artikel

Geloof in woonwijken

bouwbreed

Sommige woonwijken worden geteisterd door problemen. De oplossing: richt je op positief ingestelde wijkbewoners, niet op de mensen die er liever niet wonen. Dat is een aanbeveling van promovendus Frank Wassenberg. Robbert Coops las het proefschrift.

Iedereen heeft wel een mening over grote woonwijken. Of dat nu probleemwijken, VInexwijken of krachtwijken zijn. En misschien is dat wel goed ook, want willen dergelijke wijken vitaal worden en blijven dan is dat sterk afhankelijk van burgers en private initiatieven. En veel minder van de overheid – het geld voor stadsvernieuwing is immers op – of van beleidsmakers en adviseurs – want die wonen meestal helemaal niet in dergelijke wijken. Nee, richt je op bewoners die positief zijn ingesteld, de believers . “Verleid hen om te blijven of (terug) te komen. Bied aantrekkelijke mogelijkheden om sociale klimmers in het gebied te houden. Doe hen een “offer they can’t refuse”. Bied betere woningen voor minder geld dan concurrerende alternatieven. En faciliteer mensen die liever weg willen: negatief georiënteerden zullen een wijk niet beter maken”, aldus het proefschrift van Frank Wassenberg waarop hij op 12 maart aan de TU Delft promoveerde.

Oplossingen voor problemen in grote woonwijken liggen op drie vlakken: meer differentiatie in het gebied, meer relaties tussen bewoners, hun woonomgeving en elkaar, en meer samenhang en synergie in maatregelen. Natuurlijk zijn er verschillen tussen – de aanpak bij – naoorlogse wijken zoals de Westelijke Tuinsteden in Amsterdam, Den Haag Zuidwest, de Bijlmermeer of Rotterdam-Zuid. De huidige sociaal-economische, ruimtelijke en stedebouwkundige problemen daar kunnen wel degelijk succesvol en duurzaam worden opgelost – zoals de ervaringen in de Bijlmermeer (kluswoningen!) laten zien – maar het blijkt altijd te gaan om complex maatwerk. “Een duurzame oplossing vergt een breed maatschappelijk draagvlak, inzet van vele betrokken partijen, forse investeringen en bovenal een langdurige inzet”, volgens Wassenberg. En daar heeft hij gelijk in, maar het financiële tij is tegen. Want niet alleen de overheid is zich aan het terugtrekken en bezuinigen, ook private initiatieven en investeerders – zoals woningcorporaties – hebben het moeilijk. Het helpt als de sense of urgency leidt tot maatschappelijk draagvlak voor een succesvolle en duurzame ontwikkeling tot vitale woonwijken die tegen een stootje kunnen. Maar ook de daarmee gemoeide investeringen zullen – vooral in deze tijd – (maatschappelijk) renderend moeten zijn, anders begint niemand eraan.

Hoewel er gelukkig ook veel grote woonwijken tamelijk geruisloos en probleemloos functioneren, gaat de aandacht vooral uit naar Vogelaar-, kracht- of prachtwijken, waar het allemaal een stuk minder gaat. Ook in dit proefschrift blijkt de stigmatiserende en verlammende uitwerking die een dergelijk etiket heeft op de ontwikkelpotenties en toekomstperspectieven van bijvoorbeeld de Bijlmermeer, dat ooit als ideale woonwijk werd gepresenteerd en langzamerhand verworden is tot het afvoerputje van ons land. Dat komt omdat deze grootschalige wijken vaak met veel eentonige hoogbouw zijn ontworpen door stedenbouwkundigen, architecten en planologen die hun opvattingen en kwalificaties weliswaar baseerden op de (vaak theoretische) trends en uitgangspunten van die tijd – “best doordachte stedenbouw” – maar het contact met de samenleving misten. Met als gevolg nogal steriele woongebieden die gekenmerkt worden door een zekere uniformiteit, geringe flexibiliteit en maatschappelijk inlevingsvermogen. Of zoals oud-staatssecretaris Jan Schaefer ooit opmerkte: “Er ontbreekt zelfs de gedifferentieerde verzameling fouten die een stad zo aantrekkelijk maakt”. Er is sprake geweest van verspilling van deels publieke gelden waar de samenleving nog steeds mee is opgezadeld. Dat zou voorkomen kunnen zijn wanneer dergelijke – nu verguisde – wijken door stadsplanners, architecten en beleidsmakers van meet af aan samen met toekomstige bewoners op een integrale manier zouden worden ontwikkeld. En datzelfde zou natuurlijk moeten gelden voor renovatie-, sloop- of gebiedsontwikkelingsplannen voor dergelijke woonwijken. De woonsatisfactie neemt immers aanzienlijk toe als bewoners meer zeggenschap krijgen om hun woning en woonomgeving in te richten. Dat zou niet alleen als uitgangspunt voor het particulier opdrachtgeverschap, maar ook bij de herontwikkeling van woonwijken.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels