artikel

Waar is het gevoel voor schoonheid?

bouwbreed

Waar is het gevoel voor schoonheid?

De welstand ligt opnieuw onder vuur. Waar het woord mooi lang niet gebruikt mocht worden, is het nu ineens de essentie van het nieuwe beleid. Maar komt er nu ook echt aandacht voor het gevoel voor schoonheid, vraagt Jan den Boer zich af.

Op maandag 18 maart was de Slag om Nederland van de VPRO gewijd aan de welstandscommissies. Ze kwamen er niet goed vanaf. Een huiseigenaar in Oss had zijn dakpannen groen geverfd, en dat mocht niet; er werd zelfs gedreigd met een hoge dwangsom.

Ik wil hier niet de discussie voeren of die groene daken wel of niet mooi zijn, maar over de wijze waarop de welstand het standpunt beargumenteerde. Het welstandslid van Oss en de wethouder die in beeld kwamen, hadden vooral bureaucratische argumenten gebaseerd op een welstandsnota en dergelijke. Rationele argumenten die weinig te maken hebben met een gevoel voor schoonheid. Het is dit soort argumentatie die welstandscommissies niet populair maakt.

Maar het feit dat dergelijke commissies niet altijd goed functioneren is nog geen reden om ze af te schaffen. Het is veel interessanter om te onderzoeken waarom ze niet goed functioneren en hoe het beter kan. De oorzaak ligt veel dieper, en begint al bij de architectuuropleidingen en vervolgens bij de manier waarop architecten zich georganiseerd hebben. Mooi of lelijk zijn taboewoorden, en veel architecten verschansen zich achter argumentaties die moeilijk te begrijpen zijn. Het resultaat is veelal modern en functioneel, met weinig gevoel voor schoonheid. De keerzijde in welstandsvrije wijken is echter ook niet altijd een groot succes. Daar wil nog wel eens een overmaat aan kitsch optreden. Veel ornamenten en versieringen, maar eigenlijk van een zelfde gebrek aan schoonheid als het functionele bouwen dat voorgestaan wordt door vele welstandscommissies en architecten.

De middenweg tussen de uitersten van functionalisme en kitsch is een daadwerkelijk gevoel voor schoonheid. Maar dat is lastig: je kunt het niet definiëren, het is niet wetenschappelijk te onderwijzen op een universiteit, het is subjectief en vooral: het vraagt nogal wat oefening om dat gevoel voor schoonheid ook daadwerkelijk vorm te kunnen geven.

In een roman wordt het verschil tussen functionalisme en kitsch soms veel voelbaarder dan in een wetenschappelijke of journalistieke verhandeling. Milan Kundera beschrijft in zijn roman De ondraaglijke lichtheid van het bestaan hoe een stel, Franz en Sabine, op bezoek is in de Oude Kerk in Amsterdam. Zij treffen een kale kerk aan, waar alle versiering onder invloed van het calvinisme verdwenen is. Franz vindt de leegte van de kerk fascinerend, door deze gigantische ruimte is de grote Mars van de geschiedenis gegaan. Hij bekijkt het als het ware vanuit dit rationele concept, en is daardoor geïntrigeerd. Maar Sabine kijkt veel meer vanuit het gevoel als ze kijkt naar de houten loges: ‘De armen moesten staan en de rijken hadden loges. Maar er was iets dat bankier en armoedzaaier verbond: de haat tegen schoonheid.’

Die haat tegen de schoonheid is dus mede geworteld in het calvinisme, de beeldenstorm was al het gevecht tegen alle versiering en ornamenten, later nog eens een keer uitgewerkt door de architect Adolf Loos die schreef: ‘Das Ornament ist ein Verbrechen.’ Het lijkt erop dat veel welstandscommissies nog steeds te veel uitgaan van die afkeer van ornamenten en versieringen.

Dat is het probleem in onze ontwerpcultuur dat echt aangepakt moet worden. Als daar iets verandert, kunnen welstandscommissies misschien nog wel een belangrijke toegevoegde waarde hebben. Gelukkig zijn er steeds meer ontwerpers die zich echt verdiepen in schoonheid. Ashok Bhalotra was een van de eersten die in de jaren negentig met Kattenbroek in Amersfoort liet zien dat het ook anders kon. Toen ik hem een keer hierover sprak zei hij dat het woord mooi zelden gebruikt wordt, uit angst, zoals gelovigen God niet ter discussie willen stellen. Interessant is dat de Federatie Welstand zichzelf intussen herdoopt heeft in de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit en een notitie uitgebracht heeft onder de titel ‘Mooiwaarts’. Natuurlijk fantastisch dat ze het woord mooi nu ineens gaan gebruiken. Maar is dat alleen een poging om de politiek te verleiden de welstand in stand te houden terwijl er inhoudelijk niets verandert. Of gaat de welstand weer echt een ouderwetse schoonheidscommissie worden, met een ontwikkeld gevoel voor schoonheid waardoor ze bijdragen aan een mooier Nederland?

Drs.ir. Jan den Boer Publiceerde najaar 2012 het boek ‘De stad is van iedereen. Hoe machtsspel, gemakzucht en dogma’s onze gebouwde omgeving vormgeven en hoe het anders kan’.

Klik hier voor meer informatie

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels