artikel

Natuur helpt bij reductie CO2-uitstoot

bouwbreed

De balans tussen de koolstofopname uit de lucht, voor de groei van bomen, gewassen en organismen, en de uitstoot van CO 2door verbrandingsprocessen is verstoord. Om die balans weer terug te krijgen zijn er legio mogelijkheden. Hier een paar voorbeelden uit onverwachte hoek.

Door waterzuiveringsprocessen halen we te veel fosfor uit afvalwater. De algengroei in de oceanen is hierdoor sterk verminderd, waardoor oceaan ‘bemesting’ met CO2 een mogelijkheid wordt. Zoontjens Beton maakt bij het produceren van betontegels gebruik van olivijn, een materiaal dat CO2 uit de lucht kan binden.

De natuur kan ons helpen met het verminderen van CO2-uitstoot als wij efficiënt omgaan met het materiaal waarin de koolstof is gebonden. Eén hectare landbouw bindt 20 ton CO2 in 23 ton droge stof. Hiervan is 45 procent eetbaar product, 30 procent loof en 25 procent wortels. Het loof kan worden gebruikt als biomassa voor energieproductie, fossiele brandstoffen kunnen zo hun langdurig opgeslagen koolstof behouden. Bij een opgenomen energie (input in de centrale) van 100 procent produceert een fossiele elektriciteitscentrale slechts 40 procent elektriciteit voor gebruik.

Als voor een huishouden elektriciteit met zonne-energie wordt opgewekt, kan de centrale 3500 kWh (dit komt overeen met 1900 kg CO2) ‘voor gebruik’ produceren en kan de input met (100/40 x 3500 kWh=) 8750 kWh worden verminderd. De CO2-uitstoot vermindert dan met 2,5 x 1900 kilo = 4750 kilo. Het toepassen van zonne-energie is dus zeer efficiënt in het terugdringen van de CO2-uitstoot. Dit geldt ook voor windenergie, maar niet voor het bijstoken met biomassa. Decentraal energie opwekken met zon en wind levert het milieu dus een bonusfactor van 2,5 op. Hierop moet met overtuiging worden ingezet.

In het huidige distributienetwerk van de centrales zit veel energieverlies. De koplopers in vernieuwing bij de energieproducenten hebben een zeer voorzichtige aanpak bij hun verduurzamingsplannen. Van centraal geproduceerde energie met fossiele brandstoffen wil men naar centraal geproduceerde energie met herwinbare brandstoffen. Pas daarna wil men de decentraal opgewekte energie verder ontwikkelen en toepassen. Als we naar de CO2-uitstoot kijken, is het bezwaar van deze aanpak dat de winst die te behalen is op de centrale aanpak, pas laat wordt gerealiseerd. Ook in een centrale met duurzame brandstoffen wordt immers 2,5 maal meer materiaal gebruikt dan nodig is om de primaire energie voor de verbruiker op te wekken. Het benutten van de echt schone bronnen wordt daarmee uitgesteld. Daarnaast is de rol voor zonne-energie nu nog zeer beperkt en heeft het in de ontwikkelingsplannen ook een veel te kleine bijdrage.

Zonne-energie heeft grote kansen in de gebouwde omgeving en zal worden toegepast als het rendement interessant wordt. Zonnecellen moeten meer in materialen worden toegepast, zodat niet alleen met zonnepanelen of -boilers wordt gewerkt. Door toekomstig gebruik van warmtepompen zal de energievraag van een woning worden gereduceerd. Het gebruik van gas wordt hiermee veel lager, maar de vraag naar elektriciteit neemt, door de pomp, toe. Ook het opladen van elektrische auto’s zal invloed hebben op de hoeveelheid elektriciteit die we gebruiken. Gasverbruik vervangen door een luchtwarmtepomp verdubbelt de vraag naar elektriciteit van huishoudens. Deze milieuvriendelijke verwarming en mobiliteit is dus pas efficiënt als er elektriciteit wordt opgewekt met herwinbare stoffen, zonne- en windenergie. Het elektriciteitsnetwerk zal aanzienlijk moeten worden uitgebreid om dit te faciliteren.

Kortom, er zijn plannen nodig die een integrale aanpak waarborgen en die moet worden gestimuleerd. Dan ontstaan er vanzelf netwerken van technici en financiële experts die nieuwe mogelijkheden ontdekken. Innovatie op dit gebied is dringend gewenst.

Het moment van energie opwekken en het moment van energie gebruiken levert een ingewikkeld vraagstuk. Vooralsnog lijkt een tijdelijke, kleinschalige opslag de oplossingsrichting, zodat elektrische auto’s ‘s nachts worden geladen uit overdag opgewekte zonne-energie. De vraag is of de opslagmedia op een duurzame wijze kunnen worden gemaakt. De groene accu is de ontbrekende schakel in de netwerken die moeten worden ontwikkeld.

Het plan Lievense – energieopslag door middel van een waterbuffer op wijkniveau – zou nu beschikbaar moeten zijn.

Het opwekken van energie geïntegreerd in dakpannen en/of gevelelementen en andere bouwkundige elementen moet worden gestimuleerd. Er zijn zeer veel mogelijkheden in gevelmaterialen en -panelen die door de industrie uitgewerkt kunnen en moeten worden, als de noodzaak maar duidelijk bekend is. In de gebouwde omgeving zullen zonne- en windenergie en de groene accu grote invloed krijgen op ontwikkelingen in de bouw. Een uitdaging voor architecten en stedenbouwkundigen om dit op een verantwoorde manier te integreren.  

Jan van der Windt, Constructeur, secretaris van Booosting 

Dit is een verkort essay uit het boek ‘Glimpses of the future’ dat ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van Booosting is uitgegeven. Later verschijnen nog twee essays uit dit boek. www.booosting.nl/news/show/id/504

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels