artikel

Doel heiligt middelen bij Stroomversnelling

bouwbreed Premium

Doel heiligt middelen bij Stroomversnelling

Er zijn forse vraagtekens te zetten bij de aanpak van de Stroomversnelling. Nu heiligt het doel (energie nul op de meter) het middel, het niet goed inzetten van marktpartijen. Een betere competitie zal volgens Hennes de Ridder het doel niet alleen veel dichterbij brengen, maar ook veel sneller worden behaald.

Nagenoeg de hele huidige woning voorraad behoeft niet alleen een grondige en een snelle opknapbeurt, maar ook een continue. De wereld verandert nu zo snel, dat wat vandaag wordt gebouwd morgen al verouderd is. Het kan niet anders dat je aan een mechanisme moet denken dat echt een onmiddellijke en continue versnelling geeft in het adequaat verbeteren van woningen. Dat mechanisme moet eenvoudig zijn, voor iedereen te begrijpen zijn, toe te passen zijn, bereikbaar zijn en onmiddellijk significant voordeel geven.

Het mechanisme zal in werking gezet moeten worden door woningbouwcorporaties. Zij hoeven slechts een, voor elk type woning toepasbaar, renovatiepakket samen te stellen dat toekomstbestendig en dus aanpasbaar en (de)montabel is. Elke woning (of een beperkte cluster van woningen) wordt daarmee in een transparante, niet discriminatieve en objectieve competitie uitgevraagd op output/prijsverhouding, waarin alle relevante variabelen met onderlinge weging zijn opgenomen. Er wordt gegund aan de hoogst scorende. Gegadigden moeten wel voldoen aan drie startvoorwaarden. Ten eerste moeten ze beschikken over een parametrisch kennismodel, waarin het totale gedrag van de woning wordt beschreven en dat nodig is voor het accumuleren van kennis. Zonder kennismodel is geen industrialisatie mogelijk. Een kennismodel is overigens iets anders dan een BIM. Ten tweede moeten ze beschikken over een monitoringsysteem voor het meten van de sleutelparameters van het model. Ten derde moeten ze aanvoerder zijn van een bottom-up samenwerkende aanbiedersketen die van binnen naar buiten denkt en werkt. Dit laatste betekent dat uitgegaan wordt van een gewenste comfort/prijsverhouding voor een huurder, wat resulteert in een pakket spullen dat ingepast wordt in de reeds aanwezige spullen zoals muren, vloeren, daken leidingen en ruimten. Omdat alle woningen verschillend en niet maatvast zijn, dienen er noodzakerlijkerwijs kleinkorrelige elementen en componenten te worden gebruikt die in elke vorm kunnen worden gestapeld of anderszins worden samengevoegd en in al bestaande fabrieken van toeleveranciers kunnen worden geproduceerd.

Grootste winst

Een renovatiepakket wordt dus gewoon gemonteerd en niet gebouwd.

Op deze manier worden competitieve ketens die marketinggedreven R&D doen, hun renovatiepakketten en bijbehorende modellen parallel evolutionair ontwikkelen en samen met concurrerende ketens in staat zijn fundamenteel en dus preconcurrentieel onderzoek te genereren naar vooral het rendement van de overdracht tussen energie en binnenklimaat.

In een dergelijk competitieve context wordt de grootste winst vooral aan het begin van het totale renovatieprogramma geboekt. De uiteindelijke prijs voor dergelijke evolutionair ontwikkelde renovatiepakketten ligt dan echt heel veel lager dan de prijs die de huidige generatie procesdenkers in de bouw in het hoofd heeft. Woningbouwcorporaties zouden dat dan makkelijk moeten kunnen bekostigen uit de huren.

Ik stel vast dat de Stroomversnelling geheel anders werkt. Ten eerste hebben de woningbouwcorporaties een afspraak gemaakt met vier grote aannemers, die samen het energiegebruik van 110.000 woningen mogen aanpakken en daarvoor samen mogen oefenen op maar liefst 10.000 woningen. Er ontbreekt een eerlijke competitie bij zowel de toetreding tot de afspraak als bij het verdelen van het werk binnen de afspraak. Dat is voor publieke opdrachtgevers verboden. Verder wordt de hoognodige industriële aanpak niet gestimuleerd omdat er geen condities worden gesteld ten aanzien van de modellering die het leren en repeteren moet faciliteren. Verder besteedt de Stroomversnelling geen aandacht aan het genereren van fundamenteel onderzoek naar een veel groter rendement op de overdracht tussen de energie die in de woning wordt gebracht en het binnenklimaat.

Nu worden vooral veel kuubs en kilo’s in de opknapbeurten gestopt die veel euro’s kosten maar ook veel energie gebruiken en CO2 uitstoten, vooral omdat de huidige pakketten over een aantal jaar alweer achterhaald zijn. Met innovaties als een theemuts om een woning en een 20-volts circuit die ik in 1970 ook aantrof in mijn eerste huis uit 1880 kom je er niet.

Prof.dr.ir H.A.J. de Ridder, was 22 jaar werkzaam bij een internationale bouwonderneming en is emeritus hoogleraar integraal ontwerpen aan de faculteit der Civiele techniek en Geowetenschappen aan de Technische Universiteit Delft.

Reageer op dit artikel