artikel

Beperk de kosten van Europese aanbesteding

bouwbreed Premium

Beperk de kosten van Europese aanbesteding

De kosten voor Europese aanbestedingen moeten aan banden worden gelegd, vinden Ernst jan Cornelis en Sander van Eerden. Er gaan immers aanzienlijke bedragen op aan aanbestedingskosten die niet in het betreffende gebouw gaan zitten.

Wat mag een Europese aanbesteding kosten? Dat is de vraag die wij ons zelf regelmatig stellen. Natuurlijk, we zijn ondernemers, dus we weten dat de kosten voor de baat uit gaan. Toch zitten die kosten uiteindelijk wel in onze prijs, anders gaan we op korte of lange termijn failliet.

Daarmee wordt het toch een maatschappelijk relevante vraag en niet het verhaal van een piepende architect. Want wel beschouwd; hoe meer geld er naar de architecten en adviseurs gaat, hoe minder er overblijft voor een school of ander maatschappelijk vastgoed.

Een belronde langs een aantal aannemers leert dat zij voor een aanbesteding een percentage tussen 1 en 2 van de beoogde omzet aan acquisitiekosten als acceptabel zien. Dat betekent dat er voor bijvoorbeeld een school met een bouwsom van 5 miljoen euro door vijf inschrijvers een bedrag variërend van 250.000 tot 500.000 euro wordt besteed dat niet in het gebouw gaat zitten. Daar kun je toch veel leukere en nuttigere dingen mee doen.

Stel dat dit bedrag niet hoeft te worden uitgegeven, dan kan een school ineens zonnepanelen installeren of een avontuurlijk schoolplein aanleggen in plaats van grijze betontegels 30×30 voor onze kinderen. Als bureau proberen wij, als de opdrachtgever dat toestaat, de aanbestedingskosten te drukken door bijvoorbeeld hoeveelheden- staten te leveren bij de aanbesteding.

Bij pps-projecten wordt het nog een graatje erger. Bij de aanbesteding van dergelijke projecten komt het regelmatig voor dat inschrijvers er 1 tot 1,5 miljoen euro op toeleggen na aftrek van een vergoeding. Voor een project met bijvoorbeeld een contractwaarde van 50 miljoen euro en drie inschrijvers gaat het dan al om 7 à 8 procent van de contractwaarde.

Gekker

Voor architecten en adviseurs wordt het nog weer gekker. Een voorbeeld, maar zo zijn er talloze; kort geleden was er een aanbesteding met een honorarium voor ontwerpwerkzaamheden voor het winnende team van architecten en adviseurs van circa 900.000 euro. Er werd min of meer een schetsontwerp gevraagd waarvoor een vergoeding stond van 10.000 euro voor alle vijf deelnemers.

Wil je voor een dergelijke opgave voldoen aan de uitvraag en een serieuze kans maken, dan moet je ‘flink in de bus blazen’. Navraag leert dat de kosten per inschrijvend team rond 60.000 euro liggen. Dit komt netto overeen met 5 à 6 procent van de omzet per deelnemer. Totaal gaat het dan bij vijf deelnemers om 25 tot 30 procent van de waarde van de opdrachtsom. Dit is nog afgezien van de aanbestedingsbegeleidingskosten.

Dit is economische waanzin en dit kan toch niet de bedoeling van een overheid zijn. Maar het is ook maatschappelijk onverantwoord om deze kosten op de maatschappij af te wimpelen en niet in het eigenlijke project te stoppen.

Bovengrens

Wat is dan wel redelijk? Eigenlijk zou 5 à 6 procent van de opdrachtsom voor alle inschrijvers en de adviesbureaus ten behoeve van de begeleiding van de aanbesteding samen de bovengrens moeten zijn, denken wij. Meer zou aan acquisitie-inspanning toch niet gevraagd hoeven worden. Als dat nu eens in de Aanbestedingswet wordt opgenomen.

Aanbestedende diensten zullen dan vooraf ‘een kladje van de kosten’ moeten maken die met een uitvraag gemoeid zijn. Dat kan wel eens zeer ontnuchterend werken, denken wij. Stemt de uitvraag niet overeen met 5 à 6 procent van de opdrachtsom, dan is men daar op aanspreekbaar en zal men de uitvraag moeten aanpassen of een vergoeding voor het extra gevraagde werk moeten verstrekken. In het laatste geval gaat het geld natuurlijk weer niet in het gebouw zitten en vragen wij ons af of dat maatschappelijk verantwoord is.

Kom op dus politieke beroepsorganisaties in Nederland, doe er wat aan! Want ontwerpen en bouwen willen wij met elkaar graag, maar toch niet tegen elke prijs!

Ernst Jan Cornelis en Sander van Eerden

Ernst Jan Cornelis is werkzaam bij Atelier PRO architekten, Sander van Eerden werkt bij ABT

Reageer op dit artikel