artikel

Het energieakkoord wordt werkelijkheid

bouwbreed Premium

Het energieakkoord wordt werkelijkheid

Het energieakkoord, een half jaar geleden gesloten, gaat zorgen voor 15.000 banen. Het is een ambitieus akkoord, maar wel bittere noodzaak. Ed Nijpels is optimistisch.

Oktober 2008, Al Gore is in Nederland. De Amerikaanse politicus spreekt over zijn documentaire An Inconvenient Truth en de gevolgen van het broeikaseffect voor het klimaat op aarde. Na afloop, zo wil de anekdote, vraagt een van zijn Nederlandse toehoorders hem: ‘Dat broeikaseffect is vreselijk! Daar moeten we iets aan doen! Maar is dat wel iets om geld mee te verdienen?’ Gore is perplex. ‘Wat een typisch Europese vraag,’ is zijn reactie.

Inmiddels zijn we dit stadium gelukkig voorbij. Het energieakkoord ligt ruim een half jaar op tafel. Het bevat afspraken om het energiegebruik in Nederland te beperken en de energieproductie te verduurzamen. Maar er is ook afgesproken om 15.000 nieuwe banen te scheppen. Energiebesparing en klimaatbeleid, dat is dus ‘iets om geld mee te verdienen’. Sterker nog, het moet zelfs. Ik kom daar zo op terug. Eerst dit.

Er is discussie over het energieakkoord. Het zou te ambitieus zijn, met onhaalbare doelen. Toename van het aandeel van hernieuwbare energieopwekking, van 4 procent nu naar 14 procent in 2020? Onmogelijk, zeggen de pessimisten. Verdere stijging naar 16 procent in 2023? Ondenkbaar. Een besparing van het energiegebruik met 1,5 procent per jaar in 2020? Vergeet het maar. En die 15.000 extra banen? Kansloos.

Ik ben optimistisch. Ja, als we kijken waar we nu staan, is het akkoord zeker ambitieus. Nederland is met drie andere landen Europees hekkensluiter qua duurzame energieprestaties. Dat komt deels door het zwabberende overheidsbeleid van de afgelopen jaren. Als je vanuit die positie naar de kop moet, en dat willen we, is dat alsof je als matige Nederlandse schaatser – die zijn er ook – op de Olympische Winterspelen van 2018 goud moet pakken.

Maar als je bedenkt wat we moeten doen, kun je niet ambitieus genoeg zijn. We móeten minder afhankelijk worden van de eindige fossiele energiebronnen. Het recente IPCC-rapport heeft de noodzaak daarvan nog eens onderstreept. In 2050 móeten we in Europa 80 tot 95 procent minder CO2 uitstoten. Het energieakkoord is dus bittere noodzaak. Het is geen grabbelton waar iedereen iets van zijn gading kan uithalen; het moet over de brede linie worden uitgevoerd, door alle 47 partijen.

Windmolens

Intussen is er ook nonsens in omloop. Neem de windmolenparken op zee. Die zouden een tweede Fyra-debacle worden, de 18 miljard die ernaartoe gaan weggegooid geld. Dat klopt niet. Er gaat geen eurocent naar de bouw van windmolens. Die subsidie komt er pas als de molens er staan en is bedoeld om het verschil te dekken tussen de prijs van opgewekte en ‘gewone’ elektriciteit. De maatregel is puur bedoeld om wind op zee te stimuleren en de doelen van het nergieakkoord te halen.

Als onafhankelijk voorzitter van de Borgingscommissie Energieakkoord kan ik na een half jaar een eerste balans opmaken. Die is: we zijn goed uit de startblokken. Ik noem de wetgeving die in de maak is rond wind op land en zee. Tachtig ambtenaren van EZ, I&M en Financiën zijn daar keihard mee bezig. Ook waterschappen, gemeenten, provincies, de milieu- en natuurbeschermingsorganisaties en werkgevers zetten zich in voor de doelen uit het akkoord. Problemen zijn er, maar die worden aangepakt. Aan de begrijpelijke weerstanden tegen windmolenparken op land wordt bijvoorbeeld gewerkt door een aanpassing van de Omgevingswet, waarin wordt geregeld dat omwonenden kunnen participeren in een windmolen. Kortom: Nederland trekt zijn been bij.

En die 15.000 banen? Die komen er ook. Adviseurs, ingenieurs, aannemers, installateurs, zij gaan en moeten het doen. Zij gaan bijvoorbeeld woningeigenaren helpen om de energiemaatregelen uit te voeren waarvoor je uit het Energiebesparingsfonds (gevuld met 300 miljoen euro) tegen gunstige condities geld kunt lenen. Zij gaan ervoor zorgen dat het energieakkoord werkelijkheid wordt. Hopelijk gesteund door de nieuwe wethouders die de komende weken aan de slag gaan in de nieuw samengestelde colleges. Die mogen van mij elke zaterdag naar de markt om de burgers erop te attenderen dat er wat moois in het vat zit.

Ed Nijpels, voorzitter NLingenieurs, branchevereniging van advies-, management- en ingenieursbureaus; tevens voorzitter Borgingscommissie Energieakkoord

Reageer op dit artikel