artikel

Hoe zit het nu met de Omgevingswet?

bouwbreed Premium

Hoe zit het nu met de Omgevingswet?

Afgelopen dinsdag is het wetsvoorstel ‘regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet)’ aan de Tweede Kamer aangeboden. Wat gaat er nu precies veranderen?

Er is sprake van de start van een voor de praktijk veelbelovende wetgevingsoperatie. Juist de omvang en complexiteit van de regelgeving voor de leefomgeving – zo is een veelgehoorde klacht – maakt dat maatschappelijk gewenste ontwikkelingen moeizaam van de grond komen.

Bepalingen uit bestaande wetten en circa 60 Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) worden geharmoniseerd, geordend en waar nodig opnieuw ontworpen in een systeem dat voor de gebruiker inzichtelijk is. Met de wetten en AMvB’s die later in het stelsel worden opgenomen gaat het uiteindelijk om een totaal van circa 120 AMvB’s, zo deelt de minister van I&M in een brief ter gelegenheid van de wetsaanbieding aan de Kamer mee.

De Omgevingswet bevat zes kerninstrumenten, zoals die in de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel worden benoemd en worden toegelicht: (1) de omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie (van Rijk, provincie of gemeente) over de noodzakelijke en de gewenste ontwikkelingen van de fysieke leefomgeving in zijn bestuursgebied. Het is een politiek-bestuurlijk document dat alleen het vaststellende orgaan zelf bindt. (2) Bij de operationalisering van beleidsdoelen uit een omgevingsvisie spelen programma’s een belangrijke rol. Een programma bevat maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Het kan een sectoraal of gebiedsgericht karakter hebben.

Inzichtelijkheid

(3) Het wetsvoorstel heeft als uitgangspunt dat decentrale overheden hun regels over de fysieke leefomgeving bijeenbrengen in één gebiedsdekkende regeling. Dat bevordert de inzichtelijkheid, samenhang en naleving van de regelgeving. Voor de gemeenten is dat het omgevingsplan, voor de waterschappen de waterschapsverordening en voor de provincies de omgevingsverordening. (4) Het merendeel van de activiteiten in de fysieke leefomgeving betreft initiatieven van burgers en bedrijven. Wanneer het uit het oogpunt van de bescherming van de fysieke leefomgeving gewenst is om nationaal regels aan bepaalde activiteiten te stellen, werkt het Rijk waar mogelijk met algemene regels. Dat voorkomt dat burgers en bedrijven steeds toestemming moeten vragen van de overheid. Waar nodig kunnen de algemene regels worden aangevuld met een meldingsplicht, zodat de overheid van het uitvoeren van de activiteit op de hoogte is. (5) De omgevingsvergunning is een instrument voor de toetsing vooraf van bepaalde activiteiten met gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Het bestaande model van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is hierbij het uitgangspunt en (6) het projectbesluit biedt een uniforme procedure voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving die voortvloeien uit de verantwoordelijkheid van het Rijk, een provincie of een waterschap. Het gaat bijvoorbeeld om de aanleg van een weg, een windmolenpark, een natuurgebied of de verhoging van een dijk.

Naast de tekst van de Omgevingswet zoals die nu naar de Tweede Kamer is gestuurd, zal het nieuwe stelsel volgens de minister in haar brief aan de Kamer verder vooralsnog bestaan uit vier AMvB’s: het Omgevingsbesluit geeft de algemene en procedurele bepalingen ter uitwerking van de instrumenten van de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving geeft inhoudelijke normen voor de leefomgeving die zich richten tot overheden. Concreet gaat het om de vaststelling van omgevingswaarden en het stellen van instructieregels die de doorwerking van omgevingswaarden en andere doelen naar besluitvorming van bestuursorganen regelen. De twee andere besluiten bevatten algemene regels over activiteiten in de leefomgeving, die nu voor het grootste deel zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Bouwbesluit 2012. De AMvB’s moeten volgens de huidige planning in 2015 gereed zijn.

Op 19 september 2014 houdt het Instituut voor Bouwrecht het Grote Omgevingsrecht Symposium. Tijdens het symposium zal onder voorzitterschap van prof. mr. P.J.J. van Buuren behalve een overzicht van de opzet en inhoud van het wetsvoorstel, tevens een aantal specifieke onderwerpen daaruit worden belicht.

Prof.dr.ir. A.G. Bregman, hoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het Instituut voor Bouwrecht in Den Haag

Reageer op dit artikel