artikel

Wie houdt toezicht op toezichthouders?

bouwbreed

Met de introductie van de marktwerking was het gedaan met de monopoliepositie van partijen op divers gebied. Marktwerking zou leiden tot een gezonde competitie en lagere prijzen. De overheid treedt op als marktmeester en schakelt toezichthouders in. Inmiddels zijn er vele terreinen waarop toezichthouders actief zijn en die in min of meerdere mate de markt bepalen door er voorwaarden aan te stellen. Dit is niet altijd succesvol, getuige de verhalen die ons de laatste tijd via de media bereiken. Van toezicht op de zorg tot en met toezicht op de keuringsinstanties; steeds vaker rijst de vraag of de toezichthouders wel in staat zijn hun toezicht effectief uit te voeren zonder bepalend te zijn en, indien noodzakelijk, adequaat in te grijpen.

Binnen bedrijven en banken liggen de raden van commissarissen en – bestuur onder vuur, kijk naar de bankensector, maar ook de Nederlandsche Bank heeft in de bankencrisis van 2008 de nodige kritiek gekregen en is traag handelen verweten.

Kermisattracties

Op 6 april stond er in de NRC een artikel over de veiligheid van kermisattracties. De strekking van dit artikel was dat er grote zorgen zijn over het uitvoeren van keuringen en de kwaliteit van de keuringen, maar ook van de betreffende gemeenten waar de attracties zijn opgesteld en de toezichthouder, de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA). De concurrentie tussen de door de overheid aangewezen keuringsbureaus, zou onjuiste keuringen in de hand werken. Gebreken zouden worden goedgekeurd en er zou een voorkeur bestaan voor sommige inspecteurs vanwege hun soepele houding.

Enkele keuringsinstanties dreigen hun certificaat kwijt te raken terwijl andere onderzocht worden voor mogelijke certificaatfraude, aldus het artikel.

Hoe dit zover heeft kunnen komen, kan de NVWA wellicht verklaren; deze autoriteit gaf toe dat wellicht niet alle keuringen en certificaten in orde waren, maar dat het publiek niet in gevaar is geweest.

Als je kijkt naar de huidige attracties wat betreft hoogte en snelheid, besef je wat er kan gebeuren als het misgaat tijdens het bedrijf. Vroeger stonden de draaimolens op de grond en draaiden rondjes; nu stijgen ze ook nog op tot een hoogte van meer dan 30 meter en de kansen om een dergelijke val te overleven zijn vrijwel nihil.

Niet dat de attracties vroeger veiliger waren; ik herinner me dat in de tijd vóór de verplichte jaarlijkse keuringen verschillende ongevallen zijn gebeurd met zowel exploitanten als het publiek. Op de voormalige afdeling Elektrische Veiligheid van de Arbeidsinspectie op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bevonden zich verschillende attributen die tijdens ongevalsonderzoek in beslag waren genomen. Eén ervan betrof een plastic bak waarin water had gezeten en een schakelaar met een weerstand die in het water werd gelaten. De mate waarin de schakelaar contact maakte met het water bepaalde de snelheid van de attractie, totdat deze maar rondjes bleef draaien. Oorzaak: de geëlektrocuteerde exploitant. De keuringen hebben hier in positieve zin veel verandering gebracht.

De risico’s van de attracties rechtvaardigen een strengere controle. Niemand heeft zin om uit een attractie te worden geslingerd met ernstig letsel tot gevolg.

De NVWA voert dan ook terecht nog zelf controles uit, hetgeen de veiligheidscultuur bij de keurende instanties alleen maar kan verbeteren en desondanks gaat het fout met de keurders.

De analogie met het verticaal transport in de bouw kan getrokken worden. Hier zijn vrijwel dezelfde partijen actief die ook de kermisattracties keuren. Toezicht op de kraankeurders wordt uitgevoerd door de Inspectie SZW, de voormalige Arbeidsinspectie.

Projectmatig worden de keuringsbureaus door de inspectie aan de tand gevoeld en wordt bepaald of ze hun aanwijzing nog wel verdienen. Controle in het veld vindt echter niet plaats.

Wat betreft de keuringsbureaus baart het zorgen dat er kennelijk op veiligheid en een strikte werkwijze wordt geconcurreerd. Dit is een slechte zaak en laten we hopen dat dit beperkt blijft tot de kermisattracties en het niet het domein van het verticale transport in de bouw heeft bereikt. Er zijn keurders die in beide domeinen actief zijn en die in het verticale transport ‘hun’ strenge keuringsnorm propageren. Dit geeft te denken en wat er nodig is, naast een aangescherpt toezicht, is een groot zelfreinigend vermogen van de keuringsbureaus.

Wat blijft is de vraag: wie houdt er toezicht op de toezichthouders?

Dat mag de politiek oplossen!

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels