artikel

1-4-7-10

bouwbreed

Sommige prestaties zijn nu eenmaal meer subjectief. Ook in de sport. Zoals een kür bij kunstschaatsen. Die krijgt een juryscore. Wat opvalt, is dat achter een dergelijke beoordeling een strak systeem zit. En daarom lopen de individuele scores zelden ver uiteen. Een getraind oog kan dan ook goed inschatten waarop de score bij benadering zal uitkomen.

Deze sportpraktijk is een mooi uitgangspunt bij de beoordeling van Past Performance. Aan de hand van vooraf gedefinieerde eisen en wensen zou een individuele score vrij duidelijk moeten zijn. Deze opdrachtnemer scoort een 6 of een 9 of iets ertussenin. Of wellicht een onvoldoende. Toch lijkt daar nu wat raars aan de hand. Er is een angst dat alle partijen tussen 7 en de 8 gaan scoren. Ik deel de angst, maar begrijp de reactie niet. De cijfers worden namelijk kunstmatig uit elkaar getrokken. Je kunt nog slechts kiezen tussen een 1, een 4, een 7 of een 10. Dat moet het maken van keuzes bevorderen. Helaas gaat dat niets oplossen. Integendeel. Een 10 krijg je in Nederland nooit. Die staat immers voor ‘perfect’. En het kan altijd (nog) beter. Aan de andere kant is er de 1 – voor het lege velletje.

Bij een enigszins normale inschrijving blijft er dus een keuze tussen een 4 en een 7. Een 4 is dan toch weer behoorlijk negatief. Feitelijk loopt het bereik van het cijfer 7 daarmee van 5 tot 9. Slaat u uw eigen rapporten er nog maar eens op na: daar valt 95 procent van alle scores binnen. Er gaan een hoop partijen ex aequo eindigen. Met een 7.

Terug naar de sport. Die kent een dergelijke limitering niet. Ze kent wel deskundige juryleden. En heldere spelregels. Daar zit hem de crux. Als duidelijk is wat een 6 of een 8 is, dan kan een deskundige jury daar – ook bij Past Performance – best mee uit de voeten. Zonder die randvoorwaarden raken we met een 1-4-7-10-systeem alleen maar verder van huis.

Joost Fijneman, hoofd Bouwend Nederland Advies

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels