artikel

Pas op voor schijnveiligheid

bouwbreed

Pas op voor schijnveiligheid

Bijna een derde van de ongevallen in de bouw is een val van hoogte. Maatregelen worden wel getroffen, maar die ze niet alle even effectief.

Het is een gelukkige omstandigheid dat ik af en toe aan een congres met een interessante spreker mag deelnemen. Enkele jaren terug heb ik twee keer de presentatie ‘Ga kathedralen bouwen’ bijgewoond. De spreker vertelt dat hij vanaf zijn appartement in Hoog Catharijne een keer bouwpersoneel langs de rand van een lager gelegen dak aan het werk ziet. Hij kijkt wat preciezer en ziet dat ze kabeltjes langs de dakrand aanleggen. Foto’s in de congreszaal zoomen hier steeds verder op in, om het publiek duidelijk te maken dat dit vrij curieuze, ogenschijnlijk zinloze werkzaamheden zijn. De spreker gaat poolshoogte nemen en hoort van de werknemers dat het ‘moet van de arbo’. Een mooi contrast met de Middeleeuwen, toen we ons nog niet bezig hielden met geneuzel en prachtige kathedralen konden bouwen.

Een ander congres vindt twee weken geleden plaats in Nieuwegein. Driehonderd werkgevers, arboprofessionals en werknemers uit de bouw zijn aanwezig, uitgenodigd door de Inspectie SZW (de vroegere Arbeidsinspectie). Ze worden bijgepraat over de passende maatregelen tegen valgevaar en het sanctiebeleid van de inspectiedienst. Een projectleider wil de kennis van de aanwezigen testen en vraagt: “Hoe lang denkt u dat een werknemer in leven blijft als hij van een dak is gevallen en aan een lijn hangt?” De antwoorden in de zaal variëren van “twaalf uur” tot “twintig minuten”. Het goede antwoord is (helaas) twintig minuten.

De overeenkomst tussen deze voorbeelden is dat het gaat om schijnveiligheid. Gebouweigenaren, werkgevers en werknemers treffen maatregelen voor de veiligheid, maar die bieden geen echte bescherming. Het gaat om schijnveiligheid.

Het plaatsen van een lijn als ankervoorziening op een plat dak is wettelijk niet vereist. Gebouweigenaren gaan hier vaak wel toe over om zich in te dekken, mocht er onverhoopt een ongeval plaatsvinden. Er zijn hekwerken in de handel die veel effectievere bescherming bieden tegen valgevaar en die niet van onderaf zichtbaar zijn. Die zijn in aanschaf duurder dan een lijnverankering, maar als naar de kosten over een periode van vijftien jaar wordt gekeken zijn leuningen veelal goedkoper.

Hangtrauma

Het dragen van een harnas wordt gezien als een bescherming wanneer een werknemer ten val komt. Men beseft echter niet welke krachten hierbij een rol spelen. Deze krachten zorgen er voor dat bloedvaten worden afgeknepen, er onvoldoende zuurstoftoevoer plaatsvindt, de banden het lichaam in snijden, de persoon het bewustzijn verliest en vervolgens overlijdt. Dit wordt het ‘hangtrauma’ genoemd. Het is dus van groot belang dat er alleen gewerkt wordt met een harnas indien er collega’s aanwezig zijn die het slachtoffer heel snel uit zijn benarde positie kunnen bevrijden en weten hoe dat moet. Ook is het belangrijk om het harnas goed volgens voorschrift te bevestigen. Goed aantrekken van de liesbanden is van levensbelang om amputatie van edele delen te voorkomen.

Niet voor niets schrijft de Arbowet de volgorde voor waarin maatregelen moeten worden genomen. Allereerst is het van belang dat bij het ontwerp en de planning van de bouw- of onderhoudswerkzaamheden ervoor wordt gezorgd dat de kans op een val of het valgevaar tot een minimum wordt beperkt. Is de zogeheten bronoplossing niet mogelijk, dan moet collectieve valbeveiliging worden aangebracht. Pas als laatste redmiddel kan de werkgever zijn toevlucht nemen tot persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals een harnas met leeflijn.

Daarnaast is het ook van belang dat er op de bouwplaats voorlichting wordt gegeven over het nut en het effect van de maatregelen. Het valgevaar verdient regelmatig onderwerp te zijn op een toolboxmeeting. Voorkomen moet worden dat persoonlijke beschermingsmiddelen een onjuist beeld van de veiligheid geven. Dat is belangrijk want bijna een derde van alle ongevallen in de bopuw is een val van hoogte.

Bij de bouw van de dom in Florence hield Brunelecci tijdens het ontwerp al rekening met de maakbaarheid. Tegenwoordig noemen we dit het V&G-plan ontwerpfase, zoals voorgeschreven in de Arbowet. Deze wet is dus zeker geen belemmering en eerder een ondersteuning om anno 2014 moderne kathedralen te bouwen.

Jan Warning, directeur Arbouw

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels