artikel

Boeiende contrasten en tegenstellingen

bouwbreed

Boeiende contrasten en tegenstellingen

Jan den Boer bezoekt Oost-Groningen en leest over krimp. Hij ontdekt dat de krimpdiscussie en het krimpgebied Oost-Groningen vol boeiende contrasten en tegenstellingen zit.

Krimp is een van de grote uitdagingen in de ruimtelijke ordening van Nederland. Hoe ziet dat eruit in de praktijk? Begin deze maand word ik een middag rondgeleid in Oost-Groningen. Ik ervaar dat krimp vele gezichten heeft. In Scheemda zijn oude woningen afgebroken en vervangen door prachtige twee-onder-een-kappers. Te koop voor ruim 2 ton, vanuit randstedelijke begrippen onvoorstelbaar goedkoop. En het ziet er prachtig uit.

Buiten de bebouwde kom zien de meeste boerderijen er prachtig gerestaureerd uit. Maar af en toe kom je ineens een ruïne tegen, een lang verlaten boerderij, in elkaar gestort, overgroeid met klimop en bomen die laten zien dat dit al enige tijd zo staat. Eigenlijk heeft het nog wel een eigen schoonheid, zo’n ruïne, maar het tekent ook de gevolgen van langdurige leegstand.

Dan komen we aan in Winschoten. Midden in het centrum een grote onduidelijk vormgegeven parkeerplaats met daaromheen achterkanten van gebouwen in verschillende staten van onderhoud. Een winkelstraat met een onbegrijpelijke mix van strakke kale nieuwbouwappartementen die te koop staan en niets te maken hebben met de omgeving, een nieuw winkelcentrum dat gedeeltelijk leeg staat en qua vormgeving nauwelijks aansluit op de omgeving en dichtgetimmerde winkels die laten zien dat dit nieuwe winkelcentrum geen bestaansrecht meer heeft.

Wat kunnen we doen aan leegstand en krimp? Tom Bergevoet en Maarten van Tuijl schreven hierover het boek ‘De flexibele stad’. De stelling van het boek is dat de ruimtelijke ordening vastgelopen is, en dat ze een nieuwe flexibele ontwikkelwijze presenteren die oplossingen biedt voor de actuele uitdagingen van de stad. En in essentie maken ze die belofte ook waar. Een keurige analyse van de veranderingen in de ruimtelijke ordening, een keurige ordening van de verschillende vormen van flexibiliteit, een helder overzicht van instrumenten voor een flexibele stad en ook nog een hoofdstuk met prachtige voorbeeld door het hele land. Echt een aanrader als je een overzicht wilt voor wat er op dit moment speelt in Nederland.

Maar het boek geeft ook een wat ongemakkelijk gevoel. Het is allemaal wel heel netjes geordend, toch weer dat keurig aangeharkte Nederlandse ruimtelijke-ordeningstuintje. Het voelt eigenlijk toch heel erg als de ouderwetse Nederlandse manier van plannen. Wat kan zo’n boek bieden voor Winschoten?

Rampgebied

‘s Avonds geef ik een lezing in Scheemda over krimp en vertelde over de oplossingen die het boek biedt. Minder macht voor de oude garde van ontwikkelaars en bestuurders, meer ruimte voor lokale initiatieven, co-creatie, matchmaking, crowd funding, en open sourcing. De aanwezigen leken niet onder de indruk. Ze herkennen dat Winschoten een stedenbouwkundig rampgebied is, maar ze denken niet dat dit nu fundamenteel gaat veranderen. Ze zien dat de systeemwereld van geld en macht wel even meebeweegt, maar een van de aanwezigen was toch zeer bezorgd dat de oude garde de macht snel teruggepakt op het moment dat het mogelijk is.

Dezelfde zorg hoorde ik van een collega van mij bij de gemeente Utrecht. Hij zei dat iedereen dezelfde succesverhalen herhaalt. Maar in zijn projectgebied komt er weinig van de grond omdat er uiteindelijk toch geen geld is en men verwacht dat de overheid het geld inbrengt. Hij vertelt dat de laatste maanden de oude ontwikkelende partijen weer terugkomen, en dat die wel geld meebrengen.

Verandering is complex. Kun je flexibiliteit aansturen met een keurig aangeharkt boek? Komt er echt ruimte voor co-creatie en al die andere mooie begrippen, of gaan de partijen met macht en geld hun posities met anderen woorden en andere begrippen gewoon weer opnieuw innemen? Is dat erg? Ik heb zowel in het boek als in Oost-Groningen de antwoorden nog niet gevonden. Maar het is boeiend om het gesprek te voeren, en om rond te rijden in de Blauwe Stad, die prachtige illusie van nieuwe rijkdom in een achtergebleven gebied. Is het mislukt? Het heeft een aantal partijen veel geld gekost, maar het geeft wel wat, een paar rijke enclaves in een nieuw aangelegd natuurgebied. Kortom, de krimpdiscussie en het krimpgebied Oost-Groningen zitten vol boeiende contrasten en tegenstellingen.

Drs.ir. Jan den Boer, stedenbouwkundige. Publiceerde het boek ‘De stad is van iedereen’, over macht en schoonheid in architectuur.

‘De flexibele stad, oplossingen voor leegstand en krimp’, Tom Bergvoet en Maarten van Tuijl. nai010 uitgevers, Rotterdam, 2013

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels