artikel

Het failliet van de stadsverwarming

bouwbreed

Het is de hoogste tijd om het verplicht aansluiten van woningen op grootschalige warmtenetten van elektriciteitscentrale af te schaffen. Jan Fokkema reageert op het besluit van E.ON een aantal onrendabele elektriciteitscentrales te sluiten.

Ruim een week geleden werd bekend dat E.ON een aantal onrendabele elektriciteitscentrales gaat sluiten die ‘afval’-warmte leveren aan tienduizenden woningen. De woningen raken daarmee hun voorziening voor ruimteverwarming en warmwater kwijt en dat geeft aanzienlijke problemen. Er zal fors geïnvesteerd moeten worden om de woningen óf aan te sluiten op een andere collectieve warmtevoorziening óf aan te sluiten op het gasnet en te voorzien van individuele combiketels.

Welke oplossing ook gekozen wordt, het zal gaan om omvangrijke investeringen die zichzelf niet snel terugverdienen en waarmee de eigenaar van de woning op hoge kosten wordt gejaagd. En wellicht ook de belastingbetaler, als voor de ombouw SDE+subsidies beschikbaar worden gesteld, die uit de energiebelasting worden betaald. Hiermee wordt in één keer duidelijk dat het verplicht aansluiten van woningen op grootschalige warmtenetten van elektriciteitscentrales grote nadelen kent en zijn langste tijd heeft gehad.

Lange tijd leek stadsverwarming een ideale manier om laagwaardige afvalwarmte van elektriciteitscentrales te benutten voor het verwarmen van woningen en daarmee tegelijkertijd het milieu een goede dienst te bewijzen. Dat heeft geleid tot een wettelijke aansluitplicht voor woningen op warmtenetten. Nieuwe woningen zijn echter in een hoog tempo steeds energiezuiniger geworden, waardoor aansluiting op een warmtenet steeds minder zinvol wordt. Hoogtijd om die aansluitplicht af te schaffen.

Elektriciteitscentrales leveren warm water met een hoge temperatuur, ongeveer 120 graden Celsius. Daardoor kan in de aangesloten woningen met relatief kleine radiatoren worden volstaan; daarmee worden de huizen toch wel warm gestookt. Bovendien mogen nieuwe woningen die aangesloten worden op een warmtenet, wettelijk volstaan met een lager isolatieniveau, omdat de wetgever er vanuit gaat dat de ‘afval’-warmte bijdraagt aan de CO 2 -reductie. Vervolgens wordt bewoners tot in lengte van dagen voor de ‘afval’-warmte een zelfde tarief in rekening gebracht als ze kwijt zouden zijn geweest aan gas. En bij de bouwer wordt een zeer hoog aansluittarief voor de verplichte aansluiting op het warmtenet in rekening gebracht, dat de bewoner versluierd in de koop- of in de huurprijs voor een belangrijk deel uiteindelijk weer betaalt.

De Neprom is, met haar partners in het Lente-akkoord Energiezuinige Nieuwbouw, van mening dat de verplichte aansluiting op het warmtenet zo snel mogelijk moet verdwijnen. Nieuwe woningen worden thans tegen scherpe prijzen voorzien van uitstekende isolatie- en kierdichtingsvoorzieningen en van installaties die gebruik maken van lage temperatuurverwarming en warmteterugwinning, waardoor het energiegebruik en de kosten veel lager liggen dan bij aansluiting op een grootschalig warmtenet.

Het kabinet doet er volgens de Neprom goed aan de verplichting van een aansluiting op een warmtenet helemaal te schrappen voor woningen met een epc van 0,4 of beter. Daarmee is het milieu beter af en het scheelt de bewoners op termijn veel geld. Warmtenetten zijn prima voor de industrie, de glastuinbouw of andere grootschalige toepassingen, maar de tijd van warmtenetten voor de nieuwbouw is voorbij. De kostbare gevolgen van het sluiten van de E.ON-centrales onderstrepen die conclusie. Kabinet, kom in actie!

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels