artikel

Nog onduidelijkheid over kanaalplaatvloer

bouwbreed Premium

Nog onduidelijkheid over kanaalplaatvloer

‘Kanaalplaten gedragen zich goed bij brand’, schreef Cobouw op 12 februari op basis van een boek. Die conclusie is voorbarig, vindt Rob Stark. Het onderzoek is immers niet openbaar en het is onbekend welke onderzoekers erbij betrokken waren.

Uit onderzoek zou blijken dat kanaalplaatvloeren bij brand niet bezwijken op dwarskracht of door afspatten en delamineren. Deze krant berichtte onlangs over een groot internationaal onderzoek waaruit dat zou blijken. De huidige beperkende maatregelen zouden “disproportioneel” zijn, aldus het bericht. De voorzitter van branchevereniging VNconstructeurs sprak over een “geruststellende” conclusie. In een uitnodiging voor een bijeenkomst op 25 maart aanstaande, waar de vereniging samen met de BFBN, de organisatie van de Nederlandse fabrikanten van betonproducten, de onderzoeksresultaten zal toelichten, spreekt de voorzitter van “positieve” resultaten.

De vraag is echter of al die geruststelling niet te voorbarig is; het onderzoek zelf is op dit moment namelijk nog niet openbaar. Dat maakt het onmogelijk om alle kwalificaties inhoudelijk te toetsen. Dat zal ik dus ook niet doen. Maar ik wil wel ingaan op het proces. Dat lijkt namelijk minder zorgvuldig en transparant dan je bij dit belangrijke onderwerp zou mogen verwachten.

Al enkele jaren is er onduidelijkheid over de brandveiligheid van kanaalplaatvloeren. De inmiddels bekende brand in de Rotterdamse Lloydstraat in 2007 was in Nederland het startsein voor onrust, onzekerheid en onderzoek. Er kwam een richtlijn, gemaakt door de BFBN, gevolgd door een nieuwe richtlijn – van dezelfde organisatie – die daar weer tegenin ging. En uit nieuw onderzoek zou nu dus blijken dat er eigenlijk niets aan de hand is. Juist bij een onderwerp met een dergelijke tumultueuze geschiedenis moeten zorgvuldigheid en transparantie centraal staan. De belangen zijn immers groot: die van de gebruikers van gebouwen met kanaalplaatvloeren, maar ook die van de prefab industrie. Het imago van op zich uitstekende producten mag niet beschadigd worden door geruchten of halve waarheden. Goed en onafhankelijk onderzoek is dus van groot belang, maar dat geldt óók voor de communicatie daarover.

Onduidelijk

En juist de communicatie laat te wensen over. De geruststellende woorden die nu rondgaan, zijn niet te verifiëren. De vraag is ook of VNconstructeurs de inhoud van het rapport kent, of dat de vereniging vooral afgaat op de positieve berichten van de betonbranche. Tot nu toe is onduidelijk welke onderzoekers er bij het zogenoemde HolcoFire-project betrokken zijn. Wel is bekend dat het is opgezet door de prefab-betonbranche. Daar is op zich niets mis mee, mits er maar voldoende ‘veiligheidskleppen’ zijn ingebouwd om de onafhankelijkheid van de uitkomsten te garanderen. Oftewel: welke externe, onafhankelijke partijen zijn erbij betrokken, wat was hun rol en is hun input in het eindrapport beland? In de berichten in deze krant is bijvoorbeeld gesproken over zes artikelen die ge-peer-reviewd zijn. Dat klinkt vertrouwenwekkend. In de wetenschap is dat de standaard; een onafhankelijke redactie van een tijdschrift laat een artikel door andere experts in een vakgebied beoordelen. Opmerkingen van deze experts moeten vervolgens worden verwerkt. Nu het onderzoek nog niet openbaar is, blijft het onduidelijk hoe het is opgezet en welk oordeel aan het onderzoek mag worden ontleend.

Ik zou er kortom voor willen pleiten om – in deze maar ook in eventuele nieuwe zaken – eerst de onderzoeksresultaten openbaar te maken, die vervolgens te bespreken met onafhankelijke experts en pas daarna in het openbaar uitlatingen over de conclusies te doen.

Ing. Rob Stark, constructief ontwerper en directeur-eigenaar van IMd Raadgevende Ingenieurs, Rotterdam

(r.stark@imdbv.nl)

Reageer op dit artikel