artikel

Beoordelen van zonne-energiesystemen

bouwbreed Premium

Beoordelen van zonne-energiesystemen

Veel leveranciers van zonne-energiesystemen hebben geen achtergrond in de bouw. Dit geldt ook voor veel bedrijven die de systemen monteren. Kunnen deze systemen wel worden beoordeeld op de van toepassing zijnde bouwkundige richtlijnen en eisen uit het Bouwbesluit?

Inmiddels is al zo’n 25 jaar ervaring opgedaan met het toepassen van zonne-energiesystemen, vooral op daken. De toepassing in Nederland was en is nog steeds relatief klein. Opvallend is dat juist Nederland als enig Europees land een norm heeft gepubliceerd: NEN 7250 Zonne-energiesystemen – integratie in daken en gevels – bouwkundige aspecten. De voorloper hiervan, NVN 7250, is al uitgebracht in 2003. Inmiddels is er in Europa een brede interesse voor standaardisering van de beoordeling van de bouwkundige aspecten voor zonne-energiesystemen. Zo wordt er binnen CEN in twee verschillende commissies gewerkt aan een Europese norm en een Technical Report. De belangrijkste reden voor het opstellen van NEN 7250 is dat zonne-energiesystemen in veel gevallen niet met de beschikbare normen en richtlijnen voor andere bouwproducten kunnen worden beoordeeld. Belangrijke beoordelingsaspecten zijn windbelasting, windweerstand, waterdichtheid en vliegvuur. De huidige Nederlandse normen die op deze onderwerpen betrekking hebben, zijn in veel gevallen niet rechtstreeks te gebruiken voor zonne-energiesystemen. Bijvoorbeeld bij het aspect windbelasting geldt de Eurocode waarin drukcoëfficiënten worden gegeven voor gebouwonderdelen die in veel gevallen niet geschikt zijn om te gebruiken bij zonne-energiesystemen. In NEN 7250 wordt de informatie gegeven, aanvullend op de in het Bouwbesluit aangewezen NEN-norm. Met het uitbrengen van NEN 7250 is er ten opzichte van NVN 7250 een behoorlijke uitbreiding gedaan waarbij veel systemen die toegepast worden op daken en gevels nu kunnen worden beoordeeld op onder andere deze relevante aspecten.

Historische kennis

Hoewel zonne-energiesystemen al geruime tijd worden toegepast, is het toch een vrij nieuwe toepassing en kan er niet of slechts beperkt worden teruggevallen op kennis uit praktijkervaring. De systemen worden geleverd en gemonteerd in veel gevallen door partijen die geen historische kennis van bouwen hebben en daarbij soms relevante aspecten onvoldoende meewegen bij het ontwerp en uitvoering van dit soort systemen. Vooral bij de opbouwsystemen worden de zonne-energiesystemen regelmatig gemonteerd op een manier die we in de traditionele bouwmarkt niet gewend zijn. Zo is er recentelijk aandacht besteed aan de risico’s van het bevestigen van zonne-energiesystemen aan panlatten met de vraag of dit wel voldoende betrouwbaar uitgevoerd kan worden. NEN 7250 biedt echter juist de mogelijkheid om dit soort beoordelingen te kunnen uitvoeren. De bevestigingssystemen kunnen volgens NEN 7250 worden getest op de weerstand tegen windbelasting. Een belangrijk punt daarbij blijft dan in deze toepassing de sterkte en de bevestiging van de panlatten. Het is goed te realiseren dat bij ontwerp en uitvoering van dit soort systemen een dergelijke constructie van tevoren zorgvuldig moet worden onderzocht, beoordeeld en waar nodig aangepast om de krachten (in dit geval windbelasting) goed te kunnen overdragen naar de draagconstructie. Dit is slechts een voorbeeld van zonne-energiesystemen die op of aan een gebouwonderdeel worden bevestigd die in oorsprong niet bedoeld zijn om een dergelijk systeem aan te bevestigen, hetgeen niet wegneemt dat een dergelijke bevestiging wel geschikt kan zijn. Pv-systemen worden steeds vaker toegepast als bouwproduct waarbij het pv-systeem of onderdelen ervan bijvoorbeeld de functie als waterdichte laag vervullen. Daarbij geldt dat er dan een gerichte beoordeling van de waterdichtheid van dat pv-systeem zal moeten worden uitgevoerd. Er is ook een belangrijk cultuurverschil merkbaar tussen enerzijds leveranciers van zonne-energiesystemen en anderzijds de bouw. Bij de beoordelingen van pv-elementen worden vaak of zelfs vrijwel uitsluitend pass- or fail-testen uitgevoerd, terwijl in de bouw de testen in veel gevallen leiden tot een waarde waarmee gerekend kan worden. Er moet dan op projectniveau worden beoordeeld/berekend of het systeem kan worden toegepast of welke hoeveelheden bevestigingsmiddelen moeten worden toegepast. Het is van essentieel belang deze projectbeoordeling altijd uit te (laten) voeren. Inmiddels is, mede door NEN 7250, veel kennis beschikbaar.

Ir. Chris W. van der Meijden, adjunct-directeur BDA Dak- en Geveladvies

Reageer op dit artikel