artikel

Provincies vertragen energiebesparing

bouwbreed

Provincies vertragen energiebesparing

Op 1 juli is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Bodemenergie van kracht geworden. Doelen van de AMvB zijn eenvoudiger regels, uniformering van de regels tussen de provinciën en stimulering van bodem­energiesystemen. In de praktijk wordt het er echter niet eenvoudiger op, meent Kees Mulder.

Bodemenergiesystemen zijn rendabel door overschotten van warmte of koude tijdelijk in de bodem op te slaan, waardoor de energiekosten in gebouwen tussen de 30 en 70 procent verminderd worden. Het potentieel is groot, omdat 45 procent van alle energie in Nederland gebruikt wordt voor het maken van warmte en koude. Per jaar kunnen er in Nederland ongeveer 5000 systemen bijkomen, maar er zijn hindernissen in de nieuwe regels. De belangrijkste belemmeringen in de AMvB zijn regeldruk, verschillen tussen provincies, onnodig lange procedures en marktverstorende controles.

De AMvB Bodemenergie stelt kaders die samenhangen met wet- en regelgeving op het gebied van milieu, waterwinning, waterbeheer en ruimtelijke ordening. Voor de uitwerking van de kaders van de AMvB zijn er handreikingen van 300 pagina’s gemaakt voor de provincies en gemeenten.

Sommige provincies, zoals Gelderland en Flevoland, hebben al aangekondigd deze handreikingen niet te zullen volgen, waardoor de uitvoering minder voorspelbaar wordt. Verder blijven belangrijke inhoudelijke verschillen tussen provincies mogelijk. De Tweede Kamer heeft geamendeerd dat een koudeoverschot in principe in de bodem opgeslagen mag worden. En provincies hebben de bevoegdheid om op basis van lokale omstandigheden koudeoverschotten uit te sluiten. Maar de verwachting is dat provincies, zoals Flevoland, die koudeoverschotten tot nu toe al zoveel mogelijk tegengehouden hebben, deze nu volledig zullen uitsluiten met beroep op de plaatselijke situatie.

Gemeenten hebben de mogelijkheid om masterplannen te maken voor drukke gebieden om interferentie tussen warmte en koude opslag te voorkomen, en om zo optimaal gebruik te maken van de grond. Daardoor kan de vergunningverlening echter tot een jaar vertraagd worden. Het nut van deze plannen is ook beperkt, omdat de aanleg van bodemenergiesystemen afhankelijk is van de eigenaar en de gebruiker van een gebouw. Praktische afstemming lijkt dan ook beter te zijn dan een strikte planning. Bovendien blijkt uit informele contacten dat meerdere provincies, waaronder Zuid-Holland, van plan zijn hun bevoegdheid te gaan gebruiken om masterplannen te eisen voor alle drukke gebieden. Dit is niet nodig omdat in diverse provinciale verordeningen al duidelijk aangeven is wat niet mag. Door deze provinciale eis van masterplannen zal de markt in een aantal provincies voorlopig op slot gaan.

Nieuw sinds 1 juli is dat provincies en gemeenten gaan controleren op het rendement van bodemenergiesystemen. Dat is onvoldoende, omdat het rendement van bodemenergiesystemen afhangt van het gebruik van de warmte of koude in de (bovengrondse) gebouwen. Door deze ineffectieve deelcontrole neemt de overheid bovendien werk uit handen van bedrijven en verstoort daarmee de markt. Het is beter dat gebruikers zelf op het rendement van het systeem én het gebruik letten, en waar nodig aanbieders uit de markt kiezen.

Door de AMvB Bodemenergie zal de aandacht naar regels, planning en handhaving gaan, en minder naar het stimuleren van bodemenergiesystemen.

Om de bodemenergiesystemen te stimuleren kan de Nederlandse regering doelstellingen formuleren en hierbij de Europese richtlijnen op het gebied van efficiënt energiegebruik als richtingwijzer nemen. Ook kan de Nederlandse overheid een bredere kijk op bodemenergiesystemen ontwikkelen, zoals de Deense overheid. Deze heeft de visie om (de pieken van) duurzaam opgewekte energie tijdelijk in de grond op te slaan met bodemenergiesystemen.

In 2009 heeft een ministeriële task forcein zijn rapport ‘Groen Licht voor Bodemenergie’ opgeroepen tot het vereenvoudigen van regels en het stimuleren van bodemenergiesystemen. Het licht voor bodemenergiesystemen staat nu niet op groen, maar op oranje.

Drs. Kees Mulder, MBA Politicoloog en werkzaam in het bedrijfsleven

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels