artikel

Van kleinschalige 
optimalisatie naar doelgericht innoveren

bouwbreed

Wij horen van alle kanten geluiden dat ‘innovatie’ nu ook de bouwsector heeft bereikt. Maar in hoeverre kun je spreken van innovatie als bestaande kaders en producten nog altijd het uitgangspunt vormen? En is innovatie niet pas echt van waarde als we bepalen in welke richting we willen innoveren?

Een recente innoverende beweging in Nederland heeft betrekking op het verduurzamen van de bestaande woningbouw. Met de Stroomversnelling willen we binnen korte tijd woningen nul-op-de-meter maken voor de kosten van de energierekening. Dit komt neer op een investering van 45.000 euro; een investering met je energierekening over dertig jaar. Of zoals het meestal verkocht wordt: een energieneutrale woning voor dezelfde maandelijkse woonlasten. Dit betekent dat huiseigenaren bereid moeten zijn om 45.000 euro te investeren inclusief alle rompslomp rondom een renovatie, alleen om een energieneutrale woning te krijgen die zich terugverdient na dertig jaar. Er kunnen vraagtekens gezet worden bij de aantrekkelijkheid van deze doelstelling, want in feite reduceren we ‘wonen’ hierbij tot de energierekening. Verliezen we daarbij de gebruiker niet uit het oog? Keukens worden ook niet verkocht op basis van terugverdientijden. Het gaat daarbij veel meer om het gebruiksgemak en een gewenst design. Als we deze benadering ook meer in acht zouden nemen in de woningbouw, zou de ontwerpvraag zich veel meer richten op: Hoe kan deze renovatie woonwaarde creëren? Hierbij gaat het antwoord veel meer over woonaspecten als ruimte, comfort en uitstraling; leefkwaliteit waar de eigenaar al direct na renovatie profijt van heeft. Wij zien dan ook een gouden kans in de combinatie van energieneutraliteit en leefkwaliteit als doelstelling. Hierbij wordt energieneutraliteit aantrekkelijk en tastbaar door het directe profijt van leefkwaliteit na renovatie. Tegelijkertijd wordt deze leefkwaliteit betaalbaar voor iedereen dankzij de energierekening die bespaard wordt.

Om er zeker van te zijn dat we deze doelstelling halen, zouden de innovaties ook in deze richting ontwikkeld moeten worden: doelgericht innoveren. Dit betekent dat dergelijke renovaties niet langer standaard een compositie zijn van bestaande producten, maar dat de producten ontwikkeld worden ten behoeve van het behalen van de doelstelling. Bouwers en ontwerpers hebben de rol om deze innovatie aan te sturen in de gewenste richting en te waken over de waarde van het totaalontwerp. Dit betekent voor leveranciers dat ze niet langer kleinschalig optimaliseren maar producten zullen ontwikkelen die voldoen aan de randvoorwaarden vanuit de doelstelling. Om energieneutrale renovaties met een gewenst design voor 45.000 euro te halen, voldoet het inpassen van bestaande zonnepanelen op de diversiteit aan daken niet meer; dit ziet er rommelig uit, de uiteindelijke productie is onzeker en er gaat veel geld verloren aan deze inpassing per woning. Door Er zouden hoogwaardige panelen ontwikkeld moeten worden die makkelijk geïntergeerd kunnen worden in de diversiteit aan daken.

Aanpasbaar

Om de randvoorwaarden van 45.000 euro te halen, zullen we in plaats van het proberen inpassen van bestaande zonnepanelen op de variatie van daken, vanuit het totaalconcept een product ontwerpen dat aanpasbaar is op verschillende daken, energie produceert én mooi is. Ook zullen leveranciers niet alleen moeten focussen op technische prestaties van producten maar ook op gebruik, zodat bewoners techniek in de woning niet moeten maar willen.

Voor onze energieleveranciers en netbeheerders betekent doelgericht innoveren dat ze een service zullen ontwikkelen die veel meer voorziet in het opslaan en slim distribueren van energie dan het produceren en verkopen ervan. Het kunnen investeren van 45.000 euro gaat er namelijk al vanuit dat de energierekening volledig komt te vervallen. Om dit soort veranderingen te bereiken zullen we stappen moeten maken die buiten onze gebaande wegen gaan om bijvoorbeeld technieken uit de autobranche te halen en efficiënte, duurzame opslag mogelijk te maken.

Een essentiële rol in dit doelgericht innoveren is weggelegd voor overheden en gemeenten. Zij zullen ervoor moeten zorgen dat welstand en bestemmingsplannen ruimte bieden voor pilots. Ze moeten financiering voor deze energieneutrale renovaties aantrekkelijker maken door bepaalde leningen mogelijk te maken, of wellicht door eventuele waardevermeerdering door nul-op-meter-renovaties niet mee te nemen in het bepalen van WOZ-waarde. Misschien dat gemeenten een rol kunnen spelen in het vereenvoudigen van vergunningsprocedures voor bepaalde nul-op-de-meter-renovaties. Uiteindelijk is de belangrijkste rol het duidelijk communiceren van deze nieuwe mogelijkheden naar woningeigenaren.

De innoverende beweging in de bouwsector geeft aan dat alle partijen het belang van innovatie in gaan zien, wat essentieel is in de transitie naar een duurzame leefomgeving. Wij zien de mogelijkheid om hier veel meer uit te halen door een gewenste richting te bepalen en te garanderen dat innovatie zich in deze richting voltrekt. Zo verliezen we ons niet in kleinschalige technische en financiele optimalisatie van producten. Uiteindelijk zou een betaalbare en energieneutrale bebouwde omgeving niet zozeer een doel maar een middel moeten zijn om een hoogwaardige en duurzame leefomgeving te creëren voor iedereen.

Josien Kruizinga, Tim Jonathan, Bob Bogers, Leden van het team van de TU Delft dat met de inzending Prêt-à-Loger, Home with a skin, de derde prijs heeft gewonnen van de Solar Decathlon 2014

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels