artikel

Opheffing master TU/e schadelijk voor BV NL

bouwbreed

De inhoud van de master bouwtechnologie verdwijnt niet, zegt de decaan van de TU Eindhoven. Dat is geen reële weergave, zegt de hoogleraar, Jos Lichtenberg.

Terwijl architecten, constructeurs, en bouwfysici het bouwproject centraal stellen, kijkt de bouwindustrie, over de projecten heen, strategisch naar internationale markten. Dat vereist naast specifieke kennis en kunde ook een visie hoe je met product- en conceptontwikkeling de grote maatschappelijke uitdagingen aan kunt gaan. Dat is voor het bedrijfsleven en dus voor de Nederlandse economie van groot belang. ‘Slim bouwen’ dat nu ook in de markt (gebouwen en producten) wordt gepraktiseerd, vormde in 2004 de kern van mijn intreerede.

Door meer dan 25 jaar productontwikkelingservaring en een mede daaraan gekoppelde promotie, had ik bij mijn aanstelling een scherp beeld welke kennis en kunde noodzakelijk is in een toekomstgerichte industriële omgeving. Hier lag mijn leeropdracht. Bij leerdoelen heb je het dan overigens over veel meer dan het kunnen ontwerpen van een goed bouwkundig detail. Naast inhoudelijk technologische competenties met bijzondere aandacht voor productietechnologie, het vermogen om brede kennis in ontwerpen te integreren, om trends te vertalen in toekomstgerichte technologie, gaat productontwikkeling ook over de organisatie van complexe processen en het in staat zijn om te reageren op maatschappelijke trends en marktsignalen.

In 2011 kreeg ik de opdracht een nieuwe master (afstudeerspecialisatie; er zijn er 6 in Eindhoven) ‘bouwtechnologie’ op te zetten en daarbij ook ‘uitvoeringstechniek’ te integreren. Daarmee kwam het totaal aantal afstudeerders op gemiddeld 45 per jaar, liefst 80% van alle in Nederland academisch gevormde bouwtechnologen.!

Prof. Elphi Nelissen, decaan van de faculteit, was 1 mei in Cobouw aan het woord en verdedigde haar beslissing die overigens geheel buiten ons als hoofdstakeholders om is genomen en bovendien haaks staat op een advies uitgebracht door prof. F. Van Herwijnen. “De inhoud verdwijnt niet”, zei ze geruststellend.

Zendingsruimte

De bewering dat Eindhoven deze studenten in andere masters nog steeds zal opleiden is geen reële weergave van de werkelijkheid. Die belofte is niet waar te maken omdat geen enkele van de andere vijf masteropleidingen zend- en zendingsruimte zal opofferen voor onze vakken en projectwerk resp. voor onze visie op het vakgebied. In andere masters zit ook techniek, maar de inhoud zoals hierboven bedoeld, verdwijnt wel degelijk.

Het tegengebaar om in aansluiting op de master een kopopleiding (PDEng) in te richten alsmede een bouwtechniekcertificaat op te zetten is slechts een doekje voor het bloeden. Daarmee worden lang niet de aantallen gehaald die wij nu voortbrengen.

Het is te beredeneren dat van de gemiddeld 45 studenten er nog slechts circa 15 naar Eindhoven zullen komen die hun weg vinden via andere, op zich waardevolle maar niet op de maakwereld gerichte masters.

En dat uitgerekend in een periode waarin alles in beweging is en bedrijven zich strategisch voorbereiden op de postrecessie. Kortom, de verfrissende vernieuwingskracht van jong denkvermogen met bovenbedoelde achtergrond is juist nu hard nodig. Voor de bedrijven maar ook voor de innovatieslagkracht in de sector. Het feit dat onze 45 studenten nog steeds een baan vinden en daarnaast de vele verbijsterde en bezorgde reacties die ons uit de markt over het bestuursbesluit bereiken, onderstrepen de waardering en behoefte.

Voorts is nog het ‘beperkte uitzicht op externe middelen voor fundamenteel onderzoek’ als argument voor het besluit genoemd. De opdracht om de master (die nu alweer wordt ontbonden) te ontwikkelen is echter pas van 2011. Toen wist het bestuur ook al dat we in 2009 een onderzoeksvisitatie negatief hadden afgesloten. Nog afgezien dat daaraan een verklarend verhaal kleeft, is vervolgens de onderzoekportefeuille, wel degelijk met externe middelen, zelfs gegroeid. En dat ondanks een permanente personele onderbezetting.

Ik zie ook totaal niet in waarom je een zeer succesvolle master (onderwijs) zou beëindigen op basis van een relatief gemakkelijk repareerbare (daarvoor bestaan concrete ideeën) onderzoeklacune.

Conclusie: door zonder overleg met de hoofdstakeholders de stekker eruit te trekken, wordt nu het kind met het badwater weggegooid. Bouwbedrijven, industrie, studenten en de BV Nederland gaan daarvan de wrange vruchten plukken.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels