artikel

Vastgoedeigenaar loopt risico in deeleconomie

bouwbreed Premium

De waarde van het bezit van een eigen auto daalt, van één boormachine kunnen velen plezier hebben. Kortom, de deeleconomie doet zijn intrede. Airbnb gaat voorbij het particuliere en kan een risico vormen voor de vastgoedeigenaar.

Onlangs lieten de coalitiepartijen VVD en PvdA de Tweede Kamer weten het zogenoemde deeleconomiebedrijf Airbnb op de Nederlandse markt een kans te geven. Natuurlijk, het basisidee van deze onderneming, een platform waar particulieren hun woning kunnen verhuren, is niet verkeerd. Het past in de sharing economy. Delen is nu eenmaal het nieuwe hebben. Maar wat door Airbnb uit een soort idealistische basis begon, is inmiddels tot een flink business model uitgegroeid. Zo ontvangt het platform 3 procent provisie van de verhuurder en 6 tot 12 procent provisie van de huurder. Kortom, dat gaat om flinke bedragen.

Het spreekt voor zich dat dit voor Kamerleden geen reden kan en mag zijn om een nieuwe onderneming van de markt te weren. Dit wordt echter anders als initiatieven zoals dat van Airbnb oneerlijke concurrentie voor bijvoorbeeld gevestigde hotels betekenen, omdat zij zich niet aan dezelfde spelregels, lees de wet, houden. Ook is het de vraag of Airbnb, die in feite als bemiddelaar bij het tot stand komen van huurovereenkomsten fungeert, niet handelt in strijd met het wettelijk verbod twee heren te dienen (artikel 7:427 jo 7:417,lid 4 BW). Zij ontvangt immers provisie van zowel verhuurder als huurder.

Ik vraag mij echter vooral af of de Tweede Kamer heeft meegewogen dat Airbnb in de hand werkt dat (sociale)huurwoningen aan de woningvoorraad worden onttrokken en als bedrijfsmiddel worden ingezet. Daarmee is namelijk sprake van het overtreden van gemeentelijke verordeningen. Alleen Amsterdam al sloot dit jaar 92 illegale hotelappartementen met in totaal 250 slaapplaatsen. Het merendeel hiervan werd via sites als Airbnb aangeboden.

Wat de particuliere woningeigenaar wellicht als interessant zakcentje ziet, kan hem in de praktijk ernstig opbreken. Immers, de verhuur is doorgaans in strijd met de regels van de hypotheekverstrekker, de voorwaarden van de opstalverzekeraar en de regels van de Vereniging van Eigenaren. Er is geen sprake van brandpreventie en hygiëneregels worden niet nageleefd. De verhuurder is niet tegen aansprakelijkheid verzekerd, dus wat als er iets met de gast gebeurt?

Ook vastgoedeigenaren bij wie de huurders het pand via Airbnb onderverhuren, moeten op hun tellen passen. Verhelpen van gebreken en risico worden namelijk op hen afgewenteld, terwijl de onderverhuurder de opbrengst ontvangt. Maar dat is misschien nog niets in vergelijking met de problemen waarin de eigenaar kan komen als de gemeente hem mede als overtreder aanmerkt. Overdreven? Kijk wat de vastgoedeigenaar te wachten staat als een hennepkwekerij in zijn pand wordt aangetroffen. Ook dan is hij in de ogen van de gemeente medeverantwoordelijk. Het is voor vastgoedeigenaren raadzaam toezicht te houden op de woningen, daar een goed dossier van op te bouwen en in te grijpen als sprake is van misbruik.

Kortom, er zitten nogal wat juridische haken en ogen aan nieuwe initiatieven zoals dat van Airbnb. In plaats van die nieuwkomers gelijk alle speelruimte te geven, is het verstandiger onze ogen daarvoor niet te sluiten.

Marc Roepel, directeur Roepel Advocaten

Reageer op dit artikel