artikel

Bodemenergie geen duurzame oplossing

bouwbreed

Ambitieuze partijen met een groen hart hebben inmiddels veel energiesystemen met gebruik van bodemenergie gerealiseerd. In de exploitatiefase zijn deze echter lang niet zo duurzaam en vaak duurder dan beoogd. Verplichte certificering sinds 1 juli 2013 moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van de systemen is geborgd. Lucia Kleinegris en Peter van Dyck denken dat er meer nodig is om de goede naam van bodemenergie hoog te houden.

Systemen voor verwarming en koeling die gebruikmaken van bodemenergie, zoals warmte-koudeopslag (wko), gebruiken veel minder fossiele energie en stoten dus ook veel minder CO2 uit, waardoor zij als duurzaam worden beschouwd. Doordat er bovendien ook geen dure, energieverslindende koelmachine hoeft te worden geplaatst, leveren ze nog financieel voordeel op.

Echter, van de ruim 2500 systemen met open bronnen en een veelvoud met gesloten bronnen functioneert een meerderheid niet goed. Deze systemen bereiken niet de voor de vergunning vereiste energiebalans in de bodem, of het energetisch rendement is beroerd. Hierdoor lopen de energiekosten sterk op en is niet alleen het groene hart van de eigenaar gekwetst, maar wordt hij ook in de portemonnee geraakt. Oei.

Oorzaken liggen in een slecht ontwerp of verkeerde uitgangspunten, maar ook in de exploitatiefase zijn er risico’s zoals een te grote warmtevraag ten opzichte van de koudevraag waardoor de systemen met warmte-koudeopslag in onbalans komen. Of de toepassing van verkeerde materialen waardoor de filters in de bron aangetast worden, een foutieve regelstrategie waardoor de warmtepomp pas na de ketel in bedrijf komt of niet werkt bij deellastgebruik. Herhaaldelijk ontbreekt actief beheer op de installaties, waardoor falen niet of te laat wordt ontdekt.

Doorgaans wordt dan gewezen op de complexiteit van de installatie en het gebrek aan kennis bij de installateurs. Soms is dat ook zo. Adviserende partijen willen ook wel eens een te rooskleurig beeld voorspiegelen. Hoewel dezelfde problemen zich ook voordoen bij de ‘conventionele’ installaties, valt het daar minder op omdat de verwachtingen niet zo hoog liggen. Geregeld is de opdrachtgever zelf ook wel iets te verwijten. Immers, volgens de Wet milieubeheer die eisen stelt aan doelmatig gebruik van energie, is de eigenaar verantwoordelijk voor de installatie. Uiteindelijk komen we met dit vingerwijzen in de praktijk geen stap verder.

Organisatie

Wij hebben al veel bodemenergieprojecten aan de betere hand geholpen. Veel problemen zijn regeltechnisch op te lossen. Soms is aanvullend budget nodig. Herhaaldelijk wordt een in de basis goed ontwerp in de aanbestedingsfase uitgekleed: een wat kleinere bron, wat minder diep boren, weglaten van leidingcircuits etc. Beetje knijpen hier, beetje schrapen daar. De goedkoopste bieder wordt de opdracht gegund onder het mom van: wie dan leeft….

De organisatie-inkadering blijkt echter vaak een groter probleem. Partij X is verantwoordelijk voor het brononderhoud, partij Y voor de vergunning en dus de bronbalans, en partij Z zorgt voor het functioneren van de binneninstallatie. Aparte belangen en verantwoordelijkheden en geen afstemming over de regeling leiden dan ook snel tot fouten. Bijvoorbeeld bij gewijzigd gebruik van het gebouw; een uitbreiding of inkrimping wordt niet opgemerkt.

Een andere mogelijke oorzaak is het ontbreken van een onderhoudscontract, of, zeker in deze tijden, onderhoudscontracten voor zeer korte termijn. ‘Dat houdt ze scherp’, denkt de inkoper stoer. Een tegennatuurlijke prikkel dus. Onderhoud is dan niet meer dan lapwerk om de installatie zonder gezeur draaiend te houden en is niet gericht op een langjarige robuuste energetische prestatie. Daadwerkelijke prestatieborging en kwaliteitsbeheersing staan daarbij niet in het kasboek: De mooie idealen van de initiatiefnemer met het groene hart zijn dan allang verkleurd!

Wil je daadwerkelijk waar voor je geld en een duurzame installatie, die ook op lange termijn duurzaam is? En niet alleen de grotere systemen, maar juist ook de kleinere die soms zo teleurstellend presteren. Besteed de installatie, met alle onderdelen die elkaar daarbij beïnvloeden, dan aan op prestaties en leg de verantwoordelijkheid voor het onderhoud en beheer voor langere termijn in één hand. Dan prikkel je de markt positief. Het eigendom kan hierbij zelfs extern liggen. De eigenaar/exploitant heeft immers baat bij een installatie die robuust is opgezet, voldoet aan de vergunningseisen en energetisch optimaal functioneert. Dan is de cirkel rond en dan is duurzaam: niet duur!

Lucia Kleinegris en Peter van Dyck, senior adviseurs energie & duurzaamheid bij Grontmij

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels