artikel

Op weg naar een circulaire economie

bouwbreed

Op weg naar een circulaire economie

De beste leidraad voor succesvolle vernieuwing is voor Atto Harsta de overgang van de huidige lineaire naar een circulaire economie. Een prachtig toekomstperspectief voor de bouwketen. En toekomstige generaties krijgen dezelfde mogelijkheden als wij.

De huidige bouweconomie is een kind van de industriële revolutie, die letterlijk en figuurlijk fossiel is gedreven. De ontdekkingen van de enorme voorraden steenkool, olie en gas waren het startpunt van deze nieuwe tijd, de carbon economy. Alle verworvenheden van Bauhaus tot high tec, druipen in olie. Het nieuwe bouwen, de hoogbouw, de stedelijke verdichting, de 24-uurseconomie zijn alle volledig afhankelijk van fossiele bronnen. De snelle groei van de wereldbevolking kon alleen stand houden door de landbouwrevolutie die, gevoed door olie, enorme productieverbeteringen realiseerde. Alle processen werden lineair.

Pijn

De gehele fossiele energiemarkt zet zich momenteel schrap om de laatste restjes koolwaterstoffen tegen enorme maatschappelijke risico’s uit de bodem te halen (o.a. schaliegas, Arctische olie). Onze overheid is afhankelijk van de energiebaten en de overgang zal in eerste instantie pijn doen. Totdat we dat accepteren, houden we de vervuilende kolencentrales in bedrijf en worden de Groningers met een doekje voor het bloeden afgeleid om ook nog het laatste gas uit de bodem te pompen. In dat perspectief hebben we weinig geleerd van het einde van het kolentijdperk. Ditzelfde verzet zie je nu bij de grote machtsblokken in de bouw (beton, staal, aluminium, glas). Ook zij vergroenen slechts voor de bühne en zijn vooral bezig om achter de schermen hun marktaandeel te bestendigen.

Tachtig procent van alle grondstoffen die de bouw nu gebruikt, wordt tegen grote maatschappelijke kosten overeind gehouden. Ze worden gesubsidieerd om het systeem niet te hoeven veranderen. De CO2-emissies die kleven aan de meeste van onze producten en gebouwen worden niet of nauwelijks betaald door de vervuiler. Met als gevolg dat de schone substituten (zowel duurzame energie als duurzame materialen en constructies) het heel moeilijk hebben en vanuit een marginaal marktsegment opereren. Een zognoemde Take, Make, Waste voorbeeld in de plastic soep, een kunststof archipel van honderd miljoen ton afval (34x Nederland) dat drijft in de Stille Oceaan als een monument van onze lineaire economie.

Om de grondstofverslindende manier van bouwen te stoppen zijn dus vergaande aanpassingen nodig. De theorie van Eckart Wintzen (1939 – 2008) is nog steeds reëel en interessant. Wintzen wilde het mondiale belastingstelsel wijzigen van belasting op arbeid naar belasting op grondstoffen. (http://ex-tax.com). Dit zou de ontwikkeling van een economie die is gebaseerd op hernieuwbare grondstoffen enorm kunnen versnellen en de lineaire technologische processen kunnen ombuigen naar gesloten kringlopen.

Een circulaire economie kent twee gelijkwaardige gesloten cirkels: de technische en biologische.

Aan de biologische kringloop heeft de bouw nog nauwelijks aandacht besteed, terwijl die kringloop juist zeer kansrijk is voor deze Nederlandse bouwsector.

De Nederlandse overheid heeft wel zwaar ingezet op de ontwikkeling van een biobased economie. Deze omvat een zeer breed veld waarin gewassen en reststromen uit de landbouw en voedingsmiddelenindustrie worden ingezet voor de productie van materialen, chemicaliën, transportbrandstoffen en energie.

Principiële vragen als: gaan we maïs verbouwen voor de productie van (dier)voeding, energie of grondstoffen?, zullen moeten worden beantwoord. Is er voldoende landbouwareaal om al die sectoren en behoeften in hernieuwbare grondstoffen te voorzien? Het antwoord hierop is dat er zowel aan vraag- als aanbodzijde grootschalige vernieuwing zal moeten plaatsvinden om tot een volhoudbare balans te komen. Zeker als de wereldbevolking en de grondstofbehoeften blijven stijgen. De uitweg uit de crisis is circulair denken en doen. Lokaal organiseren en realiseren en inzetten op rendement voor de lange termijn waarbij planet net zo zwaar meetelt als people en profit.

Voor de bouw, als grootverbruiker van grondstoffen en energie, heeft dit enorme consequenties. Het vraagt om volledige herbezinning op de wijze waarop wij onze gebouwde omgeving gaan ontwerpen, (ver)bouwen, gebruiken en weer hergebruiken. In onze sector zal het aandeel biobased bouwtechnieken en –materialen de komende jaren sterk toenemen. Biobased materialen bestaan uit nagroeibare grondstoffen. Grondstoffen die opnieuw aangroeien tijdens de functionele levensduur van het materiaal, met als enige ingrediënten natuur, zon en tijd. Ook grondstoffen met een dierlijke herkomst vallen daar onder, zoals wol of varkensvet.

Schimmels

Hier liggen enorme ontwikkelpotenties. Enerzijds door nieuwe reststromen die zich aandienen, anderzijds door nieuwe biochemische inzichten.

Twee voorbeelden:

– Het met biopolymeren van afval van rietsuikerstengels, verduurzaamde dennenhout (Foreco in samenewerking met Trans Furans Chemicals).

– ‘Mushroom materials’ van Ecovative Design: schimmels (paddenstoelen) zetten in een hoog tempo een agrarische reststroom om in een biologisch isolatiemateriaal, zoals verpakking of isolerende bouwplaat. De ontwikkelaars verwachten dat op deze manier zelfs huizen kunnen worden gebouwd.

We verkeren mondiaal in een economische en technologische transitiefase. Dit levert de bouw enorme uitdagingen op. Als wij deze uitdagingen oppakken, vanuit het juiste historisch perspectief en met open vizier voor zowel technologische als biologische kringlopen, kunnen we de toekomst vormgeven zodat ook volgende generaties dezelfde mogelijkheden krijgen als wij. Zonder focus op de biologische cyclus, die nog vrijwel geheel moet worden ontwikkeld, zal het systeem niet in balans komen. Voor de gehele bouwketen is dit een prachtig toekomstperspectief met een economische potentie die vele malen groter is dan in de hoogtijdagen van voor de crisis.

De uitweg uit de crisis is dus een rondje om de kerk: circulair denken en doen. Lokaal organiseren en realiseren, en inzetten op rendement voor de lange termijn waarbij planet net zo zwaar meetelt als people en profit. Verzilver je bestaansrecht, booost het circulaire bouwen!

Atto Harsta, bouwtechnoloog en bouwinnovatieadviseur Van 2004 tot 2010 was hij bestuurslid van Booosting, waarvan de laatste twee jaar als voorzitter.

Dit is een verkort essay uit het boek ‘Glimpses of the future’ dat ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van Booosting is uitgegeven. Op 11 januari verscheen op deze plaats ‘Natuur helpt bij reductie CO2-uitstoot’ van Jan van der Windt en op 27 januari ‘2038: wonen in een virtueel gebouw’ van Iwan van Bochove.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels