artikel

Help de aanbesteder!

bouwbreed Premium

Help de aanbesteder!

De pedagogisch verantwoorde ‘wetten’ op de basisschool zijn duidelijk: als een kind iets niet kan, volgt hulp; als een kind iets expres fout doet, volgt een gepaste straf. Een doeltreffende tactiek; wie is er niet groot mee geworden?

Soms lag ‘niet kunnen’ en ‘niet willen’ dicht bij elkaar. In dat geval bepaalde de meester de meest geschikte aanpak. In de grotemensenwereld hebben we daar een rechter voor. Het valt mij echter op dat de tactiek van ‘straffen en helpen’ niet wordt gebezigd in de aanbestedingspraktijk. In de rechtzaal wordt geoordeeld of de aanbesteder volgens de aanbestedingsregels heeft gehandeld. Indien de rechtszaak in het nadeel van de aanbesteder wordt beslecht, volgt een ‘straf’ in de vorm van een herbeoordeling of -aanbesteding.

Dat staat los van het gegeven dat voor een aanbesteder een kort geding op zich al een straf is, gezien de enorme impact op de planning van het project. In het oordeel van het kort geding wordt geen onderscheid gemaakt tussen onkunde en onwil, maar ik denk dat het in het gros van de gevallen een kwestie is van (een beperkte mate van) onkunde en niet van onwil (ofwel kwade opzet).

De onkunde uit zich in vele vormen: er is ongemotiveerd gegund op laagste prijs, de motivering van de beoordeling is onvolledig, de beoordeling vond plaats op onbekende criteria en ga zo maar door. Onwil, in de vorm van het bewust voortrekken of juist ongeldig verklaren van bepaalde partijen lijkt in een stuk mindere mate aan de orde. Nu wil ik de gemiddelde aanbesteder zeker niet afdoen als infantiel, maar een benadering zoals op de basischool lijkt mij zo gek nog niet. Na tien jaar Europese aanbestedingswetgeving heeft de huidige wijze in ieder geval nog niet tot een bevredigend resultaat geleid. Meer hulp en minder rechtszaken dus.

Roel Reuser, adviseur contractering en risicomanagement bij Twynstra Gudde

Reageer op dit artikel