artikel

Een lege stal. Nou en?

bouwbreed Premium

Een lege stal. Nou en?

De publicatie ‘Vrijkomende agrarische gebouwen in het landelijk gebied’ van Alterra (maart jl.) is breed opgepikt. Het rapport schat dat in 2030 15 miljoen vierkante meter agrarische bedrijfsgebouwen leegstaat. Leegstandsalarmisme? Zowel de veronderstellingen achter de prognose als het vermeende maatschappelijke probleem van leegstaand agrarisch bedrijfsvastgoed zijn twijfelachtig.

Alterra schat de leegstand als volgt. Alle agrarische bedrijven met een bedrijfshoofd van 50 jaar of ouder zonder opvolger eindigen voor 2030: 32 miljoen vierkante meter agrarische bebouwing. Verwacht wordt dat woongebouwen bewoond blijven; dat is 8 miljoen vierkante meter. Bedrijfsgebouwen van voor 2000 blijven in gebruik: 4 miljoen vierkante meter. Verder wordt 20 procent van de agrarische bedrijfsbebouwing hergebruikt door niet-agrarische bedrijvigheid. Wat resteert is 15 miljoen verkante meter leegstand.

Is het werkelijke probleem wel de leegstand? In het FD van 11 augustus jl. staat: “Bouwvallen met asbestdaken en wietplantages is het schrikbeeld van gemeenten en makelaars.” Maar in gebruik zijnde panden zijn soms ook slecht onderhouden en bevatten soms ook milieubelastende materialen. Bij wietplantages doet zich het curieuze voor dat juist het gebruik problematisch is. Stond die schuur maar leeg! Is leegstand werkelijk een probleem? Pas wanneer leegstand leidt tot verval van het vastgoed en de landschappelijke kwaliteit ernstig aantast, kan een maatschappelijk probleem ontstaan en is er een rol voor de overheid weggelegd. En dat is lang niet altijd het geval. Boerderijen zijn vaak in handen van eigenaar-gebruikers die een direct belang hebben bij het onderhouden van hun eigendom. De discussie moet zuiver worden gevoerd en we moeten ons niet laten meevoeren in kritiekloos leegstandsalarmisme.

Edwin Buitelaar, werkzaam bij het PBL en de Amsterdam School of Real Estate 

Reageer op dit artikel