artikel

Bouw te lang gestuurd vanuit het aanbod

bouwbreed

Bouw te lang gestuurd vanuit het aanbod

Het boek ‘Duurzaamheidsoorlog’ van Thomas van Belzen laat primair het gevecht in Nederland zien en gaat daarmee enigszins voorbij aan de internationale strijd. Paul Oortwijn las het boek.

Onder de intrigerende titel ‘Duurzaamheidsoorlog’ levert van Belzen een prima staaltje onderzoeksjournalistiek dat hij ook nog eens lekker leesbaar weet te verwoorden. Hij vertrekt vanuit eigen observaties en toenemende verwondering en irritatie. Hij neemt vervolgens officiële beleidsdocumenten als basis en vreet zich een weg in dit boeiende dossier middels een lange reeks van vraaggesprekken. Hij is daarbij consequent en volhardend maar geeft zijn gesprekspartners voldoende ruimte om zich te uiten. Steeds duidelijker wordt het voor hem dat het streven naar verduurzaming een maatschappelijke transitie betreft die gepaard gaat met een groot aantal belangentegenstellingen. Er wordt door vele partijen vanuit diverse eigen belangen een pittige strijd gevoerd binnen het speelveld van de tegelijkertijd door dezelfde partijen erkende noodzaak tot verduurzaming. Het strijdperk wordt door hem helder geschetst, de titel Duurzaamheidsoorlog is dan ook zeker verdedigbaar.

Het begrip duurzaamheid is niet eenduidig te formuleren, en zeker niet in één getal te vangen. Iedereen die dat probeert miskent de verschillen die bijvoorbeeld al bepaald worden door tijd en plaats.

Er leiden vele wegen naar Rome, en bovendien is Rome niet op één dag gebouwd. En elke stap in de goede richting roept ergens (begrijpelijk) weerstand op, of beïnvloedt het primaat van de ene of andere organisatie. Verandering gaat nu eenmaal niet zonder wrijving.

Het boek stelt helder aan de kaak de rol die de Nederlandse overheid speelt of zou moeten spelen, alsmede de rol van bedrijven en hun vertegenwoordigende organisaties.

Van Belzen schetst duidelijk de verschillende belangen van het grootbedrijf ten opzichte van het kleinbedrijf, van de houtsector versus de betonsector of de staalsector, van biologische producten versus industriële producten. Ook het spanningsveld tussen wetenschappelijk aantoonbaar en praktisch hanteerbaar komt goed over het voetlicht.

Duidelijk wordt dat er bij verduurzaming in de bouwsector een richtinggevende overheid noodzakelijk is, hoewel je zou wensen dat de klanten en gebruikers het proces van verduurzaming zouden aanjagen. De bouwsector is echter te lang aanbodgestuurd bezig geweest, en heeft zich mede daardoor te veel afhankelijk gemaakt van overheidsregelgeving.

Het boek laat primair het gevecht in Nederland zien en gaat daarmee enigszins voorbij aan de internationale strijd. Bijvoorbeeld op Europees niveau de verschillende insteek die DG Enterprise kiest (middels CEN TC 350) en DG Environment (middels de Environmental Footprint Guide).

Ook wordt duidelijk dat de rol van onafhankelijke partijen bij het formuleren en waarderen van duurzaamheid eigenlijk groter zou moeten zijn. Maar zowel bij instanties als de CEN en de NEN hebben partijen met belangen (en dus de bereidheid om te investeren) een (te) grote rol. Het is de taak van de overheid om dit te constateren en daar consequenties aan te verbinden.

Ik schrijf deze recenstie met een open blik en vanuit een onafhankelijke positie. De noodzaak tot verduurzaming is vanaf de jaren 90 officieel in de gedragscode van de branche opgenomen en heeft door de jaren heen een steeds prominentere plaats in het beleid en het handelen van de branche gekregen. Ondanks de strijd die er geleverd is en wordt, constateer ik dat er wel voortgang wordt geboekt, en dat de voortrekkerspositie van landen als Nederland en Denemarken internationaal zeer wordt gewaardeerd.

Ir. Paul J.A. Oortwijn, directeur NLingenieurs, organisatie van advies- en ingenieursbureaus in Nederland Vicepresident EFCA, Federatie van Consulting Engineers in Europa

Duurzaamheidsoorlog, Thomas van Belzen. Uitgever: BIM Media, 19,95 euro

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels