artikel

Laag btw-tarief ook voor ombouw kantoren

bouwbreed

Het btw-tarief op arbeidskosten bij renovatie en herstel van woningen is vanaf 1 maart tijdelijk verlaagd naar 6 procent. Op zich een mooie maatregel, maar het gaat Henk Vermande niet ver genoeg. Waarom wordt deze verlaging ook niet toegepast bij de ombouw van kantoren naar woningen? Of bij herbouw van een gesloopte woning op dezelfde locatie? Op deze manier kan de hele stilgevallen markt een nieuwe impuls krijgen.

De verlaging van het btw-tarief is een onderdeel van het woningmarktakkoord en geldt tot 1 maart 2014. Uit het door de staatssecretaris van Financiën gepubliceerd beleidsbesluit blijkt dat de verlaging slechts geldt voor werkzaamheden aan bestaande woningen. In de bijlage bij het besluit is expliciet aangegeven dat het tarief van 6 procent niet geldt voor de bouw of een ingrijpende verbouwing die leidt tot oplevering van een nieuw onroerende zaak. Dat valt namelijk niet onder het begrip renovatie en herstel van een bestaande woning die langer dan twee jaar in gebruik genomen is. Het verlaagde tarief geldt ook niet voor bijvoorbeeld transformaties van kantoren naar woningen. Het uitsluiten van ingrijpende verbouwingen en kantoortransformaties is een gemiste kans.

Uiteraard is zo’n fiscale maatregel altijd maatwerk die moet passen binnen de gestelde financiële kaders. Een btw-tarief van 6 procent toepassen op alle typen bouwwerkzaamheden zal leiden tot een derving van inkomsten voor de schatkist en is daarmee onhaalbaar om de bezuinigingsdoelstellingen van het kabinet te halen. Maar het uitbreiden van de btw-regeling tot in ieder geval alle soorten verbouwwerkzaamheden kan de transformatie van kantoren tot woningen of andere functies natuurlijk een flinke impuls geven. Het is een van de speerpunten van het door de Kantorentop gesloten ‘Convenant Aanpak Leegstand Kantoren’. Het ministerie van Binnenlandse Zaken is deelnemer aan de Kantorentop, mede vanuit de insteek van het (bevorderen van) het transformeren van kantoren naar woonruimte. Een interessante bijkomstigheid is dat de aan het transformeren verbonden verbouwingen relatief arbeidsintensief zijn en zodoende gunstig voor de werkgelegenheid in de bouw. De extra bouwproductie die het genereert levert meteen ook meer omzet op, zodat de derving aan btw-inkomsten voor de schatkist kan meevallen.

Slopen

Hetzelfde ministerie van Binnenlandse Zaken heeft juist in 2012 in de bouwregelgeving belemmeringen bij transformatie van gebouwen weggenomen. En geïnspireerd door de bouwregelgeving, is er veel voor te zeggen om ook bij de fiscale maatregel aan te sluiten bij de definitie van ‘verbouw’ volgens het Bouwbesluit 2012. Volgens het Bouwbesluit 2012 valt het ‘geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk’ onder de definitie van ‘verbouw’, en niet onder ‘nieuwbouw’. Het slopen van een woning tot op de fundering (of zelfs inclusief de fundering) gevolgd door nieuwbouw op dezelfde locatie valt, volgens de bouwregelgeving, onder ‘geheel vernieuwen’ en dus onder verbouw. De fiscale regeling merkt het slopen van een bestaande woning en het bouwen van een nieuwe woning echter aan als ‘nieuw vervaardigd onroerend goed’, waarvoor het verlaagde btw-tarief niet geldt. Voor de bouwpraktijk zijn deze twee interpretaties van verbouw verwarrend.

Wil men dus de transformatie van kantoren een impuls geven, dan kan de 6-procentsegeling daar een goede maatregel voor zijn. De regeling moet in dat geval uitgebreid worden tot alle typen verbouw. Vanuit het oogpunt van bevordering van beleidsuniformiteit van de overheid is het dan verstandig om aan te sluiten bij de definitie van verbouw van het Bouwbesluit 2012.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels