artikel

Vertrouwen in de bouw

bouwbreed

Vertrouwen in de bouw

Het begrip vertrouwen wordt vaak genoemd in discussies over samenwerking in de bouw. Voor veel partijen is het de basis voor een succesvol project. Maar het laat zich ook moeilijk vastpakken. Hoe komt dat toch?

Bij kleine bouwprojecten, zoals de verbouwing van een badkamer, is vaak nauwelijks sprake van een goed juridisch kader, afgewogen aanbesteding of strak projectmanagement. Er wordt geen uitgebreid bestek opgesteld en contracthandhaving (directievoering en toezicht) is meestal afwezig. Toch is de klant vaak tevreden en geneigd de aannemer bij anderen aan te bevelen. Deze kleine aannemers (veelal eenmansbedrijfjes) komen meestal via mond-op-mond reclame aan hun klussen. Nieuwe klanten vertrouwen dus op referenties van bekenden als het gaat om het inhuren van een aannemer.

Het vertrouwen lijkt dus van groot belang bij het gunnen van een klus. Wat zijn nu de elementen waaruit dat vertrouwen bestaat?

Allereerst speelt prijs een grote rol. Bij kleine projecten zijn opdrachtgevers meestal niet in staat een offerte inhoudelijk te beoordelen. Men heeft geen kennis van prijzen van bouwmaterialen, een normaal niveau van opslagen of een acceptabel uurtarief. De beoordeling gaat dan op basis van een goede toelichting van de aannemer of vergelijking door het opvragen van offertes bij andere aannemers. Opdrachtgevers hechten aan voorspelbaarheid, dus vragen het liefst een vaste prijs en verwachten dat deze niet wordt verhoogd. Voor kleine klussen kunnen aannemers vaak wel een vaste prijs afgeven.

Een tweede element is kwaliteit. De tevredenheid wordt niet alleen bepaald door wat is geleverd, maar ook door de wijze waarop. Is er netjes gewerkt, de troep opgeruimd, de planning gehaald, komt de aannemer zijn afspraken na en denkt hij in het belang van de opdrachtgever? Genoeg vaklui voldoen aan de verwachtingen.

Verschillen

Wat maakt dat de kleine aannemer aan deze eisen voldoet? Wat is zijn drijfveer? Dat wordt in grote mate bepaald doordat hij weet dat een volgende klus van die elementen afhankelijk is. Als hij er een zootje van maakt of met veel extra kosten komt, daalt het vertrouwen en is de kans op een vervolg niet groot. Feitelijk is het opbouwen van vertrouwen dus cruciaal voor een gezonde orderportefeuille.

Als we dit vertalen naar grote projecten, waar zitten dan de verschillen? Ook grote aannemers bezitten de vakkennis om kwalitatief uitstekende projecten te realiseren. In normale marktomstandigheden is prijsvorming ook geen groot probleem. Grote projecten worden niet een-op-een in de markt gezet, maar via (Europese) aanbesteding. Als de voorwaarden evenwichtig zijn en de procedure professioneel is georganiseerd, vindt reguliere concurrentie plaats.

Tot zover lijkt het mogelijk de kleine klus voor de particulier te vertalen in een groot project. Maar als de klus binnen is, waar is dan de drijfveer om goed te presteren? Vergroot hij daarmee zijn kans op volgende projecten? Helaas, in de huidige wet- en regelgeving zit daar voor hem geen belang. Een succesvol project biedt nauwelijks concurrentievoordeel bij nieuwe projecten. Voor elk groot volgend project volgt een nieuwe aanbesteding, waarvoor elke marktpartij zich weer kan inschrijven. En in de aanbesteding speelt vertrouwen geen rol. Sterker nog, vaak zullen opdrachtgevers proberen zoveel mogelijk risico’s af te dekken, bijvoorbeeld door deze contractueel bij de aannemer onder te brengen. Dat wekt bij de aannemer de indruk dat vooral sprake is van wantrouwen. Zijn gedrag tijdens de uitvoering weerspiegelt dat wantrouwen, want hij zal van zijn kant trachten de risico’s te weerleggen.

Het totale beeld is niet positief. Opdrachtgever en -nemer gaan een eenmalige samenwerking aan, waarbij over en weer geen belang bestaat te streven naar een goede samenwerking, omdat er geen enkel langetermijnperspectief is. Het begrip vertrouwen heeft geen inhoud en kan worden vervangen door wantrouwen.

Dit roept om gebruik van prestaties uit het verleden als belangrijk element voor de kans op werk. Alleen daardoor ontstaat een drijfveer om goed te presteren en daarmee vertrouwen te kweken in de capaciteiten van de aannemer.

Drs.ing. Jaap de Koning, Witteveen+Bos

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels