artikel

Kostendeskundige is juist geen cijferfetisjist

bouwbreed

Kostendeskundige is juist geen cijferfetisjist

Kostenkennis in de bouw staat steeds meer onder druk. De aanwas van startende calculatoren en bouwkostendeskundigen neemt af, net als de kennis waarmee ze de school verlaten. Jan Moree vindt dat zijn vak om te beginnen beter verkocht moet worden. Een kostendeskundige is geen cijferfetisjist, maar een allround bouwkundige met gevoel voor cijfers. En daarvoor is altijd werk.

Steeds minder jongeren worden calculator of kostendeskundige. De belangstelling is al enkele jaren tanende. Hoewel er nog wel een hbo-opleiding ‘calculator’ bestaat, daalt het aantal studenten daar. En op middelbaar niveau bestaat het kostenvak als zelfstandige opleiding eigenlijk niet meer. Dat geldt ook voor de avondcursus die veel van de oude rotten in het vak vroeger naast hun baan volgden. Tegelijk neemt ook de zichtbaarheid van het vak af. ‘Struikelde’ je vroeger bij iedere aannemer van enige omvang over bouwkostenkenners, tegenwoordig zitten zij bij een relatief klein aantal gespecialiseerde adviesbureaus. Ook grote bouwbedrijven besteden hun ramingen namelijk steeds meer uit. Daardoor lijkt het iets wat niet tot de kern van de bouw behoort, iets wat eenvoudig te outsourcen is. Maar het tegendeel is waar.

Kennis van bouwkosten – en dan vooral van het beïnvloeden daarvan in het ontwerpproces – betekent vooral dat je veel verstand moet hebben van het bouwen zelf: van materialen, uitvoeringsmethoden en logistiek. Weten ook wat kwaliteit is, en wat niet. Een calculator of kostendeskundige moet dus vooral een allround bouwkundige zijn – met liefde voor de bouw én gevoel voor cijfers. Het beeld van de kostenman of -vrouw die de hele dag als boekhouder al cijfertjes jonglerend achter een telraam zit, klopt niet. Hij of zij is eerder de spil in het ontwerp- en bouwproces: iemand met meer dan gemiddeld verstand van bouwen, van de grote lijn én de details. BIM zal aan die rol niets veranderen, integendeel. Met BIM hebben we er vooral een handig hulpstuk bij. Een tool die arbeidsintensief werk een stuk minder arbeidsintensief maakt. Digitalisering maakt juist dat er steeds meer behoefte zal zijn aan vakmensen die de vertaalslag naar de bouwplaats kunnen blijven maken. Dáárin zit de echte winst.

Potentie heeft het vak dus meer dan genoeg. Nu is het vooral zaak dat we jongeren ervoor weten te interesseren én ze opleiden. Ofwel ze eerst een goede allround bouwkundige opleiding geven, eigenlijk zoals dat bij de vroegere mts’ers en hts’ers gebeurde. Vervolgens moeten we ze tijdens die opleiding een reëel beeld geven van het kostenvak en studenten met gevoel voor cijfers een vervolgopleiding én begeleiding in de praktijk aanbieden. Zoals ieder vak leer je ook het kostenvak immers in de praktijk, onder de hoede van die eerdergenoemde oude rotten. Het bedrijfsleven heeft daarin een belangrijke verantwoordelijkheid, zowel kostenbureaus als bouwbedrijven. Laten we een voorbeeld nemen aan het succes van het groeiende aantal bedrijfsvakscholen in andere sectoren, zoals die van de Nederlandse Spoorwegen. Jongeren staan daar in de rij voor de combinatie van scholing en een baan die daarbij hoort.

Het dreigende tekort aan goede calculatoren en kostendeskundigen betekent voor jongeren een bijna zekere baangarantie. En mochten ze met die praktische, prachtige allround opleiding onverhoopt toch niet in het kostenvak belanden, dan zullen ze ongetwijfeld hun weg naar een andere mooie functie in de bouw vinden.

Jan Moree, RKN, Hoofd bouwzaken Bouwfonds Ontwikkeling, namens stichting Register Kostenmanager Nederland

(www.stichtingrkn.nl)

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels