artikel

Energielabel heeft wel degelijk waarde

bouwbreed

De voorzitter van Uneto-VNI, Titia Siertsema, rekent af met het idee van een ‘energielabel-light’ ( Cobouw , 1 mei). Onder meer wordt gesteld dat volgens de light-methode de consument het energielabel bepaalt en dat voor energie besparen het ‘echte’ label nodig is en dat de light-versie bij die doelstelling niet in de buurt komt. Tijd […]

De voorzitter van Uneto-VNI, Titia Siertsema, rekent af met het idee van een ‘energielabel-light’ ( Cobouw , 1 mei). Onder meer wordt gesteld dat volgens de light-methode de consument het energielabel bepaalt en dat voor energie besparen het ‘echte’ label nodig is en dat de light-versie bij die doelstelling niet in de buurt komt. Tijd voor een nadere toelichting.

De methode van het energielabel-light, zoals dat in het Woningdossier van Meer Met Minder wordt gebruikt, is niets anders dan een samenvatting van de opnamegegevens van de huidige methode naar ca. 10 kenmerken. Hierbij wordt voor de berekening van het energielabel gewoon de rekenkern gebruikt van het gecertificeerde label. De rekenmachine is dus hetzelfde, maar de invoer is simpeler. Deze vereenvoudiging is gevalideerd met een databestand van 27.000 woningen waarvan het gecertificeerde energielabel bekend is. Het resultaat is dat in 90 procent van de gevallen de light-uitkomst binnen één labelstap overeenkomt met het afgemelde gecertificeerde label.

De consument kan met het light-label zelf aan de slag, maar het afmelden van een light-label kan wel degelijk in handen blijven van EPA-adviseurs, makelaars, taxateurs, installateurs, aannemers etcerar , waarmee het potentieel in één keer enorm toeneemt. En dat is nodig, want de voorzitter van Uneto-VNI heeft ook haar handtekening staan onder een doelstelling van 300.000 dubbele labelstappen per jaar!

Het energielabel-light is transparanter, want de uitkomst is altijd het label in combinatie met de vastgestelde kenmerken waarop de berekening is gebaseerd. Het huidige energielabel geeft alleen het label en de opnamegegevens blijven in de black box van de EPA-adviseur. Over het TU-Delft-onderzoek wordt gesteld dat het energielabel aangeeft hoe energiezuinig een woning kan zijn. Als de consument stookt voor de mussen verspilt hij meer. Logisch. Frappant is echter dat het TU-onderzoek het omgekeerde aantoont: mensen in onzuinige woningen verspillen gemiddeld minder dan berekend door het energielabel. En die mensen voorlichten dat ze veel kunnen besparen als ze hun label verbeteren, kan dus misleidend zijn. Er zit op dit punt gewoon een fout in de rekenmachine.

Maar het belangrijkste is dat we de methodestrijd begraven en ons gezamenlijk richten op het doel en het beproefde poldermodel uit de kast halen. Bied het energielabel op twee niveaus aan: light en goedkoop, en gedetailleerd en duurder. En stel vast wanneer de gedetailleerde variant vereist is. Met de slotzin van de voorzitter van Uneto-VNI ben ik het overigens van harte eens: Het is de hoogste tijd om de discussie te beëindigen en te beginnen met besparen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels