artikel

Op weg naar betere veiligheidscultuur

bouwbreed

Op weg naar betere veiligheidscultuur

Een betere veiligheidscultuur in de bouw is hard nodig, vindt Jos Schouten. Het lukt maar niet het aantal ongevallen te laten afnemen. Nadat in de voorlaatste decemberweek in Amsterdam een monteur door een onvoldoende draagkrachtig dak zakte, 15 meter viel en overleed, is inmiddels het eerste dodelijke slachtoffer in 2014 een feit.

Analyse van de uitkomsten van ongevalsonderzoek laten vaak scenario’s zien als in onderstaand voorbeeld.

Een beheerder of opdrachtgever constateert in een bedrijfsgebouw een bouwkundig probleem. Dit kan een lekkage zijn of iets dat defect is. Hij belt zijn huisaannemer, althans een aannemer die hem bekend is en die vaker werkzaamheden verricht en vraagt hem de om de betreffende werkzaamheden uit te voeren. De aannemer schat in dat hij de klus wel kan klaren en zegt toe dat hij iemand zal sturen en gaat op zoek naar een onderaannemer om ter plaatse te gaan kijken en de reparatie uit te voeren. Omdat de onderaannemer het druk heeft, zegt deze toe het werk te gaan uitvoeren en belt ondertussen een collega onderaannemer die uiteindelijk een zelfstandige naar het opgegeven adres stuurt. Tot dan toe is alles telefonisch verlopen, op basis van vertrouwen. Er is geen opdrachtomschrijving of schriftelijke opdracht, bestek of werkomschrijving. Alleen een probleem en dit moet zo snel mogelijk verholpen worden. De zelfstandige in dit voorbeeld overkomt een ongeval en dan ontspint zich de discussie wie verantwoordelijk is.

Dergelijke ongevallen hebben overeenkomsten die kenmerkend zijn voor de bouw en wellicht ook voor de onvoldoende veiligheidscultuur: het betreft de reflex van de klantvriendelijkheid, van het niet nee zeggen en van het onvoldoende inventariseren en evalueren van risico’s. Er wordt niet voldoende gevraagd en doorgevraagd aan de opdrachtgever of bijvoorbeeld, er veiligheidsvoorzieningen aanwezig zijn, hoe de situatie ter plaatse is en of er rekening moet worden gehouden met aanvullende veiligheidsvoorzieningen. Als je deze gang van zaken analyseert, constateer je de vorming van een keten: van opdrachtgever naar aannemer, onderaannemer, zelfstandige, etc.

Door het bellen ontstaat een keten tussen de partijen en voor je het weet wordt er mondeling opdracht gegeven tot gevaarlijke werkzaamheden. Immers, valgevaar is de meest voorkomende oorzaak van ongevallen in de bouwnijverheid en partijen zouden hier alert op moeten zijn.

Zijn we dan zo gewend aan risico’s in de bouw dat we ze vanzelfsprekend vinden? Zijn we er dan zo blind voor geworden dat we niet meer de voor de hand liggende vragen stellen. Zoals bijvoorbeeld, waar is het probleem, is het op hoogte? Kunnen we er bijkomen van binnenuit of van buitenaf? Is het een besloten ruimte? Lopen we risico’s? Vooral bij bestaande gebouwen die nog niet vanuit de ontwerpfase en tijdens de bouw van de benodigde veiligheidsmaatregelen zijn voorzien.

Toetsingskader

Sinds het van kracht worden van de Nieuwbouwtoets in het Bouwbesluit 2012 met daarin opgenomen de verplichting tot veilig onderhoud, mag verwacht worden dat in de toekomst deze vragen minder relevant zullen worden. Immers, de toetsing zou moeten leiden tot veilig te onderhouden gebouwen die bij de verlening van de omgevingsvergunning al door de vergunningverlenende instantie zijn getoetst.

Dit geldt echter niet voor bestaande gebouwen en evenmin is er een verplichting voor opdrachtgevers, eigenaars of gebouwbeheerders om hun panden aan te passen aan een wenselijk veiligheidsniveau of bijvoorbeeld om bij grootschalige renovatie het pand geschikt te maken voor veilig onderhoud.

Nadere analyse van de wettelijke verplichtingen voor opdrachtgevers en gebouweigenaren leidt eveneens tot deze conclusie. De veelgehoorde stand der wetenschap en professionele dienstverlening geldt hier kennelijk niet.

Goed, van het begrip veiligheidscultuur circuleren meerdere definities maar het draait hierbij toch om gedeelde individuele en groepswaarden, attitudes en gedragingen. Hierbij hoort ook het begrip bewustwording van het gedrag en ook het veranderen van gedrag. We moeten het normaal gaan vinden om te informeren naar veiligheid bij het aannemen van werk en onveiligheid niet meer willen accepteren.

Dit moet echter wel gezamenlijk gebeuren, in de hele keten en daarbij moeten perverse prikkels zoals ‘laagste prijs’ of ‘zo snel mogelijk’ worden gespiegeld aan hun effecten op de veiligheid. Natuurlijk komen we niet aan de markt en markt mechanismen van vraag en aanbod, maar bewustwording bij grote spelers zoals de overheid die vaak pretenderen een voorbeeld functie te vervullen, zou kunnen leiden tot een kentering. Goed voorbeeld doet immers volgen.

In het vervolg zal de aannemer in ons voorbeeld aan de eigenaar van de loods wél de vraag stellen over de veiligheidsvoorzieningen. Hij weet nu wel beter en hoewel in dit geval het doorgeefluik van een probleem; als het probleem verholpen zou zijn zonder ongeval had er ook een rekening gevolgd. Hij is in de keten op zijn minst betrokken en zo ook de opdrachtgever. Je maakt het tenslotte niet iedere dag mee dat iemand een ongeval overkomt in je bedrijf. Deze opdrachtgever zal in het vervolg zijn vraag ook anders gaan stellen en de onderaannemer ook, want ondanks het ontbreken van concrete voorschriften om permanente voorzieningen aan te brengen zijn er voldoende regels gesteld aan het veilig werken voor alle partijen. Zij maken deel uit van de veiligheidscultuur in de bouw.

Jos Schouten, veiligheidskundige bij Aboma in Ede

Reageer op dit artikel via Twitter op @abomabv of @CobouwNL

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels