artikel

Nieuw te gebruiken vastgoed staat er al

bouwbreed

Nieuw te gebruiken vastgoed staat er al

Nederland heeft naam en faam opgebouwd op het gebied van zorgvuldige aanpak van volkshuisvesting en ruimtelijke planning. Die was sterk gebaseerd op groei en nieuwbouw. Nu nieuwbouw is teruggevallen en het bestaande vastgoed de volle aandacht vraagt, is het tijd voor een nieuwe manier van denken, vindt Josine Crone. Vanuit het gegeven dat het nieuw te gebruiken vastgoed er al staat.

Huisvesting van mensen en organisaties vindt voor meer dan 99 procent plaats in bestaande gebouwen. Die vertegenwoordigen een groot kapitaal; in geld, maar ook in culturele waarde en in emotionele betekenis voor de bewoners. Daarom is aanpassing aan de dynamische vraagontwikkeling een voortdurende activiteit. Dat zorgt voor waardebehoud en waardecreatie.

Er is nog iets interessants aan de bestaande voorraad: er is nog een grote slag te maken naar duurzaamheid. Die is niet alleen noodzakelijk om te voldoen aan Europese afspraken op het gebied van de (bijna) energieneutrale leefomgeving in 2020, maar ook omdat de bestaande voorraad op peil moet blijven en moet mee veranderen met de dynamische vraagontwikkeling. Dat betekent dat gebouwen makkelijker van functie moeten kunnen veranderen. Zij gaan immers gemiddeld veel langer mee dan de functie waarvoor ze oorspronkelijk zijn gebouwd.

Investeren in duurzaamheid is lonend, omdat het de waarde van vastgoed verhoogt en het zich laat terugverdienen door lagere energielasten en hogere opbrengsten. Investeringen in duurzaamheid leveren, anders dan consumptieve bestedingen, waarde op en zijn daarom interessant voor gebruikers, eigenaren, banken en de overheid. De besluitvorming rond deze investeringen verloopt echter anders, evenals de rollen die partijen hebben. De structuur van de bouw- en vastgoedsector is nog niet voldoende op deze opgave toegesneden, omdat ook hier de focus op groei en nieuwbouw lang dominant is gebleven.

Duurzaam gebruik van vastgoed is bovendien meer dan alleen techniek en materiaal. In bestaande gebouwen draait immers alles om de mensen en organisaties die er gebruik van maken. Meer dan in nieuwbouw gaat het om de belangen van zeer veel direct betrokkenen. Tijd voor een nieuwe visie en nieuwe vormen van samenwerking dus. Dat geldt zowel voor bouw- en beheeractiviteiten als voor alle diensten er omheen.

Veranderingen in gebruik en uitrusting zijn niet eenmalig, maar zullen zich gedurende de exploitatie van een gebouw meerdere malen voordoen. Daarom is het van belang dat de regelgeving dit veranderende gebruik van gebouwen faciliteert in plaats van frustreert. Gebouwen sneller geschikt maken voor diverse functies stimuleert bovendien economische activiteit. Blijvende flexibiliteit maakt het mogelijk dat de betreffende locaties zich voortdurend kunnen aanpassen aan de behoeften van woningzoekenden, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het vernieuwde Bouwbesluit draagt hier in positieve zin aan bij. Andere goede ontwikkelingen zijn het permanent maken van de Crisis- en herstelwet tot invoering van de Omgevingswet en de wijzigingen in de Leegstandswet, die het tijdelijk gebruik van panden verruimt tot 10 jaar.

Maar daarmee zijn we er nog niet. Tijdens langdurige procedures voor transformatie tikt de renteteller voor de eigenaar door. De wet- en regelgeving is één belangrijke schakel in de procesketen om tot versnelling en opschaling van verduurzaming van de leefomgeving te komen. Naast aanpassingen van deze wet- en regelgeving dient er ook veel meer aandacht te komen voor de integrale beoordeling van plannen én een flexibele toepassing van de wet- en regelgeving.

Dat vereist dat gemeenten en andere overheden bereid zijn de interpretatie van de wet- en regelgeving in het licht te zien van het doel van het verduurzamen van de leefomgeving. Ook dit is een nieuwe discipline, waarin de kaders die geschapen zijn voor de groeiopgave voor Nederland niet voorzien. De transitie van de focus op nieuwbouw naar verduurzaming van bestaande bouw is daarom een veel omvattender materie dan het op het eerste gezicht lijkt. Hier ligt een belangrijke opgave voor overheid en bedrijfsleven om samen werk te maken van de noodzakelijke verduurzaming.

Ing. Josine Crone, beleidsadiviseur van het Nationaal Renovatie Platform.

Dit stuk is een samenvatting van een eerder in Bouwregels in de Praktijk gepubliceerd artikel.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels