefte aan een visie en we moeten niet alleen maar roepen uitvoeren, uitvoeren, uitvoeren.

Ten slotte zou ik graag aan de discussie over grondbeleid voor de nieuwe colleges van B&W willen toevoegen scherper te kijken naar de wijze waarop we gaan werken aan duurzame stedelijke (her)-ontwikkeling. Dat kost dus geld, maar levert maatschappelijk veel op. We zullen debat moeten voeren om goedkoper te bouwen en wellicht zullen we vaker onze ambities, de kwaliteit van de bouw en buitenruimte wat betreft kwaliteit naar beneden bij moeten stellen. Dit zou ook kunnen betekenen dat er bijvoorbeeld minder ondergrondse garages komen, minder mooie parken, etc. Of zijn andere verdienmodellen mogelijk, want dit klinkt als kaalslag en we willen toch quality of life?

Bekijk het interview met Friso de Zeeuw hier. 

Cees-Jan Pen is programmaleider van Platform31. Dit artikel is eerder gepubliceerd in RO Magazine van maart 2014. Reageer op dit artikel via Twitter: @CeesJanPen of @CobouwNL

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels