artikel

Archeologisch onderzoek

bouwbreed

Archeologisch onderzoek is regelmatig nodig bij de voorbereiding van een bestemmingsplan. Wordt dat niet gedaan of niet juist, dan is daarmee het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan vatbaar voor vernietiging door de bestuursrechter. In de volgende zaak was dit onder andere aan de orde (ABRvS 20 maart 2013, zaaknrs. 200908600/1/R4 en 201205452/1/R4).

Gronden die in het verleden waren bestemd als agrarische gronden krijgen een bestemming voor onder andere woningbouw. Het is te verwachten dat zich in de grond resterende archeologische waarden bevinden. Om die reden heeft het gebied een dubbelbestemming, het is een zogenoemd archeologisch aandachtsgebied.

De afdeling bestuursrechtspraak geeft in een tussenuitspraak de gemeente opdracht om voor het nieuwe bestemmingsplan de mate van verstoring die in het verleden heeft plaatsvond als gevolg van agrarische werkzaamheden, te onderzoeken. Dat was niet gebeurd.

Vervolgens heeft de gemeenteraad zijn huiswerk, zoals opgedragen in de tussenuitspraak, blijkbaar niet goed gedaan. Wat is er aan de hand? In het nieuwe bestemmingsplan heeft de gemeente (na de tussenuitspraak) bouwregels opgenomen. De bouwregel met betrekking tot de archeologische waarden is dat tot 50 centimeter vergunningvrij (geen archeologisch onderzoek) kan worden gegraven in verband met grondwerkzaamheden omdat, als gevolg van de agrarische werkzaamheden in het verleden, de kans laag is dat daar nog archeologische waarden in de grond aanwezig zijn. Wordt dieper gegraven, dan is wel een omgevingsvergunning nodig (en daaraan verbonden een archeologisch onderzoek).

Tegen deze bouwregel gaat de Stichting Steun AVKP in beroep. Bij het maken van een uitzondering is de gemeenteraad er ten onrechte van uitgegaan dat deze gronden al tot 50 centimeter onder maaiveld verstoord zijn. Volgens de stichting is dit niet onderzocht en gaat regulier agrarisch gebruik niet dieper dan 25 tot 30 centimeter beneden maaiveld. De gemeenteraad heeft geen gericht onderzoek verricht waaruit blijkt dat bij de agrarische gronden de bodemlaag tussen 30 tot 50 centimeter onder het bestaande maaiveld zodanig is verstoord, dat daarin geen archeologische waarden meer aanwezig zijn. Ten onrechte, vindt de afdeling bestuursrechtspraak, hetgeen leidt tot vernietiging van dit onderdeel van het bestemmingsplan.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels