artikel

Tijdelijke overeenkomst als noodoplossing

bouwbreed Premium

Tijdelijke overeenkomst als noodoplossing

Als een aanbestedingsprocedures dure langer duurt dan voorzien, bijvoorbeeld door een juridische procedure, kan het noodzakelijk kunnen zijn om – tot het moment waarop definitieve gunning plaatsvindt – een tijdelijke overeenkomst te sluiten. De vraag is of dat is toegestaan, en zo ja, of de aanbestedende dienst deze overeenkomst met een ieder kan aangaan.

Recentboog de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2014:6822) zich over deze vragen, in het kader van een opdracht voor diensten. De uitkomst is ook van belang voor opdrachten voor werken.

Vijf gemeenten organiseerden een Europese aanbesteding, verdeeld over zeven percelen. DVG was een van de inschrijvers. De gemeenten maakten bekend voornemens te zijn percelen 2 en 3 aan DVG te gunnen. De overige percelen zouden aan andere inschrijvers worden gegund. DVG kwam tegen dit voornemen op, omdat zij het niet eens was met de gunningssystematiek.

Ondertussen naderde de aanvang van het schooljaar en wilden de gemeenten als noodoplossing tijdelijke overeenkomsten sluiten. Hiervoor benaderden zij de winnende inschrijvers van de percelen, behalve bij perceel 3. Hiervoor benaderden de gemeenten – in plaats van DVG – de tweede in rang geëindigde inschrijver, omdat DVG de aanbestedingsprocedure aanvocht.

DVG meent dat de gemeenten hiermee onrechtmatig en in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelden. De gemeenten betwistten dit.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het sluiten van een tijdelijke overeenkomst in noodsituaties is toegestaan. Het stond de gemeenten hierbij vrij de overeenkomsten te sluiten met de winnende inschrijvers. Wel moeten de algemene aanbestedingsbeginselen in acht worden genomen. Door DVG voor de tijdelijke overeenkomst te passeren, handelden de gemeenten in strijd met de beginselen van gelijkheid en non-discriminatie.

In deze procedure stond het de gemeenten dus niet vrij de tijdelijke overeenkomst met een ieder te sluiten. De uitkomst zou mogelijk anders zijn geweest als DVG haar aanbod niet gestand had gedaan. Ook kan worden gedacht aan de situatie waarin de gemeenten met betrekking tot alle andere percelen niet hadden gekozen voor de winnende inschrijvers. In dat geval hadden de gemeenten DVG mogelijk wel kunnen passeren.

Reageer op dit artikel