artikel

Geen behoefte aan nieuw contractmodel

bouwbreed Premium

Pas op met het maken van een nieuw of aangepast contractmodel. Wijk zo nodig af van de voorwaarden in de UAV of UAV-gc.

De artikelen van Jaap de Koning (2 oktober) en Monica Chao-Duivis (23 oktober) in Cobouw lezend bekruipt mij toch wel de vraag in hoeverre we bezig zijn met het zoeken van een oplossing voor een daadwerkelijk bestaand probleem. Wat is er in de praktijk nu zo lastig? En ligt dat aan de gehanteerde contractmodellen of aan de wijze waarop we daar mee omgaan?

Wat is er aan de hand? De praktijk wijst uit dat zowel opdrachtgevers als marktpartijen het moeilijk vinden om het juiste evenwicht te vinden tussen invloed, taken, verantwoordelijkheden en verdeling van risico’s in de omschakeling van de meer traditionele contractvormen (RAW/STABU) naar een geïntegreerde contractvorm op basis van de UAV-gc. Hoeveel invloed willen we als opdrachtgever nog hebben in ontwerp en uitvoering, hoe liggen vervolgens de verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden van partijen, welke risico’s kunnen we wel overdragen aan de markt en welke niet. En vervolgens: hoe leggen we dat vast in welk type contract.

Ik vraag me af of de geboden oplossing: een nieuw of aangepast contractmodel, hiervoor de oplossing kan bieden. Vooralsnog neig ik er naar om deze vraag negatief te beantwoorden. De reden hiervoor is dat de kloof die wordt ervaren mijns inziens veel meer te maken heeft met de starre wijze waarmee partijen bestaande modellen hanteren dan met de vraag of hiervoor nieuwe modellen (de hybride contracten bijv.) nodig zijn. Daar waar we in de theorie over contractvormen het wel altijd hebben over een glijdende schaal van traditioneel naar volledig geïntegreerd (het ‘Bahama-model’ van prof. Van den Berg) zijn we in de praktijk toch weer geneigd om ons ergens op die glijdende schaal vast te pinnen aan een bepaalde vorm. Het kenmerk van de glijdende schaal is volgens mij dat je je overal op die schaal kunt bevinden, waarbij elke plek weer zijn eigen karakteristieken heeft met betrekking tot de verdeling van taken, verantwoordelijkheden, aansprakelijkheden en risico’s. Die moet je dus ook per geval en projectspecifiek in het uiteindelijke contract vastleggen. Het rigide vasthouden aan de inhoud van een modelbasisovereenkomst en modellen voor annexen en vraagspecificaties leidt dan tot frictie. We weten niet meer goed hoe we het passend moeten krijgen en vervolgens ontstaan discussies over tussenmodellen en hybride contractvormen.

Glijdende schaal

Als we ons realiseren dat we op die glijdende schaal zitten, dat het contract een weergave moet zijn van de unieke kenmerken van het project en de gewenste samenwerking tussen partijen, is er wat mij betreft geen dringende behoefte aan nieuw ‘maatwerk’ dat feitelijk weer nieuwe vormen en modellen introduceert. En dat vervolgens weer ergens op de glijdende schaal worden vastgeprikt. Daarmee wil ik niet zeggen dat modellen niet zinvol zijn. Als vertrekpunt geven ze de gestolde kennis en ervaring van partijen weer en zorgen ze voor herkenbaarheid en een zekere mate van uniformiteit. Gebruik ze alleen niet als een in beton gegoten waarheid, maar zorg voor projectspecifiek maatwerk. Wees niet bang om in het belang van het project en de beoogde samenwerking af te wijken van een model. Voor die onderdelen waarvan je precies weet wat je als opdrachtgever wilt hebben specificeer je heel nauwkeurig (mogelijk zelfs tot op bestekspostenniveau). Waar je ruimte wilt laten, worden specificaties meer functioneel. Denk na over een redelijke en voor beide partijen draagbare verdeling van risico’s. En zo nodig wijk je gemotiveerd af van de voorwaarden in de UAV of UAV-gc.

Dat zo’n maatwerkcontract vervolgens wel helder en open met de markt gecommuniceerd moet worden spreekt wat mij betreft voor zich. Als er wijzigingen op modellen zijn, maak die zichtbaar en licht toe waarom deze wijziging past bij dit specifieke project.

Prima dus dat door de CROW en het Instituut voor Bouwrecht wordt gewerkt aan de vormgeving van tussen-/hybride modellen. Die kunnen partijen helpen bij het vinden van hun route op de glijdende schaal. Maar voorkom uitglijders door vervolgens weer het model heilig te verklaren. Een (juridisch) flexibele geest blijft nodig voor het passend maken en vastleggen van de afspraken tussen partijen.

Mr. Dik van Manen, Twynstra Gudde

Reageer op dit artikel