artikel

Verval en klachtplicht

bouwbreed Premium

Verval en klachtplicht

Wie een klacht heeft over het werk van een opdrachtnemer moet aan verschillende termijnen denken. Er moet tijdig geklaagd worden, art. 6:89 BW. Daarnaast moet er mogelijk een ingebrekestelling worden uitgebracht binnen een bepaalde termijn.

Wordt aan die ingebrekestelling niet voldaan, dan moet de opdrachtgever in de gaten houden dat hij tijdig een rechtsvordering aanhangig maakt. Over al deze termijnen speelt onder andere nog de bepaling dat een rechtsvordering in elk geval niet meer ontvankelijk is indien ingesteld langer dan vijf jaar na oplevering of beëindiging van de opdracht.

Rechtbank Gelderland 13 november 2013, ECLI:NL:RBGEL:2013:6386, illustreert dit. Aan de orde is onder meer de DNR 2005. Een adviseur verweert zich met de stelling dat het vorderingsrecht van de gemeente is vervallen, omdat de procedure niet tijdig is ingeleid. De DNR 2005 bepaalt namelijk dat het vorderingsrecht uit hoofde van een toerekenbare tekortkoming vervalt door verloop van twee jaren na de ingebrekestelling. Dit beding is echter in casu, zo stelt de rechter vast, uitgesloten. De gemeente haalt opgelucht adem. Maar: is er wel tijdig geklaagd? Er zou nooit een schriftelijke en met redenen omklede ingebrekestelling zijn uitgebracht. Daarmee heeft de gemeente haar klachtplicht verzaakt.

De rechter gaat met de gemeente mee, onder meer wijzend op het ingewikkelde karakter van de zaak, waarbij verschillende betrokkenen niet gelijk door hadden wat er precies aan de hand was. Dit maakt dat de gemeente toch tijdig de adviseur aansprakelijk stelde.

Het wemelt in het privaatrechtelijke bouwrecht van de termijnen. Soms zijn die duidelijk: twee jaar of vijf jaar, maar soms wordt gesproken van tijdig, binnen bekwame termijn, en dergelijke. Daarnaast hebben al deze termijnen hun eigen karakter met specifieke juridische gevolgen.

In deze brei, die voor de procederende partijen een potentieel mijnenveld is, is orde geschapen door Sjoerd Rutten in zijn boek ‘Praktijkboek verjarings- en vervaltermijnen in de bouw’. Het boek is uitgegeven door het Instituut voor Bouwrecht en dus zult u zeggen: nogal voor de hand liggend dat je er de aandacht op vestigt. Maar dat is te kort door de bocht. Het boek is het enige waarin met het oog op de praktijk orde wordt geschapen op dit complexe terrein. Het moet gewoon binnen handbereik liggen van iedere privaatrechtelijk bouwrechtjurist.

Reageer op dit artikel