artikel

Pleinvrees

bouwbreed Premium

“Even een bakkie doen?”, stel ik mijn partner voor. We staan op een plein in Las Palmas op Gran Canaria. Het pleintje ademt rust en weldaad uit en lokt je uit tot een adempauze. Een jong Japans stel zit op een verweerd bankje, wat lokale senioren laven zich in de schaduw van een prachtige palm. De koffie verschijnt op tafel.

Gracias signor. Kijkend over het plein wordt het pijnlijk duidelijk: Nederlanders kunnen geen goede pleinen creëren. Op een of andere manier weten we het altijd weer te verprutsen. Neem nou het Palaceplein in Den Haag: een groot oppervlak met weinig gebruik. Of wat dacht je van het Schouwburgplein in Rotterdam. Een podium voor Rotterdam? Jek!

Ook in mijn eigen woonplaats Nieuwegein is het stadscentrum vernieuwd. Eerlijk is eerlijk, het voormalige marktplein is leuk ingericht en wordt volop gebruikt. Een schouderklop waard. Tegelijkertijd is het pleingebied rondom het stadhuis een totale misser. Genoeg ruimte, maar weinig gebruikers te zien. Zonde, want je wilt uiteraard elke vierkante meter optimaal laten renderen.

Criteria objectief?

Dan vraag je je toch af hoe dat zit. Aan welke voorwaarden voldoet nu een goed plein? Is het subjectief of zijn er wel degelijk objectieve criteria te bedenken? Bij deze gedachte moet ik mijzelf direct corrigeren. Criteria bedenk je niet! Criteria vloeien voort uit empirie, uit waarneming.

De ober kijkt en ik wijs naar de koffie: Muy bien!

Misschien zit daar de crux! Vinden stedenbouwers en landschappers het creatieve proces een belangrijker criterium dan de beleving van de (niet-)gebruiker? Maakt de intensiteit en diversiteit van het gebruik dan geen onderdeel uit van een goed functionerend plein? William H. Whyte verbaasde zich er al over: Given a fine location, it is difficult to design a space that will not attract people. What is remarkable , is how often this has been accomplished. …….Some of the worst plazas are in the best spots (W. Whyte 1988 p. 109).

De vraag rijst welke criteria uit dat gebruik (of niet-gebruik) voortvloeien.

Gebruik

Onderzoekers als Kevin Lynch en Montgomery hielden zich hiermee bezig. Eén gezamenlijk element komt in hun benaderingen terug: een goed plein (speelplein, sportplein, verpoosplein enz.) wordt gebruikt!

Dit laatste is wat Boonstra, Hermens en Bakker aandacht geven in hun rapport ‘De publieke waarde van pleinen’ (uitgave Verwey-Jonkers instituut juni 2010). Zij brachten onder andere in beeld hoe een aantal Rotterdamse pleinen wordt ervaren en hebben hier een waarderingssystematiek aan gekoppeld.

Een rapport om notie van te nemen. Tijd dat we zulke waardevolle rapporten van de plank halen en ons weer gaan verdiepen in het functioneren van die pleinen.

Signor, la cuenta por favor!

Fred Bransen, programmamanager ruimtelijke kwaliteit/consultant bij adviesbureau Tauw

Reageren op deze column? Mail naar redactie@cobouw.nl of reageer op Twitter via @CobouwNL 

Reageer op dit artikel