artikel

Tijd voor bescherming van de opdrachtgever

bouwbreed

Tijd voor bescherming van de opdrachtgever

Leendert van den Berg signaleerde op deze pagina een verraderlijk staartje op een aanpassing van de titel Aanneming van Werk van het Burgerlijk Wetboek: de aannemer wordt aansprakelijk voor gebreken die aan hem toe te rekenen zijn en die bij oplevering niet zijn ontdekt. Volkomen terecht, reageert Jur Deckers.

In zijn column van 3 november schreef Leendert van den Berg (Severijn Hulshof Advocaten) dat de “echte” bouwconsument al genoeg beschermd zou zijn. Kennelijk is hem de storm van kritiek naar aanleiding van de laatste (technische) wijziging van de UAV 1989 naar de UAV 2012 – met name vanwege het inhoudelijk geheel ongemoeid laten van paragraaf 12 – enigszins ontgaan.

Om adviseur en docent bouwrechtPim Herber aan te halen, die dat zo treffend uitdrukte tijdens de expert-meeting van het IBR/VBR-A over dit onderwerp, eerder dit jaar:

“Op basis van het huidige artikel 7:758 lid 3 BW is de aannemer voor evidente, en daarmee redelijkerwijs te ontdekken tekortkomingen, niet aansprakelijk. Het huidige artikel leidt ertoe dat een aannemer niet aansprakelijk is ondanks de evidentie van zijn wanprestatie. Dit druist ten zeerste in tegen het rechtsgevoel. Het is derhalve niet redelijk dat de opdrachtgever de schade als gevolg van de tekortkoming van de aannemer geheel of gedeeltelijk draagt, terwijl het causaal verband tussen zijn onoplettendheid en de schade ontbreekt.”

Dat het wetsvoorstel voorziet in een wijziging van artikel 7:758 lid 3 BW, in die zin dat de aannemer aansprakelijk wordt voor gebreken, die aan hem zijn toe te rekenen en die bij oplevering niet zijn ontdekt, is een prima zaak. Het is daarenboven verstandig om te zorgen dat wettelijk wordt geregeld, dat van deze regel niet mag worden afgeweken. De bouw heeft dat aan zichzelf te danken, door de afgelopen decennia doof te zijn geweest voor de steekhoudende kritiek op de volstrekt eenzijdig – aannemersvriendelijk – opgestelde regelingen, zoals de verborgen-gebrekenregeling in paragraaf 12 in de UAV.

Krokodillentranen

Dat het gevolg van de wetswijziging is dat paragraaf 12 UAV (en ook 28 UAV-GC) grotendeels in de prullenbak zal belanden, althans de status zal krijgen van dode letter, is als gezegd onontkoombaar het gevolg van het stil blijven zitten, daar waar constructief aan een moderne aanpassing van deze regeling had kunnen en moeten worden gewerkt. De bouw kan zich dat vooral zelf verwijten en krokodillentranen zijn bepaald niet passend. Alleen al de hoofdregel van paragraaf 12 UAV, inhoudende dat de aannemer na oplevering niet meer aansprakelijk is, geeft een volstrekt vertekend beeld, dat in deze tijd echt niet meer kan en waar een aannemer zich voor zou moeten schamen. Het roept immers het beeld op van “garantie tot aan de voordeur” en dat beeld staat in schril contrast met de manier waarop (gelukkig de meeste) aannemers in de bouwpraktijk hiermee omgaan.

In het onderzoek ‘Naar een andere verdeling van verantwoordelijkheid in de bouw’ van het IBR uit 2013 werd ook gepleit voor een aanpassing van artikel 7:758 lid 3 BW om de positie van de opdrachtgever te verbeteren. Voorgesteld werd om als verborgen gebreken aan te duiden ‘gebreken, die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken’ (kort gezegd ‘zichtbare gebreken’). Dit moet dan neerkomen op het volgende: “De aannemer is na oplevering alleen aansprakelijk voor verborgen gebreken; een verborgen gebrek is een gebrek dat niet genoteerd is op het proces-verbaal van oplevering” Met andere woorden, een gebrek dat niet ontdekt is bij de oplevering en dat is precies wat de minister voorstelt te regelen.

Toegegeven, in het rapport van het IBR werd niet uitgegaan van een dwingend wettelijke regeling. Maar wel zou de verborgen-gebrekenregeling in de UAV 2012 en de UAV GC 2005 vergelijkbaar gewijzigd moeten worden.

Er is nog een ander voordeel, namelijk duidelijkheid en eenduidigheid. In de huidige situatie contracteren (grotere) opdrachtgevers de “gebrekkige verborgen-gebrekenregeling” gewoon weg, zoals dat ook bij andere in disbalans verkerende bepalingen uit de UAV gebeurt. Dat leidt weer tot een baaierd van verschillende regelingen van dit onderwerp en daar zit niemand op te wachten.

Juist als het om verborgen gebreken gaat, is het toch veel verstandiger om daarin één lijn te trekken. De minister verdient dan ook alle steun bij de door hem voorgestelde regeling.

Mr. J.A.M. Deckers MDR, advocaat Accolade

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels