artikel

Verbied modernisme in de moderne stad

bouwbreed

Het nieuwe Jaarboek Architectuur spreekt een nieuwe, meer populistische taal, maar maakt nog steeds de oude modernistische keuzes in onze historische binnensteden. De enige buitenlander aan het woord is de Duitse architect Kollhoff. Hij wil het modernisme in de historische binnensteden verbieden. Jan den Boer ondersteunt zijn pleidooi.

Het Jaarboek Architectuur begint hoopvol. Nu eens geen abstracte architectuurtaal, maar redactielid en projectontwikkelaar Edwin Oostmeijer die een vrouw in een Utrechtse kaaswinkel aan het woord laat: “Waarom bouwen jullie niet veel meer huizen zoals vroeger.” Ze refereert aan de jarendertigbuurt waar ze opgroeide.

Oostmeijer erkent vervolgens dat “wij als plannenmakers te ver van de opgaven en de bouwplaats zijn afgedwaald.” “Risicomijdend gedrag en grijze gemiddelden hebben de laatste decennia de woningbouw in Nederland gedomineerd. Met oogkleppen op liepen wij opdrachtgevers en architecten alleen nog maar recht vooruit.” Vervolgens draagt hij de oplossing aan: “Laten wij afspreken dat wij voortaan alleen nog maar huizen tekenen en bouwen waarin wij zelf zouden willen en kunnen wonen.” Maar daar ontstaat een probleem. Veel architecten en projectontwikkelaars zijn– in de woorden van Carel Weeber – tijdens hun studietijd en daarna al dusdanig gebrainwashd dat ze alleen nog maar voor moderne architectuur kunnen kiezen. En zo komt ook Oostmeijer weer bij de voorkeur voor ruwe beton en eigenzinnige vormen. In zijn geval ergens achter een dijk in Zeeuws Vlaanderen, dat is niet zo’n probleem.

Maar het Jaarboek staat vervolgens ook weer vol met moderne toevoegingen aan historische gebouwen die met veel omwegen toch weer verdedigd worden. Redacteur Linda Vlassenrood begint vergelijkbaar met Edwin Oostmeijer met een kritische kijk op de architect die op grote afstand van een maatschappij staat. “De architectuur van de afgelopen jaren heeft nauwelijks de ambitie om de publieke zaak te dienen.” Daardoor is het geloof van de samenleving in de meerwaarde van de architect bedroevend klein.

Vervreemding

De architectuur was te vervreemdend. Vlassenrood gaat op zoek naar een nieuw vertrouwen in de architectuur, maar komt via een vergelijkbare omweg als Oostmeijer toch weer op een lofzang op het modernisme uit. Nu welliswaar een “minimale vervreemding in het alledaagse”, maar nog steeds vervreemding. Het Jaarboek staat vol met deze vervreemding: een wit glazendoosje van Zecc bij het historische Drents archief, een strakke tuingevel van Happel Cornelisse Verhoeven bij het historische Noord-Hollands archief, een ‘Atelier tussen de lakens’ van Abink X De Haas in het historische centrum van Amsterdam en het Aziatisch paviljoen van Cruz en Ortiz bij het Rijksmuseum.

Het is duidelijk dat de redactie opnieuw vooral voor dit soort moderne ingrepen kiest. Hoe verdedigt een architect dit zelf? Muriel Huisman is de Nederlandse projectarchitect voor het Rijksmuseum. Ik vraag haar tijdens een rondleiding waarom voor deze strakke moderne vormgeving van het Aziatisch paviljoen gekozen is. Ze zegt: “Dit is contemporain, eigentijds, ik heb er verder geen verhaal bij. Je kunt ook traditioneel bouwen zoals dat gebouw verderop aan het Museumplein, maar dan heb je geen architect nodig.” Het is duidelijk, een echte architect maakt alleen moderne architectuur, ook als het de aanbouw van een van de allermooiste historische gebouwen in Nederland betreft.

Maar er zijn architecten die anders denken. Redacteur Hans van der Heijden interviewt de Duitse architect Hans Kollhoff. Kollhoff concludeerde evenals Oostmeijer en Vlassenrood dat wat de laatste eeuw in de periferie van de Europese stad gebouwd is catastrofaal is. Hij trekt hier echter in tegenstelling tot de Nederlandse redacteuren ook de juiste conclusie uit: laten we evenals in Italië moderne architectuur verbieden in de historische centra van de steden. Redacteur Van der Heijden stribbelt nog wat tegen door te zeggen dat moderne architectuur nu toch ook monumentwaardig aan het worden is? Ook hij is blijkbaar zo gepreoccupeerd dat hij niet eens echt kan horen wat Kollhoff zegt. Maar Kollhoff blijft duidelijk: het is onzinnig om de levensduur van gemankeerde flatgebouwen nog te rekken. We moeten het idee van de Europese stad weer terugbrengen, en we zijn rijk genoeg om ook de periferie van de stad economisch te herdefiniëren. En we moeten onze monumentale binnensteden beschermen tegen het modernisme. Dat is nog eens wat anders dan het Nederlandse armoedig denken.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels