artikel

Positie bedrijfsarts moet beter worden

bouwbreed Premium

In de Miljoenennota is slechts een kleine passage opgenomen over de toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg. Toch hebben de ministers Asscher en Schippers er een probleem bij nu de SER hierover een verdeeld advies heeft ingeleverd.

Misschien heeft u wel eens last gehad van kloven in uw handen of vingers. U gaat naar de huisarts. Grote kans dat u een zalfje krijgt voorgeschreven in de hoop dat de kwaal hiermee bestreden wordt. Mogelijk heeft u gehoord van een collega van de bouwplaats met een pijnlijke schouder die op het spreekuur bij de huisarts is geweest. Waarschijnlijk luidt dan het advies om de schouder een tijdje niet te belasten en een pijnstiller te nemen.

Het is ook mogelijk om met de pijnlijke handen of schouders aan te kloppen bij de bedrijfsarts. Dan vraagt de bedrijfsarts waarschijnlijk welk beroep u uitoefent. Als u tegelzetter bent, vraagt de bedrijfsarts naar het type kit dat u gebruikt of u krijgt een advies over de juiste handschoenen. Aan de collega met schouderklachten vraagt de bedrijfsarts of hij misschien steigerbouwer is. En hoe het zit met de schoudervullingen in de werkkleding en of er in het bedrijf met een los- en stapelplan wordt gewerkt.

Het is duidelijk dat een bedrijfsarts over veel meer kennis beschikt van gezondheidsklachten die met het beroep samenhangen en hier ook betere hulp kan bieden. Een huisarts is immers geen specialist op het gebied van werk en hij zal bij een aandoening een algemene behandeling voorschrijven, daar waar beroepsgebonden aandoeningen vaak vragen om een specifieke benadering.

Ongeveer een kwart tot een derde van de gezondheidsklachten worden geheel of ten dele veroorzaakt door het werk. Het is dus belangrijk dat hier optimale zorg plaatsvindt. Anderzijds hebben lang niet alle gezondheidsklachten een relatie met het werk. De bedrijfsarts moet daarom ook in nauw contact staan met de reguliere zorg, hij heeft de bevoegdheid om door te verwijzen.

In Nederland zien we echter een tendens dat de zorg rond arbeid achteruit gaat. Na het artsexamen kiezen weinig artsen voor het werken bij een arbodienst. Een reden hiervoor is het lage aanzien van de bedrijfsgeneeskunde. De specialisatie arbeids- en bedrijfsgeneeskunde duurt vier jaar en moet door de arbodienst worden betaald. De arbodiensten zijn de laatste jaren aan het reorganiseren en hebben weinig nieuwe artsen de specialisatie laten doen. De verwachting is dat als de huidige generatie bedrijfsartsen met pensioen gaat er geen opvolgers beschikbaar zijn.

Kritiek op bedrijfsartsen heeft vooral betrekking op verzuimbegeleiding; de arts kan het niet snel goed doen. Of werknemers worden te snel aan het werk gestuurd of blijven juist te lang thuiszitten. Werkgevers zijn ontevreden dat ze te weinig informatie krijgen over de beperkingen van de zieke werknemer, terwijl de werknemers klagen dat hun privacy wordt geschonden.

Het is begrijpelijk dat de ministers Asscher en Schippers in juli 2013 de SER om advies vroegen over de toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg. Op 19 september jl. heeft de SER dit advies vastgesteld. Het is een verdeeld advies geworden. Sociale partners onderschrijven het belang van een goede arbeidsgerelateerde zorg. De positie van de bedrijfsarts moet versterkt worden. Maar over hoe dat moet gebeuren zijn sociale partners het oneens. Het gaat met name over de financiering van de bedrijfsarts. Werkgevers vinden dat zolang het verzuim door de werkgever wordt betaald, hij ook de bedrijfsarts moet aansturen. De vakbonden pleiten voor een financiering uit de algemene middelen.

In de bouwnijverheid zijn sociale partners overeen gekomen om de preventieve activiteiten te financieren uit de collectieve middelen. Hierbij gaat het om onder meer de medische keuring of het arbeidsomstandighedenspreekuur. waar de werknemer heen kan als hij gezondheidsklachten heeft die samenhangen met het werk. De verzuimbegeleiding en reïntegratie komen voor rekening van de afzonderlijke werkgever. In de bouwnijverheid worden er ook eisen gesteld aan de deskundigheid van de arbodienst, de bedrijfsarts en andere arboprofessionals voor wat betreft kennis over de bedrijfstak en daar werkzame beroepen.

Een verdeeld advies van de SER legt minder gewicht in de schaal. Nu is de regering aan zet om met een evenwichtig voorstel te komen ten einde de werkende bevolking goede zorg te bieden. Voor de bouwnijverheid met de verschillende beroepsgebonden aandoeningen is dit een belangrijk dossier. Het is ook een dossier waar het kabinet daadkracht kan tonen en dat is misschien een extra stimulans.

Jan Warning, directeur Arbouw

Reageer op dit artikel