artikel

Handhaving wetten moet, maar waarom?

bouwbreed

Handhaving wetten moet, maar waarom?

Het moet gezegd: ondanks alle kritiek op de complexiteit van de bouwregels is het met de veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid van de gebouwde omgeving goed gesteld. Dat komt ook door beter strafrechtelijk handhaven en bestuursrechtelijk toezicht. Maar, vraagt Robbert Coops zich af, worden de huidige methodieken nog geaccepteerd? En zo niet, wat dan?

Het moet afgelopen zijn met de verschillen van regels en toezicht op nieuw- en verbouwprojecten per gemeente, werd gezegd bij de landelijke invoering van het Bouwbesluit in 1992. Met die uniformering van technische bouwvoorschriften zou iedereen gebaat zijn, temeer daar de introductie gepaard ging met uitgebreide informatiecampagnes en cursussen.

Inmiddels zijn vele versies van het Bouwbesluit gepubliceerd, er is gedereguleerd en geïntensiveerd en het aantal handhavers en handhavende instanties is fors toegenomen. Toezicht en handhaving door de overheid spelen regelmatig en steeds nadrukkelijker een prominente rol in juridische en politieke zaken. Niet alleen bij (voedsel)veiligheid, zorg of milieubeleid, maar ook steeds meer bij het ruimtelijk ordening- en bouwbeleid. Dat is opmerkelijk omdat de bestuurlijke belangstelling tot nu toe vooral uitging naar beleidsvoorbereiding en veel minder naar uitvoering. Daarbij werken ongelukken, fraudes en crimineel gedrag als katalysator.

Problemen in de praktijk

Er staat spanning op de relatie tussen beleid, beleidsuitvoering en handhaving. De roep om een effectief handhavingsbeleid is in dat verband weliswaar logisch en verklaarbaar, maar stuit in de praktijk op belemmeringen van organisatorische, financiële en juridische aard. De acceptatie van de huidige vormen van toezicht en handhaving is – zeker ook in de bouwsector – mede daardoor niet meer overal positief. Vooral ook omdat vaak niet goed wordt uitgelegd waarom en waarom juist daar wordt opgetreden. Want zeker niet elk illegaal bouwwerk of brandonveilige situatie wordt stilgelegd of beboet, mede omdat een gemeente als handhavende instantie vaak andere prioriteiten en een krap budget kent. Daardoor ontstaat – vaak ongewild en ongemerkt – rechtsongelijkheid, bijvoorbeeld bij handhaven op het omgevingsrecht. Willekeur is de regel.

Begrijpelijk en aanvaardbaar handhaven

Waar publieke en private belangen met elkaar in botsing (dreigen te) komen, ontstaan steeds vaker situaties waarbij handhaving als noodoplossing wordt gezien, maar waarmee een oplossing niet wordt bereikt of zelfs wordt geblokkeerd. Want het gaat uiteindelijk niet om handhaving op zich, maar om de realisatie van bijvoorbeeld een prettig en veilig gebouw. Overleg, communicatie en vooral op een begrijpelijke en aanvaardbare manier handhaven, vormen in dat opzicht sterkere (aanvullende) instrumenten of alternatieven. Strafrechtelijke en bestuursrechtelijke sancties en interventies hebben bij dat alles vooral de functie van stok achter de deur, maar missen vaak effectiviteit, ook door gebrek aan snelheid, prioriteitstelling, actuele kennis en inzichten en aan relatief milde sancties. Strafrechtelijke en bestuursrechtelijke instrumenten moeten meer geïntegreerd en in elkaars verlengde worden ingezet.

Ontstaan van onbalans

Handhaving is weliswaar een relatief goedkoop instrument, maar is (nog) te weinig gericht op daadwerkelijk oplossen van de (achterliggende, structurele) problemen in het publieke domein. Daardoor is ook het leerproces voor private partijen, zoals projectontwikkelaars of aannemers, beperkt. Bedrijven blijken vaak onmachtig om op eigen kracht hun primaire proces te verbeteren en te reorganiseren. Dan helpen strafrechtelijke of bestuursrechtelijke sancties echt niet. Publiek en politiek zijn het vaak snel eens dat handhaven moet, zonder dat duidelijk is wat het doel is en of het effectief is. Daardoor ontstaat – ook in de beeldvorming – onbalans. Het lijkt er nogal eens op alsof ‘de goeden’ moeten lijden onder ‘de kwaden’ bij allerlei handhavingsacties. Daardoor neemt het vertrouwen in de toezichthoudende en handhavende overheid af. Generiek nut en noodzaak moeten daarom altijd aan de orde moeten zijn bij de afweging van en besluitvorming over vormen van handhaving. Daardoor ontstaat ook een logischer verband tussen aard en omvang van de geconstateerde overtreding en de handhavingsmethodiek.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels