artikel

Nationale kroonjuwelen

bouwbreed Premium

Nationale kroonjuwelen

In de Financial Times van afgelopen zaterdag staat een profiel van de CEO van Pfizer, Ian Read. U weet wel, Pfizer is die Amerikaanse medicijnenproducent, die het Engelse AstraZeneca wil acquireren. Nu nog goedschiks (het bod is net verhoogd), maar anders kwaadschiks.

In de Engelse industriepolitiek is de ontwikkeling van medicijnen een van de topsectoren, die juist geconcentreerd zou moeten worden in Oxbridge. Er is (met de recente geschiedenis van de jaren 00 in het achterhoofd) veel over zo’n mega-acquisitie te zeggen, maar opmerkelijk is dat Ian Read, de CEO, niet in onderzoek en ontwikkeling gelooft, maar denkt dat het overnemen van bedrijven die goedlopende medicijnen hebben ontwikkeld een succesvolle strategie is.

Wat zo stuitend is aan deze benadering zijn drie dingen. Het eerste is dat het lijkt alsof topindustriëlen niet leren van fouten: groter is beter. Het tweede is dat de kortetermijnsuccessen voorop staan. Het kopen van een goedlopend medicijn (en dus van een bedrijf) is belangrijker dan het investeren in lange termijn R&D. Natuurlijk levert veel R&D niets op, maar juist de zijpaden en de toevallige ontdekkingen van bijeffecten leiden vaak tot de meest doorbrekende innovaties. Het derde is dat Pfizer zich meer ontwikkelt tot een handelaar.

Los van de businessopvatting van Read is het een interessante vraag welke bedrijven nationaal moeten blijven. Wij hebben deze discussie net in Nederland ook gevoerd toen KPN overnameprooi was. Het zou goed zijn als brancheorganisaties en politici dit vraagstuk in Nederland eens breed agenderen. Hoe kijken wij bijvoorbeeld aan tegen de overname van een aantal van onze grootste ingenieursbureaus, die gespecialiseerd zijn in ‘water’? Of tegen de overname van Van Oord of Boskalis? Wat zijn onze kroonjuwelen eigenlijk?

Lenny Vulperhorst, adviseur Andersson Elffers Felix, Utrecht l.vulperhorst@aef.nl

Reageer op dit artikel