artikel

Onder water?

bouwbreed Premium

Onder water?

Hoeveel ellende kan een groot bedrijf verdragen voordat het in zwaar weer komt? Tot nu toe komt het grootbedrijf in de bouw ongeschonden uit de crisis.

Weliswaar wordt er slecht verdiend en verdampt bij menig bedrijf het balanskapitaal door de afboekingen, maar er is kennelijk veel meer nodig om een groot bedrijf in bestaansnood te brengen. Wanneer kan het wel mis gaan? Welke samenloop van omstandigheden bepaalt dat?

Ingrediënt één is natuurlijk rode cijfers. Niet een jaar, maar jaar op jaar. Tweede ingrediënt is het onvermogen daar wat aan te doen. Het concurrentievermogen is te zwak, er zijn te veel bleedersin projectenportefeuille, het is moeilijk om van slecht renderende onderdelen of grondportefeuilles af te komen en er is te weinig toekomstvisie. Bovendien blijft het bedrijf voor verandering van die situatie aangewezen op de mannen die juist voor de ellende hebben gezorgd. Ingrediënt drie is het verzeild raken in kwesties die de maatschappelijke reputatie ter discussie stellen. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als personeel niet goed wordt behandeld. Het vierde is het verlies van vertrouwen van de kant van opdrachtgevers en de samenleving vanwege integriteitsschendingen. En het vijfde is het in staking gaan van financiers of aandeelhouders.

Als uiteindelijk zo’n bedrijf schipbreuk leidt, komen de jutters die meenemen wat van hun gading is. Maar komt er dan geen redding? In een markt met overcapaciteit ligt dat niet voor de hand. Liever een concurrent minder dan verliesgevend marktaandeel kopen. Voor onderdelen of projecten zullen natuurlijk investeerders te vinden zijn: die plukken de krenten uit de pap. Maar ook hier is de vraag: koop je voor of na de schipbreuk? We gaan het – ben ik bang – meemaken.

Lenny Vulperhorst, adviseur Andersson Elffers Felix Utrecht (l.vulperhorst@aef.nl)

Reageer op de column via mail of twitter.com/cobouwNL 

Reageer op dit artikel