artikel

Investeer in innovatie

bouwbreed Premium

Het zou mooi zijn om innovaties in de bouw te laten finacieren uit vermogen van rijke landgenoten. De kunnen eraan verdienen, en de economie profiteert van de innovaties.

Nederland loopt niet voorop in de kenniseconomie. Toch is dit als exportland met een grote dienstensector van groot belang. Immers, ná ons gas en de tomaten is het enige dat wij kunnen exporteren onze kennis. Die moeten we dan wél hebben of ontwikkelen. Een mooi voorbeeld van kennisexport is onze weg- en waterbouwkundige expertise. Nederlandse ingenieurs en aannemers zijn befaamd om hun prestaties en worden nog steeds geconsulteerd.

Wat de energiezuinige fiets betreft: daar komen onze technische universiteiten zeer goed uit de bus in de jaarlijkse race op zonne-energie door Australië en ook bij de ontwikkeling van robots en computergames schijnen we goed te presteren.

Op het gebied van big datalopen we achter op de Verenigde Staten en ook bij andere technologische ontwikkelingen zijn we geen koploper.

Innovatie is daarom van groot belang om onze kenniseconomie een impuls te geven. Ik kom op dit onderwerp nadat ik naar een radiocolumn van Ben van der Burg, de voormalige schaatser, luisterde. Hij haalde een theorie aan die gebruikt wordt om het succes van een onderneming uit te drukken in percentages waaraan het geld mag worden besteed. X procent aan loonkosten, y procent aan huisvesting en hij noemde 10 procent dat moet worden geïnvesteerd in innovatie om als onderneming succesvol te kunnen zijn en zelfs om op termijn te kunnen overleven. Hij spiegelde dit naar de vermogenstax die actueel geworden is na het bezoek van de Franse econoom Thomas Piketty aan Nederland vorige maand en trok de volgende conclusie: in plaats van vermogenden extra belasting te laten betalen, kun je ze beter overtuigen om 10 procent van hun vermogen in innovatie te investeren. Mocht dit meer rendement opleveren, dan snijdt het mes aan twee kanten: ze zijn hun geld niet kwijt, nee, ze verdienen eraan én onze kenniseconomie kan dan profiteren van de innovaties. We worden er dus met zijn allen beter van.

Wat zou dit voor de bouwnijverheid kunnen betekenen? De bouw is heel langzaam uit een diep dal aan het kruipen. Het herstel is zó pril dat er geen wonderen van mag worden verwacht wat betreft het vermogen om te kunnen investeren. Toch ligt hier een grote kans, bijvoorbeeld duurzaam veilige gebouwen maken die, naast betaalbaar, veilig geproduceerd zijn, slimme technologie bevatten en gebruikersvriendelijk zijn. Immense 3D-printers die hele bouwdelen kunnen maken, op maat gemaakt en uit één stuk.

Veiligheid geïntegreerd in het ontwerp waardoor we niet meer afhankelijk zijn van de gekozen contractvorm om het bouwwerk te realiseren en waarbij een mindere veiligheidscultuur of taalvaardigheid ook niet meer van cruciaal belang zijn. Deze faalcomponenten zijn immers uitgeschakeld. Ontwerpen zijn zo bedacht dat ze maar op één manier veilig kunnen worden gemonteerd.

Het zou mooi zijn om deze innovaties te financieren uit vermogen van rijke landgenoten die daarmee ook écht de kans hebben om het verschil te maken en Nederland op te stoten in de vaart der volkeren.

Daarom mijn uitdaging: investeer in innovatie en laat Nederland groot worden als kenniseconomie. Als bijkomend voordeel voorkomen we dat er veel kennis over bouwen verloren gaat; de bouwvakkers houden hun baan.

Jos Schouten, senior adviseur bij Aboma in Ede

Reageer op dit artikel via Twitter op @abomabv of @CobouwNL

Reageer op dit artikel