artikel

Wetsvoorstel werkt niet

bouwbreed Premium

Wetsvoorstel werkt niet

Al over enkele maanden gaat de eerste maatregel in om te zorgen dat werknemers sneller een vast contract krijgen. En de komende dagen zal het in de Tweede Kamer komen tot een afronding. Een nobel streven. Maar gaat het ook werken?

Ik geef een voorbeeld. Tot dusverre was het afsluiten van tijdelijke contracten zodanig beperkt dat een bedrijf in drie jaar tijd drie keer een tijdelijk contract kon aanbieden. Moest er dan een nieuw tijdelijk contract komen, dan was het zaak om de vakkracht pas na een tussentijd van drie maanden weer in te huren. Straks is het bieden van tijdelijke contracten nog maar gedurende twee jaar mogelijk. En de wachttijd wordt pardoes verdubbeld van drie maanden naar een half jaar.

Wat voor praktijkkennis deze bedenker ook voor ogen had, in elk geval geen kennis van de praktijk in de wereld van onze sector schilders. Immers, dit is de wereld van de winterschilder, van maatregelen om in de cao uren te sparen voor de winterperiode en premiedifferentiatie in het sectorfonds WW. De wereld ook waarvoor het kabinet Balkenende-IV besloot om binnenwerk van Rijksgebouwen bij voorkeur in de winter te laten schilderen.

En nog is dit alles niet genoeg om alle vakkrachten het jaar rond als vaste werknemers in dienst te kunnen houden. Daarvoor is er te weinig werk in de winter.

Veel van onze schildersondernemingen gebruiken in overleg met de vakkrachten de winterperiode om de wachttijd van drie maanden een plekje te geven. Maar hoe zal dat gaan met een wachttijd van een half jaar? Het werk trekt aan in het voorjaar en bereikt een piek in de zomer. Dan wil je maar wat graag die goede vakkrachten, die je tijdelijk hebt ontslagen en met wie je een goede band hebt opgebouwd, weer voor je laten werken. Het laat zich raden wat er gebeurt bij het vooruitzicht dat onze werkgevers gedurende een half jaar geen werk voor ze hebben; dan zoeken ze uiteraard elders werk, ben je je vakkrachten kwijt en wordt hun plek ingenomen door nog meer flexkrachten. In het huidige wetsvoorstel ontbreekt een verwijzing naar deze typische seizoensgevoeligheid in onze bedrijfstak. Wij staan met lege handen als de wachttijd van drie maanden in de ketenbepaling voor tijdelijke krachten wordt verdubbeld naar zes maanden. Levert deze maatregel meer vaste contracten op? Het antwoord laat zich raden. Nee dus. Dat is exact de reden dat we pleiten voor het behoud van de drie-maandenperiode óf een verzachting voor de seizoensgevoelige bedrijfstak.

Ruud Maas, voorzitter OnderhoudNL

Reageer op dit artikel