artikel

Ruimtelijk gepuzzel over de grenzen heen

bouwbreed Premium

Ruimtelijk beleid houdt niet op bij de grens. Noch bij gemeenten, noch bij provincies en ook niet bij de landsgrens. In dat opzicht is het nuttig om in Europees verband te bezien welke samenwerking er mogelijk is, welke gemeenschappelijke ervaringen er bestaan en hoe autonomie zich verhoudt tot Europese spelregels. Het initiatief om in 2016 te komen tot een European Urban Agenda past daar bijvoorbeeld in.

De stapeling van sectoraal beleid leidt in ons land onvermijdelijk tot juridisch en ruimtelijk gepriegel op de vierkante meter. “De komst van de Europese Unie als ‘vierde bestuurslaag’ heeft de verhoudingen tussen besturen veranderd. Omdat er op EU-niveau geen ruimtelijke ordening bestaat, wordt het EU-beleid dat relevant is voor de ruimtelijke ordening bedacht en vormgegeven vanuit de verschillende sectoren. Elke Europese sector en elk directoraat-generaal werkt weer anders. Tal van beleidsregimes bestaan hierdoor naast elkaar.” Die nuchtere constatering vanuit het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in een publicatie over de Europeanisering van de ruimtelijke ordening bevestigt nog eens de ingewikkelde spagaat waarin de Nederlandse overheid zich staande tracht te houden om nog iets van eigen beleidsambities te kunnen realiseren. Op een kaart in het rapport blijkt welke geringe beleidsvrijheid er voor de nationale overheid eigenlijk nog overblijft. En welke kruimels er voor provincies, gemeenten en waterschappen overschieten. De vergelijking met een in 1983 gemaakte, samengestelde kaart van alle (nationale) planologische kernbeslissingen (pkb’s) dringt zich op. Het was een in kwantitatief opzicht hoogtepunt waarin vele ruimtelijke nota’s en (sectorale) structuurschema’s ter discussie stonden. Ook toen bleek wat stapeling van sectorale ruimtelijke beleidsplannen oplevert; gemeenten en provincies bleken toen – eigenlijk net als nu – alleen maar uitvoerders of beleidsvolgers te zijn van het beleid van hiërarchisch hogere bestuurslagen. De zaak was dichtgetimmerd, de beleidsvrijheid nul. En de positie van burgers, bedrijven of organisaties in dat geheel was uitermate zwak. Die historie dreigt zich te herhalen.

Brussel

Niet alleen het nationale planningsysteem wordt inmiddels steeds Europeser in die zin dat de ruimtelijke hoofdstructuur (zoals nationaal vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte) eigenlijk een optelsom is van Europese beleidskaders, maar ook de invloed van Brussel via restrictieve regelgeving en subsidieverstrekking is groot. De integrale afwegingen en het overleg- en participatieproces zoals dat in ons land normaal wordt gevonden zijn langzamerhand overvleugeld door missieven uit Brussel. Het is de vraag of de bedoelingen van het nieuwe Omgevingsrecht in die context levensvatbaar zijn.

De verticale coördinatie tussen gemeente, provincie, rijksoverheid en de EU blijkt bij dat alles gebrekkig, terwijl het ook in de horizontale coördinatie hapert, omdat het ruimtelijk beleid niet geheel aan gemeenten kan worden overgelaten. Alleen het rijk kan immers worden aangesproken op de implementatie van Europese wet- en regelgeving. De invloed van Europa is volgens de auteurs van het PBL “uiterst veelzijdig en complex”. Dat lijkt een understatement. Eigenlijk blijft er maar weinig ruimte over voor nationaal beleid – en dat heeft niets te maken met een pro- of anti-Europagevoel. Het pleidooi om de regie van het ruimtelijk beleid vooral bij de nationale overheid te leggen, komt dan ook misschien wel te laat en staat haaks op de gedachte tot decentralisatie en burgerparticipatie. Het zou ook in het kader van het Jaar van de Ruimte 2015 (dat aanstaande 15 januari in Amsterdam officieel met een manifestatie zal starten) een goede gedachte zijn fundamenteel na te denken of het ruimtelijk planningssysteem zoals dat al tientallen jaren functioneert niet aan een drastische revisie toe is. Dat is zeker geen vrijblijvende gedachtewisseling maar een die consequent zal moet leiden tot nieuwe vormen van overleg, partnership, communicatie en planning.

Drs. Robbert Coops Sociaal geograaf en geassocieerd partner bij Winkelman Van Hessen

(rcoops@wvhcommunicatie.nl)

David Everse en Joost Tennekes (2014): De Europeanisering van de Nederlandse ruimtelijle ordening; bevindingen, Planbureau voor de Leefomgeving (PBL-publicatie nr. 1474), Den Haag, 11 blz.

Reageer op dit artikel